Picnic verkoopt boodschappen maar wil geen supermarkt zijn

Arbeidsvoorwaarden Vakbond FNV eist dat Picnic zich aan de cao voor supermarkten houdt. Maar is de online boodschappenverkoper wel een supermarkt?

Vakbond FNV eist dat het bedrijf zich schikt naar de supermarkt-cao en zijn personeel meer gaat betalen. Vrijdag wordt de zaak behandeld.
Vakbond FNV eist dat het bedrijf zich schikt naar de supermarkt-cao en zijn personeel meer gaat betalen. Vrijdag wordt de zaak behandeld. Foto Lex van Lieshout/ANP

Hun werk is nagenoeg hetzelfde. Alle drie vullen ze winkelmandjes met boodschappen, in opdracht van de klant die ze online bestelde. Alle drie werken ze in grote, stalen loodsen, gevuld met eindeloze rijen stellingkasten, onder het licht van talloze tl-balken. En alle drie moeten ze „stressbestendig” en „flexibel” zijn, omdat er altijd weer nieuwe mandjes zijn die ingepakt moeten worden.

Op het eerste gezicht is er weinig wat het personeel in de bezorgcentra van supermarktketens Albert Heijn, Jumbo en Picnic van elkaar onderscheidt. Eigenlijk verschilt alleen de kleur van hun werkpolo’s en de kratten die ze achter zich aantrekken.

Maar op de achtergrond is er een fundamenteel verschil. Bij Albert Heijn en Jumbo krijgen de distributiemedewerkers op zaterdagavond een toeslag van 50 procent. Op zon- en feestdagen worden ze zelfs dubbel betaald. Die afspraken zijn vastgelegd in de cao voor supermarkten, die voor alle ketens geldt. Picnic hanteert die cao niet. Daardoor hebben zijn werknemers geen recht op zulke toeslagen.

In de ogen van vakbond FNV is dat onterecht. Picnic en Albert Heijn verkopen toch allebei levensmiddelen aan consumenten? Dat maakt ze beide een supermarkt, vindt de bond. Dat Picnic, anders dan traditionele ketens, geen fysieke winkels heeft, doet daar niets aan af. Volgens FNV is het daarom niet eerlijk dat de online-supermarkt lagere prijzen kan bieden door te besparen op loonkosten.

De vakbond kondigde begin dit jaar een rechtszaak aan tegen Picnic, dat in 2015 werd opgericht en inmiddels in enkele tientallen Nederlandse steden actief is. FNV eist dat het bedrijf zich alsnog schikt naar de cao voor supermarkten en zijn personeel meer gaat betalen: net zoveel als de concurrentie. De zaak wordt komende vrijdag behandeld.

‘Oneerlijke concurrentie’

Dat Picnic niet meedoet aan de supermarkt-cao, heeft volgens topman Michiel Muller een simpele reden: zijn bedrijf ís geen supermarkt. Picnic heeft geen fysieke winkels, geen winkelwagentjes, geen kassapersoneel en geen vakkenvullers. Klanten bestellen via de app en Picnic levert rechtstreeks vanuit bezorgcentra. Muller spreekt dus van een „e-commercebedrijf”.

Zijn concurrenten heten ook niet Albert Heijn en Aldi, maar DHL (pakketbezorger) en WE Fashion (kledingketen), volgens Muller. Die bedrijven zitten met hun distributiecentra op dezelfde industrieterreinen als Picnic, en daarmee concurreert het bedrijf om logistiek personeel. „Of je nou boeken verkoopt, kattenvoer of babyvoeding, het gaat om de manier van werken”, zegt hij. „Het is allemaal magazijnwerk.”

Nu speelt het conflict alleen bij Picnic, maar het kan zich gaan verplaatsen naar élk bedrijf dat vooral via internet verkoopt. Wat als internetgigant Amazon in de toekomst naar Nederland komt en hier boodschappen gaat verkopen? Is dat dan ook een supermarkt?

Picnic vindt het onzin om personeel op avonden, zaterdagen en zondagen een toeslag te betalen

Ja, zegt FNV. Wel als zo’n webwinkel dezelfde producten verkoopt aan dezelfde klanten. Er mag niet één winkel zijn die de prijzen kan drukken via lagere lonen. „Een cao is bedoeld om oneerlijke concurrentie via arbeidsvoorwaarden te voorkomen”, zegt FNV-bestuurder Marianne Jekkers. „Nu Picnic minder betaalt, kunnen Albert Heijn en Jumbo zeggen: dat willen wij ook.”

Muller vindt dat de vakbond zijn Picnic in een ouderwetse mal probeert te drukken en innovatieve nieuwkomers „dwarsboomt”. Hij vindt het onzin om personeel op avonden, zaterdagen en zondagen een toeslag te betalen, zoals de supermarkt-cao voorschrijft. „Dat is begin jaren zeventig ontstaan, toen de eerste supermarkten op zondag opengingen”, zegt de directeur en medeoprichter van de webwinkel. „Dat was zó uitzonderlijk, dat je mensen dubbel moest betalen.” Maar nu werken veel medewerkers, vooral studenten, juist het liefst op die momenten, zegt Muller. En ook consumenten zijn „super happy” met de flexibiliteit van Picnic.

Als je de toeslagen niet meerekent, verdienen jongeren tot 21 jaar een iets hoger uurloon bij Picnic. Iedereen vanaf 22 jaar is beter uit onder de supermarkt-cao. Maar Muller wijst erop dat supermarkten ’s avonds en in het weekend vooral goedkope tieners aan het werk zetten. Ze moeten dan wel een toeslag betalen, maar over een laag uurloon. Muller: „Ga maar kijken op zondag in de supermarkt: er is één volwassene: de bedrijfsleider. Verder zie je alleen maar kinderen.” Picnic kan alleen volwassenen inzetten: de bezorgers hebben een rijbewijs nodig en het magazijnwerk is fysiek te zwaar voor scholieren.

FNV’er Jekkers heeft geen medelijden. „Je moet mensen gewoon compenseren om te werken op uren waarin normaal je privéleven plaatsvindt.” Voor studenten is dat niet anders, vindt Jekkers. „Ook zij offeren hun privéleven op en kunnen bijvoorbeeld een verjaardag missen.”

Lastige discussies

Muller wil zich best naar een cao schikken, zegt hij. Maar die moet wel zijn toegesneden op de functies en werkzaamheden bij webwinkels, waar klanten 24 uur per dag boodschappen kunnen doen. Daarom verkent Muller of hij een nieuwe cao kan opzetten, speciaal voor webwinkels. Hij heeft daar al over gesproken met brancheorganisaties.

Hoe realistisch is dat, zo’n webwinkel-cao? Er moet in ieder geval – zoals bij iedere cao – een handtekening van een vakbond onder. FNV zal daar niet zomaar aan meewerken, zegt Jekkers. Ze vindt het raar om in cao’s onderscheid te maken tussen online- en offline-winkels. „Dat klinkt een beetje alsof iemand tijdens de industriële revolutie voorstelt een cao te maken voor alle fabrieken die met elektriciteit werken in plaats van stoommachines.”

Lees ook: Picnic wil als melkboer heel Nederland door

De vakbonden CNV Vakmensen en De Unie zijn welwillender en hebben al een gesprek gevoerd met Muller. Bij CNV willen ze niets kwijt over hun visie op Picnic. Maar De Unie-voorzitter Reinier Castelein zegt dat hij enthousiast is over het idee voor een webwinkel-cao. „Ik vind het positief om als vakbond de vooruitgang te omarmen.”

Is zo’n nieuwe cao ook praktisch? INretail, de branchevereniging voor onder meer woon-, mode- en schoenenwinkels, heeft twijfels. „Dit gaat lastige discussies veroorzaken”, zegt directeur Jan Meerman. Veel winkels zijn namelijk online én offline actief. Onder welke cao vallen zij dan?

Neem kledingketen WE. Die haalt nu zijn meeste omzet in de fysieke winkel en valt onder de detailhandel-cao van INretail. Maar wat als over vijftien jaar de online verkoop domineert? Moeten alle werknemers dan over op de webwinkel-cao? Oók het personeel in de fysieke winkels?

Daar komt bij dat het ingewikkeld is van cao te veranderen. De detailhandel-cao en de supermarkt-cao zijn door de minister van Sociale Zaken ‘algemeen verbindend’ verklaard voor alle soortgelijke bedrijven. Je komt pas onder die cao-plicht uit als de minister daar toestemming voor geeft. Daarvoor moet je aantonen dat jouw winkel wezenlijk anders is dan bedrijven die wél onder de cao vallen. Als er een webwinkel-cao komt, zegt Meerman, „moeten honderden bedrijven op die manier ontheffing aanvragen”.

Achterhaald principe

Het kan ook anders, zegt Meerman. Hij ziet op termijn meer in één cao voor álle winkels, van supermarkt tot schoenenzaak, zowel online als fysiek. Dat elke sector zijn eigen collectieve arbeidsovereenkomst heeft, vindt de INretail-directeur een achterhaald principe. Want wasmiddel is te koop bij de Albert Heijn én de drogist. Een golfset ligt bij de sportwinkel én bij de Aldi. „Tegenwoordig loopt alles in elkaar over.”

Daarom vindt Meerman het logischer als al die bedrijven zich voegen naar dezelfde afspraken. Zijn brede detailhandel-cao is een prima basis, stelt hij. Daarin zijn de afspraken over onlineverkoop al behoorlijk op orde: veel nieuwe functies die bij webwinkels voorkomen, zijn in de cao vastgelegd.

Concurrerende bedrijven mogen zichzelf op allerlei punten interessanter of goedkoper maken, maar niet door personeel minder te betalen

Niels Jansen arbeidsjurist

Voor Picnic is dat een acceptabel alternatief, zegt Muller. Zijn bedrijf heeft al gesprekken gehad met de brancheorganisatie om eventuele samenwerking te verkennen. Op dit moment handelt Picnic al „in de geest van” de detailhandel-cao, omdat „een aantal elementen” gewoonweg „moderner” zijn dan in de cao voor supermarkten.

Voor FNV is het onbespreekbaar als supermarkten zich mogen voegen naar de detailhandel-cao. Die kent lagere lonen en minder toeslagen dan de supermarkt-cao. FNV-bestuurder Jekkers is best bereid om de cao te moderniseren, zolang het personeel er maar niet op achteruitgaat. „Als Picnic concreet zegt wat ze lastig vinden, is er altijd ruimte. Maar ik vind het opvallend dat ze de supermarkt-cao ouderwets vinden en zich wel willen aansluiten bij de detailhandel. Het belangrijkste verschil tussen die twee cao’s zijn het loon en de toeslagen.”

Toch hoeft een oplossing niet zo ingrijpend te zijn, zegt directeur Wijnand Jongen van Thuiswinkel.org, de belangenorganisatie voor webwinkels. Hij oppert de mogelijkheid een soort standaardpassage over onlinewerkzaamheden op te stellen, met daarin moderne functieomschrijvingen. Vakbonden en werkgevers kunnen die dan in elke cao opnemen en naar wens aanpassen, om de bestaande afspraken aan te passen aan „de nieuwe tijd”.

Lees ook: In een banaan knijpt de robot te hard

Sterke zaak

In de rechtszaak die vrijdag dient, staat FNV sterk, vermoedt arbeidsjurist Niels Jansen (Universiteit van Amsterdam), gespecialiseerd in cao-recht. Hij ziet wel vaker dat nieuwkomers als Picnic en maaltijdbezorger Deliveroo de vakbonden en cao’s ouderwets noemen. „En dat snap ik wel, maar dit is hoe de Nederlandse samenleving is ingericht.”

Jansen bevestigt dat cao’s bedoeld zijn – zoals ook FNV zegt – voor bedrijven die rechtstreeks met elkaar concurreren. „Zij mogen zichzelf op allerlei punten interessanter of goedkoper maken, maar niet door personeel minder te betalen.” Picnic kan een andere cao wel beter vinden aansluiten op zijn bedrijfsvoering, maar het bedrijf lijkt nu eenmaal te voldoen aan de omschrijving van een supermarkt, zoals die in de supermarkt-cao staat.

Werkgevers en vakbonden die samen een cao opstellen, mogen daarin zelf opschrijven welke bedrijven eronder vallen. In de supermarkt-cao staat dat iedere „fysieke of virtuele inrichting” die „overwegend een verscheidenheid aan verbruiksartikelen” verkoopt zich aan die cao moet houden. Daarna volgt een opsomming van vijftig voorbeelden: „kruidenierswaren, zuivel en eieren, kaas, aardappelen, groente en fruit, bier, wijn, frisdranken, vlees, wild en gevogelte, vleeswaren en salades”, enzovoorts.

Als een werkgever zich niet aan zijn eigen cao houdt, kunnen werknemers of vakbonden naar de rechter, zoals FNV nu bij Picnic heeft gedaan. Jansen acht de kans groot dat de rechter FNV in het gelijk zal stellen, simpelweg omdat de internetsupermarkt aan de omschrijving in die cao lijkt te voldoen. Dat mag het bedrijf een ouderwetse mal vinden, maar die mal is niet in beton gegoten. Werkgevers mogen zélf bepalen hoe die mal eruitziet, in samenspraak met vakbonden. „Dat is het mooie van een cao”, zegt Jansen. „Het is een overeenkomst, je kunt samen alles afspreken. Dus het is heel dynamisch.”