Minister Van Nieuwenhuizen biedt snikkend excuses aan

Stint Kamerleden eisten excuses van de minister over de fouten die haar ministerie maakte bij de toelating van de Stint, in 2011.

Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) tijdens een Tweede Kamerdebat over de toelating van een nieuwe Stint tot de openbare weg.
Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat) tijdens een Tweede Kamerdebat over de toelating van een nieuwe Stint tot de openbare weg. Foto Phil Nijhuis

Meteen nadat ze met trillende stem heeft gezegd dat het haar spijt, „heel erg”, klinkt het vanaf de publieke tribune in de Tweede Kamer luid en duidelijk: „Dank u!” Minister Cora van Nieuwenhuizen (Infrastructuur en Waterstaat, VVD), die zich in een debat moet verantwoorden voor alle fouten die door haar ministerie zijn gemaakt bij de toelating van de Stint, is van haar stuk gebracht. Ze kijkt omhoog, knikt. Probeert haar tekst weer op te pakken, maar dat lukt nauwelijks. Snikkend vervolgt ze: „De veiligheid stond niet voorop.” Dan blijft ze een paar seconden stil, duwt haar tong in haar wang, kijkt naar boven om haar tranen terug te dringen. Bij het maken van de regels, zegt ze, „is niet nagedacht over het vervoer van personen”.

Maar daar werd de Stint, een elektrische bolderkar, wel veelvuldig voor gebruikt. Vooral door kinderdagverblijven. Ruim een jaar geleden ging het gruwelijk mis in Oss toen een bolderkar niet wilde remmen en werd gegrepen door een trein. Vier kinderen kwamen om het leven, een vijfde kind en de begeleidster raakten zwaargewond. Al snel na het ongeluk besloot minister Van Nieuwenhuizen de Stint te verbieden. Te onveilig.

Sinds het ongeluk heeft de Tweede Kamer vijf keer gedebatteerd over de Stint. Over de vraag of de bolderkar niet te snel was verboden, over de vraag of de Stint niet te snel weer zou terugkeren op de weg.

Lees ook: Een jaar na het Stintongeluk: ‘Het was alsof je de hele dag een uitvaart hebt’

Het debat van woensdagavond ging over het uiterst kritische rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid, dat eerder deze maand verscheen. Bij de regels voor licht gemotoriseerde voertuigen is te weinig aandacht voor de veiligheid, aldus de OVV.

Maar meer dan over het rapport ging het debat woensdag over de minister. Een groot deel van de Kamer vond dat ze na het OVV-rapport haar excuses moest maken aan de nabestaanden. Ook wilde de Kamer weten waarom Van Nieuwenhuizen het parlement eerder niet goed had geïnformeerd. Bij het toesturen van stukken ontbraken cruciale onderdelen. Toch drong niemand aan op haar aftreden.

Toen Van Nieuwenhuizen diep door het stof ging, nam de Kamer daar dan ook ruimschoots genoegen mee. Al blijft het onbevredigend dat op zo veel vragen geen antwoord komt, klonk het vanuit verschillende partijen. Waarom is destijds geen extra onderzoek gedaan naar de Stint? Waarom bestaat er geen document waarin de ambtenaren hun afwegingen toelichten om de Stint toe te laten op de openbare weg? Ze negeerden ten slotte negatieve adviezen. Ook de minister zei het frustrerend te vinden dat ze met allerlei ‘waarom’-vragen blijft zitten. „We weten het eenvoudigweg niet. En waarschijnlijk zullen we het nooit te weten komen. Nu is het onze grootste zorg dat het niet nog een keer kan gebeuren.”