Libanon vreest run op banken

politieke en economische crisis De regering van Libanon is afgetreden. Maar daarmee zijn de problemen niet opgelost. Een acute financiële crisis dreigt.

In de Zuid-Libanese stad Sidon stonden mensen deze week in de rij voor een nog werkende geldautomaat.
In de Zuid-Libanese stad Sidon stonden mensen deze week in de rij voor een nog werkende geldautomaat. Foto Mahmoud Zayyat/AFP

‘Het bedrag dat u heeft opgevraagd is incorrect.” Dat is de boodschap die je de laatste dagen krijgt als je geld wilt halen uit een geldautomaat in Libanon. Door de grote onrust in het land, die dinsdag leidde tot het aftreden van de regering, zijn ook de banken al twee weken dicht. Vrijdag, kondigden de autoriteiten aan, openen ze weer hun deuren voor het publiek.

Wat er dan gebeurt blijft gissen. Zullen mensen massaal hun dollars afhalen? Zullen de banken dat toelaten? En zal Libanon eindelijk de lang gekoesterde koppeling met de dollar moeten loslaten, met een pijnlijke devaluatie tot gevolg?

Libanon is een dollareconomie. Letterlijk: je kunt hier overal kiezen of je in dollars of Libanese ponden betaalt. Op de kassabon staan de bedragen netjes vermeld in beide valuta. Bij de geldautomaat kun je kiezen tussen dollars of Libanese ponden.

Een bankrekening in Libanon bestaat doorgaans uit een pondrekening, een dollarrekening en desgewenst een rekening in euro’s of een andere munt. Met de app van je bank kun je moeiteloos overschrijven tussen die rekeningen. Maar ook de app geeft dezer dagen niet thuis.

Al voor het protest op 17 oktober losbarstte, golden er restricties op dollartransacties. Met een buitenlandse kaart kon je al geen dollars meer halen, met een Libanese bankkaart nog wel. Maar de laatste dagen komen er zelfs geen Libanese ponden meer uit de geldautomaat.

De dollarcrisis was het gevolg van het feit dat Libanons voorraad aan buitenlandse valuta's voor het eerst in lange tijd aan het slinken was. „Libanon heeft nog voldoende deviezen om de import te garanderen gedurende elf maanden”, zegt Simon Neaimi, hoogleraar economie en financiën aan de American University of Beirut. „Maar voor het eerst zijn die deviezen aan het slinken.”

Libanezen in het buitenland

De redenen daarvoor zijn divers. „Het geld dat Libanezen in het buitenland terugsturen – jaarlijks zo’n 8 à 9 miljard dollar – neemt af. Mensen zijn minder bereid hun geld in Libanon te stallen. Dat zorgt voor een daling van 2 à 3 miljard dollar per jaar.”

Het is niet dat de Libanese banken hun best niet hebben gedaan. Afgelopen zomer belden ze hun klanten op of zij hun dollars niet wilden omzetten in Libanese ponden, tegen aantrekkelijke rentes tot wel 15 procent.

De gouverneur van de centrale bank, Riad Salameh, staat bekend om dit soort staaltjes ‘financial engineering’. Aan de top vertaalt zich dat in een staat die steeds hogere rentes moet betalen op een steeds hogere staatsschuld. Die bedraagt nu 151 procent van het nationaal inkomen, een van de hoogste percentages ter wereld.

Concreet, zegt Neaimi, kampt Libanon met een tekort van 5 miljard dollar op de lopende rekening. „Wij hebben dus 5 miljard dollar nodig van de centrale bank. Maar die heeft ook Libanese overheidsschuld opgekocht, waardoor de reserves nog verder zijn teruggevallen.”

Het verklaart de restricties op dollartransacties, al vóór het straatprotest, en de angst voor een bankrun als die heropenen. Neaimi: „Als alle Libanezen hun ponden omzetten in dollars is de centrale bank in één klap al haar deviezen kwijt.”

Het Libanese banksysteem is historisch altijd robuust geweest. Het heeft de bankencrisis van 2008 bijvoorbeeld goed doorstaan. Salameh, van wie de straat nu ook het ontslag eist, heeft er altijd voor gezorgd dat de deviezenvoorraad op peil bleef.

Maar uiteindelijk moet Salameh ook werken met wat Neaimi „een piramideschema” noemt. Kort samengevat: de Libanese regering werkt met grote begrotingstekorten (11,2 procent van het bnp in 2018) die gefinancierd worden met staatsobligaties op de lokale markt en met euro-obligaties op de internationale markt die tegen hoge rentes worden aangeboden. De banken verdienen daar veel geld aan, en omdat veel banken in bezit zijn van de families die ook het politieke establishment vormen, zijn zij tot elkaar veroordeeld.

Kredietbeoordelaar

Maar de laatste tijd staat dat systeem, waarbij de gemeenschap opdraait voor de kosten, onder druk. Financiering van de staatsschuld slokt nu al bijna de helft van de inkomsten van de staat op, en kredietbeoordelaar Moody’s waarschuwt dat dat tegen 2022 kan oplopen tot 58,6 procent.

„Recentelijk zijn de banken niet meer zo happig op staatsobligaties en zijn zij verplicht de regering te financieren met het spaargeld van de consumenten”, zegt Neaimi. „De volgende stap is dan het Griekenland-scenario: de regering financiert de schuld niet meer en vertelt de banken: jullie hebben lang genoeg veel geld verdiend, nu is het tijd voor een haircut.

De inmiddels afgetreden premier Hariri stelde vorige week, in een poging de volkswoede te bedaren, al zo’n schuldafwaardering voor. Hij zei dat banken gevraagd zal worden mee te helpen een sluitende begroting te realiseren zonder de besparingsmaatregelen die aan de basis lagen van het volksprotest. Dat zou zo’n 3,4 miljard dollar moeten opleveren, maar de banken zijn daar nog niet mee akkoord gegaan.