Kamer presenteert plan om zelf beter te gaan vergaderen

Tweede Kamer De Tweede Kamer moet minder plenair gaan vergaderen. Een commissie die het huishoudelijk reglement van het parlement doorlichtte, deed vandaag voorstellen om dat mogelijk te maken.

Foto Bart Maat / ANP

De Tweede Kamer wil doelmatiger vergaderen. Daarom moet de rol van de commissies worden versterkt zodat de agenda van de voltallige vergadering in de grote zaal minder vol wordt.

Dit adviseert een commissie van de Tweede Kamer die de afgelopen 1,5 jaar onder leiding van SGP-fractievoorzitter Kees van der Staaij – ook wel het staatsrechtelijk geweten van het parlement genoemd – de werkwijze van de Tweede Kamer heeft onderzocht. Hij overhandigde deze adviezen woensdagochtend aan Kamervoorzitter Khadija Arib.

De lawine aan debatten is de Tweede Kamer al langer een doorn in het oog. Toch wil de breed samengestelde commissie niet tornen aan het parlementaire recht om debatten op de agenda te zetten. Wel stelt de commissie voor om goedgekeurde debatten die na twaalf weken nog niet zijn gehouden te laten vervallen. Als de Kamer het hier niet mee eens is, kan de periode waarbinnen het debat moet worden gehouden nog eens twee keer met een periode van twaalf weken worden verlengd.

Indeling commissiezalen

Afgezien van tekstuele aanpassingen aan het zogenoemde Reglement van Orde stelt de commissie weinig daadwerkelijk ingrijpende wijzigingen voor. De leden van de commissie vinden dat gesignaleerde problemen eerder om een aanpassing vragen van de parlementaire cultuur dan om een juridische regeling die wordt vastgelegd in het huishoudelijk reglement.

Als parlementaire commissies deels het werk overnemen van de vergaderingen in de plenaire zaal, moet volgens de commissie een andere zaalindeling worden overwogen. Nu zitten in commissievergaderingen Kamerleden en vertegenwoordigers van de regering vaak in een halve cirkel. Daardoor ontstaat het beeld van een groepsgesprek, aldus rapporteur Kees van der Staaij. Om het dualisme meer tot uitdrukking te brengen zouden Kamerleden recht tegenover ministers of staatssecretarissen moeten zitten.

Terugbrengen van het groeiend aantal ingediende moties is een zaak van de Kamerleden zelf, vindt de commissie. Wel wordt voorgesteld uit het Reglement van Orde de bepaling te schrappen dat de indiening van een motie door ten minste vier personen moet worden ondersteund. In de praktijk wordt die toestemming altijd verleend, aangezien dit niet betekent dat met de inhoud van de motie wordt ingestemd.