Opinie

Jan Wolkers’ Winterbloei is een ongelukkige keuze

Literatuur Om het lezen te bevorderen wordt elk jaar een boek gratis verspreid. Dat moet geen verhalenbundel of dagboek zijn, schrijft , maar een – liefst wat controversiële – roman. ‘Geef ons een verhaal.’
De CPNB lanceert op 1 november een nieuwe editie van Nederland Leest, de jaarlijkse campagne om lezen te bevorderen.
De CPNB lanceert op 1 november een nieuwe editie van Nederland Leest, de jaarlijkse campagne om lezen te bevorderen. Illustratie: Hajo

Op 1 november begint een nieuwe editie van Nederland Leest, het jaarlijkse leesbevorderingsevenement van de Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB). Dit jaar staat een bloemlezing van natuurverhalen van Jan Wolkers centraal, Winterbloei. Wolkers is een fantastische schrijver, ook van natuurverhalen. Ik zou willen dat ze zijn werk elk jaar weggaven. Maar de keuze voor Winterbloei is ook een gemiste kans.

Het idee van Nederland Leest komt uit Amerika. Het doel is om een landelijke discussie over een boek op gang te brengen, dat gratis kan worden opgehaald in de openbare bibliotheken. De eerste editie was in 2006, met Dubbelspel, de roman van Frank Martinus Arion. In 2008 werden nog een miljoen exemplaren van Twee Vrouwen van Harry Mulisch verspreid, in 2015 was het al minder dan de helft: 441.000 exemplaren van Het korte verhaal, een verzamelbundel van A.L. Snijders.

Sinds 2016 staat bovendien niet meer een boek centraal, maar een thema (dit jaar, jawel, jawel, is dat – verrassing! – ‘Duurzaamheid’), waarbij twee boeken worden gekozen, een volwassen en een ‘junior’-variant (de juniorvariant is Borealis van Marloes Morshuis). De boeken zijn sindsdien ook van de hand van buitenlandse auteurs als William Golding, Isabel Allende en Isaac Asimov. Ze verschijnen bovendien in steeds kleinere oplages: Heer van de vliegen in 2016 in een oplage van net iets meer dan 100.000.

Inslinkende leesuren

Hiermee houdt de actie gelijke tred met de inzakkende Nederlandstalige-fictiemarkt, het teruglopende aantal uitleningen van bibliotheken, het Nederlandse vermogen tot begrijpend lezen, én het inslinken van het aantal boekleesuren: in 1955 las de Nederlander 2,4 uur per week in een boek, in 1975 was dat 1,6 uur per week en in 2005 1,3 uur per week. Dat getal is sindsdien gestabiliseerd. De keuzes van het CPNB voor een thema in plaats van een titel, voor lagere oplages, voor meervoudige versplintering (zowel verschillende titels als verschillende genres), als voor buitenlandse auteurs is niet alleen ongelukkig, ze gaan ook niet bijdragen aan een verbetering.

Lees ook: Dit verslavende boek is een van de weinige die ik herlees

Om bij het eerste te beginnen: romans bestaan om de compromisloze complexiteit van het leven te tonen, om de lezer dichtbij een ander bewustzijn te krijgen, om hem of haar te prikkelen en te verstoren en te verwarren en steeds méér bij dat verhaal te betrekken; thema’s en bloemlezingen zijn er nu juist om de realiteit op te splitsen in makkelijk behapbare brokken.

Ik denk dat ik niemand beledig als ik zeg dat de natuurstukken van Jan Wolkers en de columns van Aaf Brandt Corstius geen literatuur zijn zoals Oeroeg van Hella Haasse of Kort Amerikaans dat wel zijn. Het is daardoor onmogelijk je tot een bundel natuurstukken te verhouden zoals je dat tot een roman kan: in een roman komen al die delen van de werkelijkheid die je altijd hebt gescheiden – van gevoelens van angst en schaamte en minderwaardigheid tot gedachten over de onrechtvaardigheid in de machtsstructuren van de maatschappij – samen. In een roman leer je, net als in het ‘echte leven’ mensen kennen, maar kun je, anders dan in dat echte leven, op overzichtelijke wijze hun taal, hun handelingen, hun gedrag en hun gedachten en emoties leren kennen.

Roman dwingt tot reflectie

Lees ook: Maakt de boekhandel zich overbodig door zich alleen op ‘de elite’ te richten?

Want, ondanks al het slechte nieuws betreffende de nationale ontlezing, zijn Nederlanders internationaal gezien nog altijd verwoede boekenlezers, die veel tijd besteden aan lezen, en voor wie de literaire roman na het spannende boek het meest geliefde genre is. Nederland Leest moet die fervente lezers niet bedienen met een bundel korte stukken, maar heeft de taak hen te trainen op hun uithoudingsvermogen. Dat is de aard van het romanlezen: meters maken. Een leven leren kennen. Dat is wat anders dan een kort verhaal – hoe goed ook – over het uitzicht op een wintertuin. Een roman gaat over hoe we ons verhouden tot de hele wereld. De interpretatie van een schrijver dwingt ons tot een confrontatie met onze eigen interpretatie.

Zo komen we bij de inhoud: dat heel Nederland zich een keer per jaar kan verhouden tot een roman is geen literaire, maar maatschappelijke, ik zou willen zeggen, politieke nood. Het is onmogelijk een roman te lezen en geen moreel engagement tentoon te spreiden: in Dubbelspel over valsspelen in de liefde en in de maatschappij; in Oeroeg over kolonialisme en racisme, en schuld en onschuld; in De donkere kamer van Damokles over ‘de oorlog’, over verzet en collaboratie, wederom over schuld en onschuld dus. Deze boeken gaan over hoe mensen leven en dus over hoe mensen behoren te leven. Het lezen van een roman dwingt tot kritische reflectie.

Lees ook: Een ode aan een boekentempel

Zet twee lezers bij elkaar en je zult merken dat er verschillende opvattingen zijn over het hoe en wat van dat behoren. De interpretatie van een boek, ‘jouw’ interpretatie, moet ineens onderbouwd worden: en de lezer met de goede redenen voor zijn interpretatie, verdient onze aandacht. Zo leren we elkaar – en onze morele denkkaders – beter kennen.

Hoftorenhoge oplages

De meeste lezers van deze krant zullen dergelijke gesprekken wel herkennen. Romans als die van Sally Rooney, Ilja Leonard Pfeiffer en Hanya Yanagihara geven er aanleiding toe. Hun recente successen laten zien dat iedereen die zich afzonderlijk verhoudt tot een roman niet alleen literair, maar ook moreel bezig is, en dat het een goede manier is om ons begrip van onszelf, elkaar en de wereld te verdiepen. Maar dan moet je wel een gedeelde taal hebben om dat gesprek over te voeren. Voor een actie als Nederland (!) Leest is het dan essentieel dat het boek een Nederlandse roman is, uitgekozen op zijn literaire merites, en in een Hoftorenhoge oplage gedistribueerd. Het liefst betreft het een roman die nog een beetje controversieel is.

Ik doe dus maar een voorzet: Terug naar Oegstgeest? Of Turks Fruit? Of Astrid Roemers Over de gekte van een vrouw? Of neem een nog recentere roman. Elke roman die niet meer meedoet voor een Nederlandse fictieprijs, komt volgens mij in aanmerking voor Nederland Leest. Voor volgend jaar stel ik dus ook voor: Klont, van Maxim Februari. Daar steekt de lezer heel subtiel iets op over de „probleemblik” van Nederland op „migranten”. En zo’n bewustzijnsverandering, dat is pas een duurzame investering in Nederland.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.