Igone de Jongh: ‘Er staat een volgende generatie te springen’

Ballet Donderdagavond neemt eerste soliste Igone de Jongh na 24 jaar afscheid van Het Nationale Ballet. Elke voorstelling vergde zelfoverwinning, bekent de ballerina. „Vooraf is er de gedachte dat je het állerliefst naar huis wilt. Nog steeds.”

17:00 uur Igone de Jongh begint aan haar make-up in de kleedkamer van het Muziektheater.
17:00 uur Igone de Jongh begint aan haar make-up in de kleedkamer van het Muziektheater. Foto Andreas Terlaak

Saai, noemt ze haar leven op het moment, behoorlijk saai. Maar Igone de Jongh (40) omarmt de saaiheid, die uiteraard relatief is: haar leven staat op het punt radicaal te veranderen. Onverwacht kondigde ze twee maanden geleden aan op 31 oktober afscheid te nemen van Het Nationale Ballet, het gezelschap waar ze als 16-jarige begon, al snel opklom, als soliste alle grote klassiekers danste én uitgroeide tot de muze van Hans van Manen. Na vanavond komt daar een einde aan, al wil ze wel blijven dansen, nieuwe artistieke avonturen aangaan. Wat precies, daar gaat ze vanaf morgen over nadenken.

Bekijk ook de fotoreportageDe laatste dans van Igone de Jongh

Dus saai? Wel is haar agenda deze laatste dagen als eerste soliste van Het Nationale Ballet ongebruikelijk leeg: zoon Hugo (9) is bij zijn vader voor het bezoek van zijn oma uit Frankrijk, en haar vriend, acteur Thijs Römer, schrijft elders aan een nieuw toneelstuk. Zo onverwacht alleen beleeft ze deze periode van afsluiten heel bewust, zonder de emotie ergens te ‘parkeren’, zoals ze in haar leven vaak heeft gedaan.

’s Ochtends trekt ze dus de deur van een leeg huis achter zich dicht als ze de vijf minuten van een Amsterdamse gracht naar het Waterlooplein loopt („ik hou helemáál niet van lopen, maar mijn fiets is gestolen”). Om in een studio van Nationale Opera & Ballet haar eigen les te doen, ook alleen, wat voor het eerst is in de 24 jaar dat zij bij Het Nationale Ballet danst. Lekker: „Een meditatief uurtje.”

In Studio 3 staat ze in zichzelf gekeerd aan de barre, zonder een spatje make-up, mét de reusachtige warming-up booties waarmee dansers van studio naar studio sloffen. Op haar telefoon kiest ze de juiste, kalme pianomuziek voor de dagelijkse pliés, tendu’s en ports de bras, langzaam opbouwend naar grotere bewegingen. In de spiegel controleert ze zichzelf, met die typische dansersblik – objectief, kritisch, allesbehalve ijdel.

Julia

Na een uurtje eindigt ze in het midden, waar ze geconcentreerd wat passen en armbewegingen doorneemt voor de avondvoorstelling. Tientallen malen danste ze de rol al – bijna op de kop af debuteerde zij zeventien jaar geleden als Julia in Rudi van Dantzigs Romeo en Julia. „Igone de Jongh (de jongste en minst geroutineerde debutante)”, oordeelde NRC-recensente Ine Rietstap destijds met haar kennersoog, „was het meest boeiend; door haar gecontroleerde emotionaliteit en de verrassende nuances. Zij kan een werkelijk grote Julia worden.”

Lees ook een interview met De Jongh uit 2016: Ik ben geen materiaal. Maar ik ben wel een instrument

„Oooo, wat lief!”, reageert De Jongh verrast. Ze herinnert zich het citaat niet meer. Ze weet ook zelden wanneer ze iets voor het eerst danste. Wel voor het laatst. The Sleeping Beauty bijvoorbeeld („dat ambieerde ik ook niet meer”), of La Dame aux Camélias, dat ze aanvankelijk danste met haar lievelingspartner en beste vriend, Marijn Rademaker. „Dat was de kers op de taart.”

Na haar solo-les repeteert ze met haar ‘Romeo’, Constantine Allen, om nog wat laatste puntjes op de i te zetten. Eigenlijk vooral één lift, want balletmeester Guillaume Graffin houdt het kort; hij vindt dat De Jongh er wat bleekjes uitziet.

Dik ingepakt wandelt ze weer naar huis terug, om te slapen voor de voorstelling. Meestal slaapt ze meteen in. Door de zenuwen, denkt ze.

Julia is haar állerlaatste rol bij Het Nationale Ballet. Een dierbare rol, omdat ze nog met Van Dantzig zelf aan haar interpretatie gewerkt heeft. Maar het is puur toeval dat ze niet als stralende sprookjesprinses eindigt, of in een van haar glansrollen in het werk van Hans van Manen. Eind juni wist ze ineens – „een namasté-momentje” – dat de tijd gekomen was. „Eerst dacht ik, ik maak 25 jaar vol, mooi symbolisch. Maar dat is ook maar een getal.”

Verschillende factoren speelden mee bij haar besluit. Het afscheid van Rademaker bijvoorbeeld, die vorig jaar door een blessure voortijdig moest ophouden. Lachend: „Ik geef hem graag de schuld.” En natuurlijk, de brief, de Gevreesde Brief, waarin solisten zo rond hun 38ste worden aangespoord na te denken over de toekomst ná het dansen. En ook al zei Ted Brandsen, artistiek directeur van Het Nationale Ballet, dat ze die meteen kon verscheuren, in haar hoofd werd toch iets in gang gezet.

„Ik wist al dat ik bepaalde grote rollen niet meer wilde. Maar hoe dan verder? Alleen nog triple-bills? Zo zit ik niet in elkaar. Daarnaast: er staat een volgende generatie te springen om solist te worden. Ik wilde het moment voor zijn waarop mensen denken: ‘Wanneer hoepel jij eens op.’”

Bovendien had ze geroken aan activiteiten náást Het Nationale Ballet. Televisiewerk bijvoorbeeld, als jurylid bij talentenjacht Dance, dance, dance. Ook De dans ontsprongen, de voorstelling over het levensverhaal van Edith Egers, ‘de ballerina van Auschwitz’, smaakte naar meer. Ze trad erin op met topacteur Pierre Bokma. Lachend: „Thijs trok wit weg toen ik dat vertelde. JIJ??? Stikjaloers natuurlijk.”

Morgen is ze eerste soliste áf. Wel zal ze, denkt ze, tot haar dood blijven terugkomen in het gebouw waar ze het grootste deel van haar leven doorbracht. Misschien als balletmeester; ze hoopt dat daar in de toekomst ruimte voor is. „Ik denk dat ik veel te geven heb.” Vooralsnog zijn er geen afspraken over gemaakt, ook niet over het repertoire van Hans van Manen, dat zij van binnen en van buiten kent.

Live

De Jongh lijkt er niet bitter om en blikt liever terug op een mooie tijd. Alles wat ze ambieerde, heeft ze gedaan, en alles, echt alles vond ze leuk. Om die reden is ze nooit naar het buitenland gegaan. „Dat, én mijn relatie met Hans. Welke ballerina in de wereld kan nou zeggen dat ze zo’n relatie heeft met een choreograaf? Dat is de hoofdprijs. En ik ben met Hans de hele wereld over geweest.”

Lees ook: columniste Joyce Roodnat over Igone de Jongh

Het ballet Live staat voor haar bovenaan in het Van Manenrepertoire. Ze danste het onder andere vlak na het overlijden van haar moeder. Destijds hielden die voorstellingen haar emotioneel op de been; haar gevoelens werden elders ‘geparkeerd’.

In de afgelopen periode heeft ze het gemis van haar moeder opnieuw sterk gevoeld. Toch ervoer ze de invloed van haar opvoeding: „Zij heeft me geleerd achter mijn beslissingen te staan. En ik sta erachter. Het is goed.”

Voor de voorstelling doet ze in de kleedkamer rustig haar make-up en haar. Een precies werkje, lekker om de juiste concentratie te vinden. Het laatste uur voor de voorstelling is ze niet meer aanspreekbaar. „Het gekke met adrenaline is: ná de voorstelling is het het allerlekkerste wat er is, maar vóór de voorstelling zitten je zenuwen en je angst erin. Die moet ik controleren, om rustig te worden en zin te krijgen. Want ergens in die angst zit altijd de gedachte dat je het állerliefst naar huis wilt. Nog steeds, ja.”

Lees ook het interview met Marijn Rademaker, die vorig jaar moest stoppen

Tussendoor belt ze even met haar vader, zwaaiend en kushandjes werpend naar haar telefoon. Vader De Jongh is ’s avonds bij de voorstelling, evenals Rademaker.

Bij haar officiële afscheidsvoorstelling op de 31ste zal ook haar zoon Hugo aanwezig zijn. Hij zal bloemen brengen bij het slotapplaus. Heel vaak heeft hij zijn moeder niet zien dansen; ballet interesseert hem niet zo. Misschien een reactie, denkt ze. „Door het ballet heeft hij mij vaak moeten missen. Maar hij leeft erg mee en begrijpt dat dit een belangrijke periode voor mij is.” Hartgrondig: „Als ik nou érgens naar uitkijk, dan zijn het de schoolvakanties, de vrijheid om veel tijd met hem te kunnen doorbrengen.”

Na de voorstelling, haar voorlaatste als danseres van Het Nationale Ballet, is ze tevreden. De probleemkuit voelt goed, ze was rustig. „Tot ik in de derde akte ineens dacht: holy shit, hierna nog maar één keer! Toen werd ik emotioneel.” Ted Brandsen loopt even de kleedkamer binnen voor een omhelzing. „Mooi schat.”

Plotseling staat Rademaker in de deuropening. De Jongh stormt met een kreet op hem af en springt in zijn armen. Nu eens niet elegant als een ballerina, maar als een aapje, zich vastklemmend met haar lange armen en benen.

Dan: zo snel mogelijk naar huis, om met Rademaker op de bank eindeloos bij te praten. En wie weet, plannen te maken voor toekomstige optredens samen.