Eurocommissaris verzet zich tegen ‘voodoo-berekeningen’ over EU-begroting

EU-begroting Volgens de Europese Commissie geven de lidstaten een leugenachtig beeld van de nieuwe begroting. Het hangt er maar van af hoe je kijkt.

Eurocommissaris Günther Oettinger bij de begrotingspresentatie
Eurocommissaris Günther Oettinger bij de begrotingspresentatie Foto Yves Herman/Reuters

In de discussie over de nieuwe EU-begroting is beeldvorming alles. En nadat lidstaten deze week interne berekeningen lieten lekken, slaat de Europese Commissie nu terug met háár berekeningen.

Het woord gebruikte hij nog net niet, maar feitelijk was het wel waartegen Eurocommissaris Günther Oettinger woensdag fel te keer ging: fake news. Een duidelijk geagiteerde Oettinger, binnen de Commissie verantwoordelijk voor de EU-begroting, reageerde op cijfers die deze week in internationale media verschenen, gelekt door verschillende lidstaten. Daaruit zou blijken dat de bijdrage van sommige landen fors stijgt. Voor Duitsland zelfs met 100 procent, maar ook voor Nederland met meer dan 60 procent.

Lees ook Wie betaalt het Brexit-gat dichten

„Onjuiste, leugenachtige getallen”, „voodoo-berekeningen” en een „misleidende argumentatie”, aldus de Duitser Oettinger, die er in Brussel sowieso om bekend staat verbaal soms ietwat in de verkeerde versnelling te zitten. Namens de Commissie vuurde hij terug met een serie grafieken en tabellen die moeten tonen dat het voorstel voor de nieuwe EU-begroting wel degelijk afgewogen en eerlijk is.

Openlijke fase

De strijd over de EU-begroting – elke zeven jaar vaste prik – is daarmee nu in een nieuwe, openlijke fase terecht gekomen. Van 1 procent van de totale EU-economie wil de Commissie het budget laten stijgen naar 1,13 procent. Beide kanten bestoken elkaar met bedragen en percentages die het eigen punt moeten bewijzen. Oettinger noemde woensdag een reeks cijfers waaruit zou blijken dat de Duitse bijdrage in werkelijkheid veel minder stijgt: van 18 miljard in 2021 naar 23,5 miljard in 2027. En uitgedrukt als percentage van het Duitse bruto binnenlands product zou de bijdrage al helemaal nauwelijks stijgen.

Wie heeft er gelijk? Dat hangt er maar net af van hoe je rekent. Met nettobedragen of met percentages, met huidige betalingen of schattingen gebaseerd op voorspelde groei en inflatie. En van hoe je de verschillende budgetten vergelijkt en berekent wie van welke uitgave profiteert. De gezamenlijke zevenjaarsbegroting van 27 lidstaten, van wie de bijdrage afhangt van economische groei en waarin zelden nog slechts één land van een uitgave profiteert, kent simpelweg zoveel aspecten dat er volop met cijfers gegoocheld kan worden.

Vertrek Britten

Dit keer gebeurt dat nog meer dan normaal, omdat de twee begrotingen door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk sowieso al niet exact te vergelijken zijn. Beide kanten proberen daarvan te profiteren. De Commissie, door staatjes te tonen waaruit zou blijken dat de totale pot, door het wegvallen van de Britten, eigenlijk nauwelijks stijgt. Maar de lidstaten eveneens, door volop te hameren op hoezeer zij sowieso al meer moeten bijleggen door de Brexit.

Specifiek ging Oettinger woensdag fel tekeer tegen het begrip ‘nettobetaler’, gebruikt door lidstaten, waaronder Nederland, die zeggen meer aan de EU te betalen dan er in subsidies en fondsen voor terug te zien. Die redenering is verouderd, aldus Oettinger. Bij een landbouwsubsidie is er misschien nog één duidelijke ontvanger, maar bij uitgaven aan grensbewaking, onderzoeksfinanciering en ontwikkelingssamenwerking is dat volgens hem niet zo. „Die uitgaven helpen ons allemaal in hoge mate.”