‘Dubbelzinnig’ is dubbelzinnig

Ewoud Sanders

Woordhoek

Waarom het taalteam van de Direct Duidelijk-brigade komt voorrijden in een oud Volkswagenbusje ontgaat mij, want volgens mij wil de overheid het gebruik van het ov stimuleren en de uitstoot van CO2 terugdringen. Maar los daarvan: het is een nobel en broodnodig initiatief want ondanks eerdere acties kan veel overheidscommunicatie een stuk helderder.

Op de website van de brigade staat een uitgebreide checklist waarmee je kunt nagaan of een tekst helder is. Zo lezen we onder het kopje ‘Doel en publiek’ dat het doel van een tekst meteen duidelijk moet zijn.

En: „De tekst is persoonlijk. De lezer wordt direct aangesproken (met ‘u’ of ‘je/jij’). Er staat alleen informatie in die op zijn situatie van toepassing is en die nuttig voor hem is.”

In geen járen heb ik, van welke instantie ook, een brief ontvangen waarin ik met u word aangesproken – als er de afgelopen jaren op maatschappelijk gebied iets is veranderd, dan is het wel dat tutoyeren de norm is geworden.

Goede tips onder het kopje ‘Opbouw en samenhang’ vind ik: „De kernboodschap van de tekst staat in de eerste alinea”, en: „Elke alinea heeft één kernboodschap en bestaat uit maximaal zes regels”. Meteen ter zake komen is en blijft fijn, zeker in zakelijke correspondentie.

Onder het kopje ‘Woorden en zinnen’ staat onder meer dat een zin hooguit één komma mag bevatten, niet langer mag zijn dan twaalf woorden, geen afkortingen mag bevatten, noch „abstracte, verzachtende, dubbelzinnige of figuurlijke woorden”.

Dat laatste lijkt me een lastig advies om op te volgen: heel veel woorden hebben twee of meer betekenissen, denk bijvoorbeeld aan dubbelzinnig. Dat kan ‘voor meer dan één uitleg vatbaar’ betekenen, maar ook ‘naast de gewone betekenis een onkiese, obscene tweede betekenis bevattend’. Het vermijden van figuurlijke woorden is ook lastig – de vraag is zelfs wat hieronder precies moet worden verstaan, want dit is geen gangbare aanduiding.

Onder het kopje ‘Laatste controle’ staan onder meer de tips dat een tekst eerst moet worden voorgelegd aan iemand van de doelgroep – een heel nuttig advies – en moet worden gecontroleerd door een „leesbaarheidsinstrument”.

Op de website directduidelijk.nl staan de doelen van de Direct Duidelijk-brigade. Ik heb die openingstekst getest met de Accessibility Leesniveau Tool, een gratis leesbaarheidsinstrument op internet. Uitkomst: die openingstekst heeft als leesniveau B2 en is door slechts 25 procent van de Nederlandse bevolking te begrijpen. Ik denk dat dit komt doordat de beginselverklaring begint met een meanderende opsomming van 88 woorden met foutieve interpunctie en met zinnen als „Een tekst kan van alles zijn: een brief, een formulier, een (telefoon)gesprek, een folder, een website of een twitterbericht”. Dat is een zin van negentien woorden met vier komma’s die inhoudelijk een vraag oproept, namelijk: hoort (telefoon)gesprek wel thuis in een opsomming van geschreven teksten? Anders gezegd: is dit woord in deze situatie van toepassing?

Voor de goede orde: ik vind het een lovenswaardig project en ik hoop dat veel gemeentes zich zullen aanmelden, want tot nu valt de belangstelling tegen: slechts 18 van de 355 gemeenten ondertekenden de Direct Duidelijk-deal. Tegelijk laat deze openingstekst tamelijk ondubbelzinnig zien dat er nog veel werk aan de spreekwoordelijke winkel is.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders