De heersers over licht en donker in Gaza

Stroom Electriciëns Abu Saeed en zijn mannen verdelen de schaarse stroom over de inwoners van Gaza. „Acht uur is al heel luxe.”

Een Palestijns gezin in Gaza bij kaarslicht. Stroom is er een luxe.
Een Palestijns gezin in Gaza bij kaarslicht. Stroom is er een luxe. Foto Wissam Nassar/The Washington Post/Getty Images)

Klang. De elektricien haalt de zware ijzeren hendel over. Deze helft van de straat heeft weer stroom, de buren moeten het de komende acht uur zonder doen. Achterin de jeep met in grote rode plakletters de naam van het elektriciteitsbedrijf erop tuurt coördinator Abu Saeed alweer naar het schema op zijn mobiele telefoon: op naar de volgende stop.

In Gaza hebben mensen hoogstens de helft van de dag stroom, meestal minder. Het voortdurende elektriciteitstekort kan symbool staan voor de algemene misère waarin veel bewoners van de smalle kuststrook leven.

Elektriciteitsdraden hangen laag, graffiti vult de muren. Kinderen in blauwe schooluniformpjes van VN-hulporganisatie UNRWA lopen door de onverharde straat. Ergens in het schemerdonker doet Mohammed Abdel Bari (42) oftewel Abu Saeed – een deur open en gaat voor, de vier trappen op naar zijn appartement. Zijn zoons Saeed (14) en Youssef (12) zijn al naar school. Dochter Farah komt net de slaapkamer uit; zij zit in de middagploeg. Bij het ontbijt sluit het tienjarige meisje geroutineerd de polen van een kleine huisaccu aan op een witte ventilator; het wordt hier op de bovenste verdieping meer dan dertig graden. Haar vader mag dan de stroomvoorziening van Gaza-stad beheren, net als in elk huis in Gaza liggen ook hier accu’s, LED-lampjes en kaarsen binnen handbereik. Je weet nooit wanneer de elektriciteit weer uitvalt.

„Heb je het nieuws gezien”, vraagt één van de technici later op het sobere kantoortje van Abu Saeed zodra zijn leidinggevende binnenstapt. „Ze gaan de olietoevoer stoppen.” Als Hamas, dat de Gazastrook sinds 2007 in handen heeft, raketaanvallen op Israël uitvoert, besluit Israël van tijd tot tijd als straf de invoer van brandstof tijdelijk stop te zetten - ook in de nazomer gebeurde dit weer.

Abu Saeed haalt een verfomfaaid A4’tje tevoorschijn. In een simpele tabel is Gaza-stad in twee blokken verdeeld. De ene acht uur krijgt gebied A stroom, de andere acht uur gebied B. „Dat is al heel luxe voor Gaza’, zegt hij. Hij diept nog twee A4’tjes op. „Kijk, we hebben ook een verdeling in drie blokken – zes uur stroom, twaalf uur geen stroom – en zelfs in vier.” Hij legt alvast het papiertje met het zes-uursschema klaar voor het geval de brandstof inderdaad op raakt.

Onderhoudsploegen

Als hij aan het ontbijt zit met zijn vrouw en kinderen, als hij ’s avonds naar het strand gaat met vrienden, zelfs als hij in bed ligt – Abu Saeed heeft steeds zijn mobiele telefoon binnen handbereik. Dag en nacht zijn er drie ploegen van twee technici onderweg voor het aan- en afsluiten van elektriciteit, plus enkele onderhoudsploegen. Terwijl de technici van elektriciteitspaal naar elektriciteitspaal rijden, houdt Abu Saeed contact met de andere teams. „Oké, dus dan sluiten we deze nu af, en dan die andere om halféén?” In een logboek schrijft de nachtploeg op wie er vandaag korter stroom heeft gekregen dan gepland, en wie juist iets extra – zodat het morgen andersom kan.

Abu Saeed – witte korte-mouwenblouse met ruitjes, buikje, kalend en een guitig lachje – zat tot een paar jaar geleden zelf in zo’n ploeg. Hij heeft het schema bedacht en kent de details van elke elektriciteitspaal in de stad uit zijn hoofd. In zijn beginjaren bij het elektriciteitsbedrijf deed hij wat elektriciens geacht worden te doen: storingen oplossen, reparaties uitvoeren. In 2002 werd de grote elektriciteitscentrale gebouwd met vier generatoren. Die zou in aanvulling op stroom uit Israël in de elektriciteitsbehoefte van de almaar groeiende bevolking voorzien. Het kon alleen maar beter gaan. Tot in 2006 de elektriciteitscentrale werd gebombardeerd.

Generatoren

Sindsdien zijn Abu Saeed en zijn mannen het gezicht geworden van één van de grootste problemen in de Gazastrook, het chronische gebrek aan elektriciteit. Voor 24 uur per dag stroom zou Gaza met zijn twee miljoen inwoners zeker 400 megawatt nodig hebben. Als alles meezit, krijgt het 287 MW binnen. 120 MW daarvan komt uit Israël, de elektriciteitscentrale in Gaza kan in theorie 140 MW leveren en er is nog een lijn met een capaciteit van 27 MW naar Egypte. Meestal zit het niet mee. De lijn naar Egypte functioneert al twee jaar niet, de elektriciteitscentrale is nog steeds beschadigd, waardoor maar drie van de vier generatoren werken, en is afhankelijk van schaarse brandstof.

„Jullie komen altijd vroeg om af te sluiten, en laat om ons weer aan te sluiten”, snibt een voorbijgangster als de mannen op een druk kruispunt weer een hendel omzetten. Dit commentaar is nog mild; Abu Saeed vertelt dat de elektriciens vroeger wel fysiek werden aangevallen, „tot schieten aan toe”. Ze begrijpen de frustratie wel. „Als wij midden in een winkelstraat de elektriciteit komen platleggen en dus de koelingen plotsklaps uitvallen, kan de slager al zijn vlees weggooien”, zegt elektricien Eyad Hassouna.

Soms gaat het om meer dan bedorven kippenvlees. Abu Saeed herinnert zich dat hij een keer om drie uur ’s nachts werd gebeld. Het Shifa-ziekenhuis, het grootste ziekenhuis van de Gazastrook, zat zonder elektriciteit. „Dan moet je snel in actie komen, er staan levens op het spel.” Tot dit voorjaar kreeg het Shifa-ziekenhuis net als iedereen maar een paar uur elektriciteit per dag, de rest moest van een generator komen. Nu gaat er naar bepaalde basisvoorzieningen permanent stroom. „Maar dat gaat dus af van wat de burgers krijgen.”

Landweggetje

Abu Saeed stopt de jeep op een landweggetje. Een paar honderd meter verder is de muur tussen de Gazastrook en Israël te zien. Op een zandheuveltje staat een verlaten wachtpost, opgetrokken uit betonblokken en golfplaat, met palmtakken als doorkijkpunten – omdat het deze dagen onrustig is, heeft Hamas de posten uit voorzorg verlaten. Iets verderop lopen de elektriciteitsdraden uit Israël, Gaza’s stabielste elektriciteitsvoorziening.

Soms komen de technici letterlijk tussen twee vuren te zitten. Twee collega’s werden gedood tijdens de oorlog met Israël in 2014. Zelf moest Abu Saeed eens onder de auto wegkruipen voor rondvliegende kogels nadat hij was opgeroepen – door Israëliërs, nota bene – voor een reparatie. De technische ploeg kon ternauwernood ontzet worden.

Lees ook deze reportage van Jannie Schipper over leven onder Hamas in de Gazastrook

Op de bovenverdieping van het elektriciteitsbedrijf zitten een paar jongens in t-shirts achter hun monitors. Op de wand tegenover hen hangt een groot elektronisch bord met metertjes in neonkleuren. Het groepje elektrotechnisch ingenieurs beheert de nieuwste aanwinst van het elektriciteitsbedrijf, volgens het bordje op de deur gefinancierd door de Wereldbank. Een elektronisch systeem, waardoor niet alle hendels meer handmatig hoeven te worden omgezet.

Zonnepanelen

Technische oplossingen kunnen het leed iets verzachten. Dankzij de invoering van LED-lampjes, accu’s en – voor wie het zich kan veroorloven- zonnepanelen, zijn mensen niet meer afhankelijk van kaarsen. Die leggen regelmatig huizen in de as, soms met inwoners en al. Bovendien zijn er in de buurten allemaal minibedrijfjes ontstaan met privégeneratoren. Niet dat Abu Saeed daar blij mee is. „Het zijn afzetters, ze vragen vier shekel (één euro) per kWh, terwijl de prijs bij het elektriciteitsbedrijf een halve shekel is”, zegt hij. Het neemt niet weg dat hij er net als iedereen gebruik van maakt. In zijn straat hangt een draad met gloeilampjes tussen de huizen - een donatie van de generator-beheerder. „Doen ze toch nog iets goeds.”

Het elektriciteitsprobleem in Gaza is in de eerste plaats politiek. Niet alleen blokkeert Israël de invoer van onderdelen en brandstof, ook andere partijen gebruiken stroom als drukmiddel. Zo weigerde in 2017 de Palestijnse Autoriteit de elektriciteitsrekening voor Gaza aan Israël te betalen wegens een conflict met de Hamasbeweging. Daardoor hadden de Gazanen maar drie tot vier uur stroom per dag. De huidige ‘luxe’ acht uur stroom is te danken aan diesel voor de elektriciteitscentrale die door Qatar wordt gefinancierd.

En hoe zit het met de diefstal van brandstof? De jongens achter hun computerschermen gniffelen. „Wij gaan niet over de hoeveelheid elektriciteit die binnenkomt of over de herkomst ervan. Wij verdelen alleen wat er bij ons binnenkomt”, zegt ingenieur Qasem Abu Shaaban (41). De regerende Hamaspartij is er meermaals van beschuldigd een deel van de binnenkomende brandstof en elektriciteit te stelen.

Als ’s middags het definitieve besluit komt om één van de drie werkende generatoren uit te zetten, reageert Abu Saeed gelaten. Hij heeft zijn plannetje al uitgedacht, op een papiertje krabbelend, elleboog op zijn bureau, hand onder zijn kalende hoofd. Ze zullen het nog tot morgen proberen met een geïmproviseerd schema waarin mensen ‘maar’ twee uur minder stroom krijgen, en anders schakelen ze over op het nog soberder schema. Als de ploegen even later wisselen, stuurt hij de nieuwe technici onmiddellijk de straat op om hendels om te gaan zetten.

Lantaarnopsteker

Abu Saeed en zijn mannen doen denken aan de lantaarnopsteker uit De kleine Prins, het beroemde boek van Antoine de Saint-Exupéry. „Vroeger ging het nog”, vertelt de lantaarnopsteker aan de kleine prins. „’s Morgens deed ik de lantaarn uit en ’s avonds weer aan. De rest van de dag kon ik rusten en de rest van de nacht kon ik slapen. Maar de planeet is ieder jaar vlugger gaan draaien. Nu draait ze in één minuut rond en heb ik geen seconde rust.”

Zo zijn ook de elektriciens van Gaza steeds harder gaan werken, terwijl het resultaat alleen maar minder wordt. In plaats van de elektriciteitsvoorziening te verbeteren, sluiten ze die juist af. „Als we hadden geweten dat dit ons werk werd, waren we iets anders gaan doen”, zegt Abu Saeed.

Toch haalt hij voldoening uit zijn werk, door „het kleine beetje dat er is, zo rechtvaardig mogelijk te verdelen over de mensen – ook al zien de mensen dat niet.” Als ’s avonds het hele gezin aan de eettafel zit, zit vader alweer gebogen over het blokkenschema naast zijn bord.