Al voor de kapotte ovens verkeerde AEB in financiële nood

Afvalverbrander Het afvalbedrijf vroeg in mei Amsterdam al om steun, blijkt uit stukken. Dat zet het huidige optimisme rond AEB in een ander licht.

Naar aanleiding van het afketsen van de Beelen-deal stapte Udo Kock (Deelnemingen, D66) op als wethouder.
Naar aanleiding van het afketsen van de Beelen-deal stapte Udo Kock (Deelnemingen, D66) op als wethouder. Foto Koen van Weel / ANP

De financiële situatie bij de Amsterdamse vuilverbrander AEB was veel eerder onhoudbaar dan tot nu toe bekend. In mei van dit jaar vroeg het bedrijf de gemeente al om een noodkrediet, omdat AEB anders op korte termijn failliet dreigde te gaan. Dit was zes weken voordat de verbrander twee derde van zijn ovens stillegde vanwege technische problemen, wat leidde tot acute liquiditeitsproblemen en een zomer vol crisisoverleg.

Zonder „kapitaalinjectie” door eigenaar Amsterdam was het „waarschijnlijk onontkoombaar dat AEB de bankconvenanten zal breken en in default raakt,” schreef toenmalig wethouder Udo Kock (Deelnemingen, D66) op 15 mei vertrouwelijk aan de gemeenteraad. Die brief is vrijgekomen na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Bij een default kan een bedrijf niet meer voldoen aan de voorwaarden van schuldeisers, wat vaak leidt tot uitstel van betaling en vervolgens faillissement.

Lees ook: Afval blijkt goud noch groen voor AEB

De brief van Kock werpt een ander licht op het huidige optimisme bij het stadsbestuur over AEB, dat volledig eigendom is van de gemeente. Na twee mislukte verkooppogingen in de zomer houdt het Amsterdamse college er nu expliciet rekening mee dat de afvalverbrander in handen blijft van de stad. De technische problemen waardoor AEB eind juni in financiële nood kwam, zijn waarschijnlijk eind deze maand verholpen: dan werken alle stilgelegde verbrandingsovens weer. In een brief aan de raad sprak het college begin oktober over „sneller herstel dan verwacht” en „goed nieuws voor alle Amsterdammers”.

‘Ernstige overcontractering’

Naar nu blijkt, dreigde AEB al om te vallen vóórdat het vier van de zes ‘verbrandingslijnen’ stillegde. Tot nu toe was het beeld dat de liquiditeitsproblemen het directe gevolg waren van dit ingrijpende besluit.

In zijn geheime brief van 15 mei aan de gemeenteraad klaagt wethouder Kock dat AEB „beperkt grip heeft” op de cijfers. De gemeente schakelt KPMG in om de boeken van het bedrijf te bestuderen. Het accountantskantoor komt op 4 juli – de verbrandingsovens liggen dan al stil – in een vertrouwelijk rapport met harde conclusies.

De financiële janboel bij AEB komt volgens KPMG onder meer door te hoge personeelskosten en tegenvallende prestaties van de nascheidingsinstallatie, die eind 2017 geopend is om de gebrekkige afvalscheiding in Amsterdam te compenseren. De boekhouders noemen ook een derde oorzaak: „ernstige overcontractering”, die tot nu toe buiten de publiciteit is gebleven. „AEB heeft contracten, waarin ze beloven om meer afval te verbranden, elektriciteit te leveren en zuiveringsslib te verwerken dan mogelijk is.” Die overcontractering lijkt een van de oorzaken van de technische problemen. Om aan alle toezeggingen te voldoen, werd noodzakelijk onderhoud herhaaldelijk uitgesteld, vertelden bronnen eerder al aan NRC. Dit leidde tot zulke ernstige veiligheidsrisico’s dat het bedrijf eind juni de ovens helemaal moest stilleggen. Een technisch adviesbureau constateerde daarna dat AEB op het gebied van onderhoud en veiligheid „in feite blind [...] opereerde”, zo staat in de vrijgegeven stukken.

Waarde ‘nihil’

Afgelopen zomer strandde tot twee keer toe een overname van AEB, door recyclingbedrijf Beelen en door het publieke afvalbedrijf HVC. Naar aanleiding van het afketsen van de Beelen-deal stapte Kock op als wethouder. Op dit moment denkt het stadsbestuur na of AEB alsnog verkocht wordt via een openbare veiling, of dat het bedrijf in handen blijft van de gemeente.

Mocht het stadsbestuur kiezen voor die laatste optie, dan voorspellen de vertrouwelijke conclusies van KPMG weinig goeds. Als AEB in gemeentelijke handen blijft, schrijven de accountants, dan moet Amsterdam een verlies nemen van ruim een kwart miljard euro. Dat gaat om een uitstaande lening van de gemeente aan AEB en de waarde waarvoor het bedrijf bij de gemeente in de boeken staat. Die 253 miljoen euro is volgens KPMG in werkelijkheid „nihil”.

En dat is nog niet alles. Ook de financiële injecties die de gemeente moet verstrekken om AEB draaiende te houden – sinds afgelopen zomer opgelopen tot 80 miljoen euro – kan ze maar beter als verloren beschouwen. Bovendien vergt AEB „structureel” hogere investeringen. Gevolg: een „neerwaartse correctie” van de resultaten à 18 miljoen euro per jaar.

Daar komt bij dat voor AEB in de nabije toekomst een tekort aan beschikbaar afval dreigt, een schril contrast met de overcontractering waar het bedrijf nu mee worstelt. De meeste contracten van AEB lopen in 2022 af, afvalstromen krimpen en het kabinet is van plan een importheffing op buitenlands afval in te voeren.

Kortom, ook met draaiende afvalovens is het zeer twijfelachtig of AEB op eigen kracht kan overleven.

Wethouder Sharon Dijksma (Deelnemingen, PvdA) laat in een reactie weten dat AEB „hard werkt” aan het „verbeteren van de operationele prestaties”. Ook wordt „door het hele bedrijf weer orde op zaken gesteld”. Over drie weken informeert Dijksma de raad over de toekomst van AEB.