‘SyRI is eerste stap naar controlesamenleving’

Privacy De rechter buigt zich over de vraag hoe ver privacy mag worden ingeperkt in de strijd tegen fraude met sociale voorzieningen.

Advocaten Anton Ekker (L) en Douwe Linders van de privacy-eisers.
Advocaten Anton Ekker (L) en Douwe Linders van de privacy-eisers. Foto Lex van Lieshout / ANP

De landsadvocate is vijf minuten bezig met haar pleidooi als schrijver Tommy Wieringa stilletjes lacht. „SyRI is zowel in de Tweede als Eerste Kamer als hamerstuk gepasseerd”, zegt landsadvocate Cécile Bitter. „Zo evident was het dus voor het parlement dat dit nodig is.”

Wieringa (tevens columnist bij NRC) is een van de acht partijen die de staat der Nederlanden voor de rechter hebben gedaagd om het Systeem Risico Indicatie (SyRI) een halt toe te roepen. Het risicoprofileringssysteem moet fraude met sociale voorzieningen helpen opsporen door gegevens van burgers in allerlei overheidsdatabases te koppelen en er een algoritme op los te laten.

De acht partijen, aangevoerd door het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten, stellen dat SyRI in strijd is met privacy-grondrechten en vrezen voor meer van dit soort koppeldrang. „SyRI is slechts de eerste stap richting de vervolmaking van de controlesamenleving”, zo stelt hun advocaat Anton Ekker. Dat Wieringa – en een deel van de volle publieke tribune – moet lachen, is omdat de landsadvocate een geheel eigen draai geeft aan de parlementaire geschiedenis.

SyRI werd namelijk in 2013 als hamerstuk – dus zonder debat – door het parlement geloodst. Tweede Kamerleden zagen de nu controversiële wet over het hoofd. In NRC blikten zij daar dinsdag met enige gêne op terug. „Mensen zaten gewoon niet op te letten”, zo vatte voormalig Kamerlid Astrid Oosenbrug (PvdA) het samen.

Inmenging privéleven

Inmiddels is een deel van de Tweede Kamer tegen SyRI. En nu moet ook de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag een mening over het systeem vormen. De acht partijen eisen namelijk dat de rechtbank de wet waarin SyRI is verpakt in strijd verklaart met onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en privacy-verordening AVG.

Lees ook: 'Willen we dat de staat zo met burgers omgaat?’

De twee advocaten van de ‘privacy-coalitie’ stelden dinsdag dat SyRI „een ernstige inmenging in het privéleven van burgers” is. Gegevens waaronder burgerlijke staat, nationaliteit, werkervaring, opleiding, arbeidsverleden, kinderbijslag, huisvesting, leefvorm, salaris en uitkeringsstatus worden volgens hen in SyRI gebruikt voor „grootschalige en ongerichte risicoprofilering in van onverdachte burgers”.

Fraudebestrijding kan volgens hen weliswaar een legitiem doel zijn om privacy-grondrechten in te perken, maar alleen als sprake is van een dwingende maatschappelijke noodzaak en fraude die niet op een minder ingrijpende manier kan worden bestreden.

De advocaten wezen erop dat SyRI ook bij gebruikers tot privacybezwaren leidt.

Zo trok de gemeente Rotterdam deze zomer de stekker uit twee SyRI-projecten na een kritisch advies van huisadvocaat Pels Rijcken over de privacywaarborgen.

Geen sprake van strijdigheid

Pels Rijcken is ook het advocatenkantoor van landsadvocate Bitter. Zij verdedigde SyRI dinsdag echter stellig. Van strijdigheid met het EVRM of privacy-verordening AVG is geen sprake. „De inbreuk die SyRI maakt op de privacy van burgers wordt beperkt tot het strikt noodzakelijke."

De noodzaak van het systeem is volgens de staat bovendien evident. „Sociale zekerheid is een van de pijlers van de maatschappij en fraude doet daar afbreuk aan.” Van 2013 tot 2018 hebben UWV, Sociale Verzekeringsbank en gemeenten voor 744 miljoen euro aan fraude geconstateerd met sociale voorzieningen. „Er wordt steeds gezegd: ‘niemand wil dit’”, zo verwees Bitter naar SyRI. „Maar uit onderzoek blijkt dat burgers willen dat sociale zekerheidsfraude wordt aangepakt.”

Waar de privacy-coalitie juist een belangrijk punt maakte van het feit dat niemand weet hoe het er bij SyRI onder de motorkap aan toegaat, verdedigde de staat dat juist als cruciaal kenmerk. Meer transparantie over het algoritme of de risico-indicatoren zou de werking ondergraven.

Landsadvocate Bitter haalde als voorbeeld aan hoe laag waterverbruik een indicatie kan zijn van uitkeringsfraude, door iemand die elders woont. „Als je weet dat laag waterverbruik een risico-indicator is, dan kun je daar rekening mee houden door de kraan af en toe open te zetten en zo het waterverbruik te verhogen tot boven de grenswaarde die wordt gebruikt.”

De rechters stelden veel technische vragen. Ze maakten duidelijk dat het in de zaak uiteindelijk draait om hoe zwaar de privacy-aantastingen van SyRI zijn. „Is het –zoals eisers stellen– een ernstige inbreuk of –zoals de staat stelt– een niet zo ernstige inbreuk?”

Uitspraak 29 januari.