Is de superheldenfilm kunst?

Discussie Het begon met Martin Scorsese die Marvel-films geen ‘cinema’ vond. Dat er overeenkomsten zijn met zijn eigen werk, ziet hij niet. Is het een generatiekloof?

Niemand zal de ironie ontgaan zijn: in dezelfde week waarin antisuperheldenfilm Joker een van de bestbezochte films ter wereld is, openden gevestigde filmauteurs als Martin Scorsese en Francis Ford Coppola de aanval op de megasuccesvolle Marvel-superheldenfilms. Joker is namelijk een film die Scorsese zelf had kunnen maken. Zeker in de tijd dat hij in de jaren zeventig naam begon te maken met zijn verkenningen van de ‘mean streets’ van New York: gruizige semi-lowbudgetfilms over de misdadige nachtkant van de stad die nooit slaapt. Er zijn opmerkelijke parallellen tussen hoe in Todd Phillips’ film Arthur Fleck de Joker wordt en hoe Scorseses eigen eenzame taxichauffeur uit Taxi Driver verandert in de wreker Travis Bickle.

Maar wie de overeenkomsten ook zag, Martin Scorsese niet. Want terwijl hij op het New York Film Festival de pers te woord stond over zijn nieuwe gangsterfilm The Irishman (volgende maand in bioscoop en op Netflix en alom bejubeld als een mix van Coppola’s The Godfather en zijn eigen Goodfellas), haalde hij hard uit naar de Marvel-films (Avengers, Spider-Man). Film was het niet, zo stelde hij. En hij had echt geprobeerd ze te bekijken. Maar het was meer als een bezoekje aan een pretpark. „Het is geen cinema van menselijke wezens die proberen om emotionele, psychologische ervaringen op te roepen bij andere menselijke wezens”, zo tekende Vulture, het toonaangevende webplatform van New York Magazine, op. Coppola, in Lyon om de Prix Lumière in ontvangst te nemen, viel hem ten overstaan van de verzamelde Franse pers bij: „Martin was nog aardig, want die films zijn gewoon verachtelijk.”

Scorsese en Coppola kregen bijval van de Britse regisseur en generatiegenoot Ken Loach, die desgevraagd zei superheldenfilms „saai en cynisch” te vinden, „consumptiegoederen die niets met de filmkunst te maken hebben”.

Storm

Wat volgde was een storm in de pers en sociale media. Dat laatste is niet ongewoon in het universum dat #filmtwitter wordt genoemd: een kleine groep vooral mannelijke critici en liefhebbers die blockbusters bespreken met de ernst van auteursfilms. Nieuw was dat voor het eerst ook de regisseurs zelf reageerden. Eerst op sociale media. En beleefd. Dus zei Marvels Guardians of the Galaxy-regisseur James Gunn op Twitter dat Scorsese een van zijn vijf favoriete regisseurs is, en dat hij het voor hem had opgenomen toen men zijn controversiële Jezus-film Last Temptation ongezien veroordeelde, en dat hij teleurgesteld was dat Scorsese nu zijn films op dezelfde manier wegzette.

Daarna zei Gunn op Instagram dat de superhelden van nu simpelweg de cowboys en gangsters van vroeger zijn, een fijne hint naar Coppola en Scorsese die immers groot zijn geworden met hun innovaties van het misdaadgenre.

Nieuwe kunstvorm

Toen volgde, met nog meer egards, Jon Favreau, regisseur van de eerste twee Iron Man-films (ook Marvel) en onlangs de Lion King-remake, die tegen nieuwszender CNBC zei dat beide veteraanregisseurs het recht hadden om hun kritiek te uiten, dat ze zijn helden zijn, en dat hij het daar maar bij laat. Vele anderen voegden zich in het debat, vaak daar door de media toe uitgenodigd. Maar tot een echt inhoudelijke uitwisseling kwam het nauwelijks.

En dit weekend nuanceerde Scorsese zijn uitspraken door opeens te zeggen: „Film is het niet. Maar misschien wel een nieuwe kunstvorm.” Waarschijnlijk had iemand hem eraan herinnerd dat film zelf ook deels op de kermis, het pretpark van weleer, is ontstaan.

Dat maakt de zaak ingewikkeld. Coppola en Scorsese zijn zo groot en zo onomstreden, dat je moeilijk met ze in discussie kunt gaan. En de meeste superheldenproducenten zijn inmiddels ook mannen van dik in de vijftig en establishment. Die hoeven hun positie niet meer te verdedigen en zijn misschien een beetje te oud voor een generatiekloof. Bovendien is er meer aan de hand dan een simpele wisseling van de wacht. Het is meer dan een kwestie van smaak. De filmgeschiedenis zelf spreekt ook een woordje mee.

Lees ook: het iconische personage Sarah Connor uit ‘The Terminator’ is terug

Zoethoudertjes

Zoals cultuurfilosoof Mark Harris al vijf jaar geleden opmerkte toen er maar liefst 34 stripverfilmingen van DC Comics en Marvel werden aangekondigd, plus nog vijf Star Wars-films, drie vervolgen op Avatar en drie Terminator-films. Harris kwam tot zeventig in totaal. „Franchises zijn niet langer een belangrijk onderdeel van de filmindustrie. Ze zíjn de filmindustrie. Punt. Al het andere wat Hollywood voorbrengt is een gelukje, een goedmakertje, een nichefilm, een zoethoudertje voor sterren die ook wel eens wat anders willen spelen, of een noodzaak (om een nieuwe franchise te starten).”

Dat is geen generatiekloof, maar een paradigmaverschuiving die groter is dan de vraag of film kunst is (Scorsese en co) of een massamedium (Marvel en co).

Dat film ook een kunstvorm is wordt door Favreau en Gunn niet ontkend, vandaar de nette toon van het debat. Bovendien is de grens tussen hoge en lage filmcultuur al zo lang zo diffuus dat ook dat onderscheid niet is waar het nu over gaat. Coppola en Scorsese konden floreren in een tijd waarin George Lucas en Steven Spielberg met Star Wars en Jaws de moderne blockbuster uitvonden.

Lees ook: Films van Netflix krijgen vaker kans in bioscoop: in 2018 mocht Netflix in Cannes niet meedingen voor de prijzen, maar in Venetië wel

Waar het om gaat is dat de Godfathers en Mean Streets niet meer gemaakt kunnen worden, tenzij met behulp van de streaminggiganten. Dat Marvel en andere franchisefilms aan deze verschuiving richting gigablockbustercultuur hebben bijgedragen, is dan slechts één deel van het verhaal. Zo sterk inzetten op een product zou bij een flop wel eens kunnen veroorzaken dat de hele bioscoopwereld instort, en alleen streaming overblijft.