Opinie

Google, Apple en Microsoft dringen de klas binnen

Onderwijsblog Grote bedrijven beïnvloeden het onderwijs, schrijft Tjip de Jong. „Je hoeft alleen maar een paar producten en diensten af te nemen, liefst in abonnementsvorm. Kinderen leren dan bijna vanzelf!”
Foto EPA

Scholen zijn al jaren grotendeels afhankelijk van uitgevers. Neerlandicus Frits van Oostrom zei in zijn Kohnstammlezing van 2007 zelfs dat uitgeverijen onverantwoord veel macht hebben (hij was toen president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen). Uitgeverijen maken steeds dikkere en mooiere boeken, zei hij, waaruit leerlingen toch minder kennis halen. En leraren geven hun eigen lessen niet meer vorm. „Vroeger waren de schoolboeken licht en de leraren zwaar beladen - inmiddels is het andersom”, zei hij.

Deze trend is niet gestopt. Boeken lijken misschien dunner, maar dat komt doordat ze deels naar de computer zijn verhuisd. Deze ‘digitale leeromgeving’ speelt een steeds dominantere rol in de klas, vaak ten koste van de expertise van de leerkracht. Interessant is dat deze trend gelijk opgaat met grote, internationale en beursgenoteerde bedrijven zoals Google, Sanoma, Microsoft en Apple, die zich steeds explicieter op ons onderwijs richten. Hun invloed in het klaslokaal is veel groter dan we denken.

Nieuwe spelers op de markt

Deze nieuwe spelers op de onderwijsmarkt hebben andere kernactiviteiten, zoals het verkopen van software, computers, tijdschriften, het maken van televisieprogramma’s of het aanbieden van digitale opslagruimte. Zo nam Sanoma eind 2018 het bedrijf Iddink over, dat behalve boekenverkoper ook eigenaar is van de leerlingvolgsystemen Magister en Eduarte. Sanoma was al eigenaar van Malmberg, één van de grootste partijen in Nederland. Volgens topman John Martin van Sanoma Learning was deze overname bedoeld om nog meer in te zetten op ‘onderwijs op maat’. Een van de ambities is om alle lesstof digitaal te leveren.

Behalve Sanoma zijn er meer partijen die de onderwijsmarkt betreden. Zo timmert de app Squla flink aan de weg – mét de steun van een grote Amerikaans investeringsmaatschappij. Inmiddels is Squla een van de grootste aanbieders van digitale leermiddelen in Nederland, met internationale ambities.

Maar er zijn er nog grotere vissen, zoals de eerdergenoemde internationale corporate giants Apple, Google en Microsoft. Opmerkelijk genoeg lopen zij voorop als het gaat om de roep om ons onderwijs radicaal anders vorm te geven. Hun website en proposities reppen van toekomstbestendige vaardigheden, innovatief leren, slim klassenmanagement en machine learning. Ik bezocht deze zomer een congres over innovaties in het onderwijs en hoorde een manager van een van deze bedrijven vrolijk praten over hoe kinderen straks via slimme software precies worden bediend in hun leerbehoefte. De computer doet al het voorwerk en veel van het daadwerkelijke leren kan 24/7. Dat hoeft niet allemaal op school, maar kan ook onderweg of thuis. Blijkbaar is het mogelijk om met de juiste apparaten en diensten het leren vanaf elke leeftijd bijna pijnloos te laten plaatsvinden.

Ineens begreep ik waar al die aandacht voor individualisering en maatwerk eigenlijk vandaan komt. Het is de markt die wordt bespeeld door zijn eigen spelers. Al deze bedrijven hebben baat bij deze focus op maatwerk en het individuele, gepersonaliseerde leerproces van kinderen: alleen zo nemen leerlingen hun producten af. Is er geen vraag naar, dan creëren we vraag. Terwijl zo’n radicale onderwijskundige visie voor de meeste scholen onhaalbaar is en volgens wetenschappelijke inzichten niet zal leiden tot betere resultaten en eerder de kansenongelijkheid onder druk zet.

‘Gewoon lesgeven’ komt verder onder druk te staan

In Nederland heeft de kwalitatief ‘goede’ instructie het al jaren zwaar. Oubollig, niet meer van deze tijd, saai – ga zo maar door. Het zou allemaal mooier, beter en anders moeten. Commerciële aanbieders hebben er veel baat bij dat we dit geloven. Ook al wordt er in wetenschappelijke kringen een verband gelegd tussen de tendens van meer individualisering in het onderwijs en de neergaande resultaten van kinderen. Dit weerhoudt grote commerciële partijen er niet van om juist in te zetten op gepersonaliseerd onderwijs. Ze creëren vraag met prachtige filmpjes en idyllische vergezichten over hoe kinderen zelfstandig en zonder hulp in staat zijn tot grootse dingen.

We laten toe dat internationale, grote, beursgenoteerde bedrijven vanuit een vrij vage en ideologische onderwijskundige visie ons basis- en voortgezet onderwijs beïnvloeden. En dat terwijl de politiek over elkaar heen buitelt over de koers van ons onderwijs. Het bedrijfsleven is er intussen al lang uit. Ze spelen goed in op de onzekerheid van ouders, kinderen en scholen. Ze wachten niet op politieke werkgroepen of onderzoeksrapporten en zetten vol in op eigen belang. Dit kan vrijwel zonder uitzondering worden samengevat in vier kernwaarden: maatwerk, individueel, digitaal en 100 procent online. Je hoeft alleen maar een paar producten en diensten af te nemen, liefst in abonnementsvorm. Kinderen leren dan bijna vanzelf! En de leerkracht wordt een vrolijke coach die aanmoedigt, faciliteert en successen viert. En als je wilt kun je als school op bezoek komen.

Zijn onze kinderen de markt van de toekomst?

Willen we dit soort bedrijven eigenlijk wel in onze klas? Zoals mijn vader weleens verzuchtte als hij een oenige reclame zag: ‘Ze moeten uiteindelijk gewoon van hun rotzooi af.’

Interessant is ook de vraag wat al die partijen gaan doen met de schat aan data die onze kinderen dagelijks genereren. Netjes weggooien of toch even analyseren met slimme software? Je weet nooit wat er voor marktkansen liggen! Kinderen zijn ‘veel waard’, je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn. Heb je ze als bedrijf eenmaal aan je verbonden, dan stappen ze meestal niet meer op. Probeer maar eens van een iPhone over te gaan op een Android toestel. Dat is een nachtmerrie!

Natuurlijk hoort een computer in een klaslokaal en is een digibord handig. Maar kan een tablet de taak van een leerkracht uitvoeren? De vraag is misschien niet of deze marktpartijen de klassen in mogen, maar waar we de grens trekken. Mijn inziens is dit een fundamentele discussie die geen uitstel duldt.

Tjip de Jong is zelfstandig onderzoeker, docent en adviseur leren en ontwikkelen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.