Opinie

Een manier

Ellen Deckwitz

Onlangs moest ik wat drukwerk ophalen en net toen ik van huis wilde gaan was ik mijn sleutels weer eens kwijt. Na enkele koortsige minuten bleken ze uiteraard in de voordeur te zitten. Nog harder teleurgesteld in mezelf dan normaal sjokte ik naar de Copyrette, maar daar eenmaal aangekomen zag het zwart van de mensen. Wat bleek: enkele minuten daarvoor had een vrachtwagen zich in het huis naast de printshop geboord. Mijn buurtje was veranderd in een chaos van glasscherven, zwaailichten en filmende omstanders.

Trillend liep ik terug naar huis. Als ik niet mijn stomme huissleutels was kwijt geweest had ik op het moment van inslag daar gelopen. Ik deed het weliswaar niet, maar het had gekúnd, en daarin zat onrust. Er is een gedicht van Vasalis, De Dood, waarin de Dood de dichteres aanspreekt en voor de vuist weg even opsomt waar hij allemaal in schuilt: drank, pillen, een spijker, een touw. Door die stomme vrachtwagen zag ik opeens overal potentiële doodsoorzaken. Natuurlijk mijn rvs-messenset, mijn verzameling slaappillen maar ook de geiser, de eik in de achtertuin die op mijn huis kon vallen (als er een tornado langskwam, die dan wel vanuit de goede richting moest komen, maar het kón, dat was het punt), mijn cavia’s die een eng virus konden dragen en dan was er ook nog eens mijn eigen lichaam. Een kleine bloedklonter op de verkeerde plek, een vaatwand die net een millimeter te dun was: opeens was het een wonder dat ik al 37 jaar soort van in leven was.

Ze zeggen dat een bui maximaal twee uur duurt maar tot ver in de avond zag ik overal mogelijke doodsoorzaken en dus belde ik tegen middernacht mijn zus, die als psycholoog toch een soort loodgieter van de menselijke geest is (en de mijne moest nodig ontstopt worden).

„Ja hallo, je maakt jezelf gek”, zuchtte ze nadat ik haar had uitgelegd wat er scheelde.

„Ik kan het niet stoppen”, piepte ik terwijl ik ondertussen er niet bij stil probeerde te staan dat de batterij van mijn mobiel ook ieder moment mogelijk kon ontploffen.

„Luister”, zei ze, „ik heb wel vaker patiënten die meerdere fobieën hebben. Vliegangst, hoogtevrees, en wat hen helpt is het besef dat je maar op één manier dood kan. De ene dood sluit een heleboel andere vervelende scenario’s uit.”

Dat was zo, en gerustgesteld hing ik op en knipte mijn nachtlampje uit. Ik kan maar op één manier dood, dacht ik. En het was echt even vijf minuten heerlijk rustig in mijn hoofd, tot ik besefte dat ik hoe dan ook ooit dood zou gaan.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.