Opinie

De onmacht van Europa is een eigen keuze

Paul Scheffer

Hoe mooi waren de dagen dat de ene dictatuur na de andere omver werd geblazen door burgers die genoeg hadden van de onvrijheid en de schaarste. Wie de eindeloze wachtrijen voor melk of boter in een winters Warschau had meegemaakt, kon navoelen hoe groot het verlangen was om te ontsnappen aan de grauwe dwingelandij. Het waren dagen vol ongeloof.

Dertig jaar na de val van de Muur ligt de wereld er heel anders bij dan de euforie van dat moment deed vermoeden. Het zogenaamde vredesdividend is allang opgesoupeerd: de gedachte dat we na het einde van het Warschaupact flink konden bezuinigen op veiligheid, lijkt iets uit een ver verleden toen hardop werd gedroomd over het ‘einde van de geschiedenis’.

De onmacht van de Europese Unie wordt pijnlijk blootgelegd door de Turkse president Erdogan. Die heeft Brussel in een houdgreep met zijn dreigement: „We zullen de poorten openen en 3,6 miljoen vluchtelingen jullie kant op sturen.” We zien nu een continent dat na het einde van de Koude Oorlog nooit zijn verantwoordelijkheid onder ogen heeft gezien.

Angela Merkel legde in het najaar van 2015 op de Duitse televisie uit dat grenzen trekken in de 21ste eeuw ondenkbaar was. Sterker nog: ze was opgegroeid in Oost-Duitsland en wilde nooit meer muren terugzien. Die vereenzelviging was onterecht: muren willen het verkeer van mensen blokkeren, grenzen zijn er om dat verkeer te reguleren.

Niet veel later sloot Merkel een deal met Erdogan over het tegenhouden van vluchtelingen. De veronderstelling was dat de autoritaire leider van Turkije wel grenzen kan waarborgen, wat het liberale Europa blijkbaar niet kan. Maar het ging niet om onmacht, het ging om morele verlegenheid: we willen graag humanisme uitdragen zonder het realisme dat erbij hoort.

De gevolgen van deze hypocrisie zijn zichtbaar. Erdogan krijgt nu de vrije hand om in buurland Syrië dood en verderf te zaaien onder Koerden. De Europese Unie struikelt over hooggestemde verklaringen, maar doet niets uit angst voor een nieuwe vluchtelingencrisis. Verkiezingen – afgelopen zondag nog in Thüringen – laten zien dat de vorige crisis nog doorwerkt.

Ondertussen loopt de opvang van asielzoekers in Nederland weer spaak. Zo gaat het al decennia – de cyclus van opbouw en afbraak van voorzieningen blijft zich herhalen. Dat gaat ten koste van het publieke vertrouwen: er is zeker bereidheid om oorlogsvluchtelingen op te nemen, maar die bereidheid moet worden onderhouden door duidelijke keuzes.

Ook de schrijver Geert Mak stelt vast dat het inlevingsvermogen overvraagd kan worden. In een mooi interview naar aanleiding van Grote verwachtingen, zijn nieuwe boek over Europa, zegt hij: „Vluchtelingen en migranten lopen nu hopeloos door elkaar.” Volgens hem bestaat een flink deel van de mensen die vluchtelingenstatus aanvragen uit migranten die zich economisch willen verbeteren. (Knack, 23/10).

Mak pleit voor een „volwassen migratiebeleid” en daar hoort een andere omgang met grenzen bij. Hij spreekt vooral het progressieve volksdeel aan: „links is ronduit wereldvreemd in het migratiedebat”. Ik zou zeggen dat het zowel bij ‘links’ als ‘rechts’ ontbreekt aan oriëntatie. Dat heeft te maken met ‘1989’, toen we droomden over een wereld zonder grenzen. Maar ergens komen macht en moraal elkaar weer tegen.

Het overbruggen van de afstanden tussen Oost en West gaat minstens evenveel tijd kosten als de Frans-Duitse verzoening na 1945. Dat was het beschavingswerk van generaties. Maar kunnen we ons een betere opdracht wensen in deze tijd? Ik denk het niet: de verzoening van beide delen van Europa is nog steeds een grote bijdrage aan vreedzame verhoudingen in de wereld.

Mak pleit ervoor om terug te gaan naar een ‘kern-Europa’ van minder landen die meer met elkaar doen (Vrij Nederland, 24/10). Deze benadering confronteert ook Nederland met een dringende vraag: hoeveel bewegingsvrijheid willen we opgeven in zo’n kleinere unie met Duitsland en Frankrijk? En gaan die grote landen het eens worden?

Een belangrijk bezwaar is dat wanneer West-Europa een kring van gelijkgestemden opzoekt, de kwetsbare landen in het Oosten nog minder bescherming krijgen dan ze nu al hebben. In een omgeving vol gewelddadig conflict zou dat de verdeeldheid aanwakkeren. In de geschiedenis van deze landen keert het gevoel telkens terug dat men in de steek is gelaten. Dat mag niet de slotsom zijn, dertig jaar na de grootse revolutie van 1989.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.