De mens is al millennia bezig met ontbossing

Geografie 4.000 jaar geleden leefden er slechts 20 miljoen mensen op aarde. Maar hun invloed op de omgeving was toen al groot.

Geërodeerde hellingen op Haïti. In het Caribische land is al eeuwen een proces van ontbossing gaande, aanvankelijk voor de teelt van koffie, later bijvoorbeeld ook voor de productie van houtskool.
Geërodeerde hellingen op Haïti. In het Caribische land is al eeuwen een proces van ontbossing gaande, aanvankelijk voor de teelt van koffie, later bijvoorbeeld ook voor de productie van houtskool. Foto Getty Images

Grootschalige ontbossing door de mens, en daaropvolgende bodemerosie, vond 4.000 jaar geleden al in grote delen van de wereld plaats. Dat schrijft een internationale groep wetenschappers deze week in een artikel in het tijdschrift PNAS, op basis van onderzoek aan honderden meerbodems.

Ontbossing zorgt voor versnelde erosie en afvoer van de vruchtbare toplaag, als gevolg van wind en regen, naar benedenstroomse gebieden, zoals meren. In hun onderzoek analyseerden de wetenschappers de aanwezigheid van boomstuifmeel in de bodems van 632 meren. In ruim een derde van die meren zien ze de hoeveelheid stuifmeel rond 4.000 jaar geleden sterk afnemen. De hoeveelheid sediment die naar die meren werd afgevoerd, neemt rond die tijd juist toe.

Het artikel zit midden in de discussie over het zogeheten antropoceen. Geologen buigen zich over de vraag of dit als een nieuw geologisch tijdvak benoemd moet worden. Het definieert de periode dat de mens het landschap meer verandert dan traditionele geologische krachten: klimaat (wind, regen, verwering, de werking van gletsjers) en platentektoniek (vulkanen, aardbevingen). Vaak wordt de industriële revolutie genoemd als het beginpunt van het antropoceen. „Maar ook verder terug in de geschiedenis vinden we dus al een wijdverbreid signaal van die menselijke invloed op het landschap”, laat Jean-Philippe Jenny, eerste auteur van het PNAS-artikel, via e-mail weten. Hij is verbonden aan het Institut National de la Recherche Agronomique in Chambéry, Frankrijk.

4.000 jaar geleden telde de wereldbevolking minder dan 20 miljoen mensen. Toch hadden zij ook toen al een ingrijpende invloed op het landschap, concluderen de onderzoekers.

4.700 meren

Voor hun onderzoek maakten ze gebruik van drie bestaande databanken, waarin sinds de jaren 80 gegevens zijn verzameld van inmiddels ruim 4.700 meren over de wereld. Op basis van een aantal randvoorwaarden selecteerden ze 632 meren, voornamelijk op het noordelijk halfrond. Zo moesten de sedimentlagen die zich in de loop der tijd op de bodem van een meer hadden opgestapeld gedateerd zijn. Ook moesten er data zijn van stuifmeel (van allerlei plantengroepen; naast bomen bijvoorbeeld ook struiken, kruiden, mossen) in de verschillende sedimentlagen. En een meer moest tegenwoordig nog steeds water bevatten. Veenmoerassen vielen bijvoorbeeld af, schrijft Jenny. „Daar kun je klimaatveranderingen weliswaar goed aan aflezen, maar sedimentafvoer juist minder.”

Naast de meren met een duidelijk signaal van ontbossing en versnelde erosie, zagen de onderzoekers ook meren (bijna een kwart van de 632) waarbij de aanvoer van sediment juist verminderde zo’n 4.000 jaar geleden. De onderzoekers suggereren dat dit een gevolg is van de bovenstroomse aanleg van dammen, dijken en watermolens. Door het toegenomen beheer van rivieren stroomde er minder sediment af.

Hout voor vuur, huizen, schepen

„Het is interessant onderzoek, en gedegen werk”, zegt Peter Verburg, hoogleraar milieugeografie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Maar hij vindt de uitkomst niet verrassend. Het is al langer duidelijk dat de mens vanaf het begin van de landbouw, zo’n 10.000 jaar geleden, het landschap naar zijn hand zette. „Vroeger was de landbouw extensief. Er waren minder mensen, maar die gebruikten veel grotere stukken land”, zegt Verburg. Er werd bos gekapt om ruimte te maken voor landbouw, maar hout was ook nodig om vuur te maken, voor de bouw van huizen en schepen. Verburg kent ook archeologische vondsten, onder meer in Frankrijk, die erop wijzen dat de mens stukken bos in brand zette om de daarin levende dieren op te jagen en te vangen. „In sommige bosgebieden in Afrika gebeurt dat nog steeds.”

Volgens Verburg blijft de vraag hoe grootschalig de ontbossing, en de erosie, zo’n 4.000 jaar geleden al plaatsvond. De auteurs spreken van een mondiaal signaal. „Maar uit de resultaten blijkt dat het vooral om het Midden-Oosten en Europa gaat”, zegt hij. Bij bijna 40 procent van de geselecteerde meren konden de onderzoekers geen trend bespeuren rond 4.000 jaar geleden. In Noord-Amerika zien ze de versnelling van de sedimentatie pas vanaf zo’n 2.000 jaar geleden. En van het zuidelijk halfrond zijn er maar heel beperkt gegevens.

Er is volgens Verburg een duidelijk verschil met de enorme impact die de mens in de laatste eeuw wereldwijd op zijn omgeving heeft gehad. Met als gevolg een dramatische afname van de biodiversiteit, klimaatopwarming, verarmde bodems, vervuild water, uitputting van grondstoffen en ophoping van afval.