Recensie

Recensie Theater

Janneke de Bijl nipt wat te voorzichtig aan de gifbeker

Cabaretier Janneke de Bijl zingt in haar debuutshow mooie liedjes en kent de pijnpunten van het burgerlijk bestaan, maar zou zelf wel wat onaangepaster mogen zijn.

Scènefoto van Janneke de Bijl
Scènefoto van Janneke de Bijl fotografie Anne van Zantwijk

Janneke de Bijl is zo iemand die je er niet graag bij hebt op een verjaardag. Ze is geen lachebekje, eerder een droefsnoet, wier gezicht - lang en met ietwat hangende ogen – perfect past bij haar zorgelijke natuur. „Ik heb een radio van zorg in mijn hoofd. Ik ben niet zo gezellig” is het eerste wat ze meldt in haar debuutvoorstelling, waarin ze laat zien dat je er snel uit ligt als je elkaar ter begroeting niet minstens drie keer kust of je mails afsluit met ‘warme groet’. Onaangepast zijn mag dan in een burgerlijke wereld moeilijkheden opleveren, voor een cabaretier is het een goudmijn.

Toen De Bijl in 2017 zowel de jury- als publieksprijs van Cameretten won, was haar sombere inborst haar sterkste troef. Ze deed - en doet nog steeds - een beetje denken aan het jongere zusje van Jeroen van Merwijk of Hans Dorrestijn. Ze schetst het leven van een vrouw die zich zorgen maakt over alles, die het maar niet lukt om ‘te genieten’, de plicht van de mens anno nu, en ook nog eens een vriend heeft die net niet in de categorie ‘begeleid wonen’ valt. Kortom: het valt allemaal niet mee. En terwijl haar vriendinnen stuk voor stuk ten prooi vallen aan een opgeruimd leven rond huis, haard en kind, wordt zij zich er zich steeds meer van bewust dat ze nooit zo zal zijn. „Ik wil verslonzen” zingt ze en ze maakt de indruk dit oprecht te willen. Maar daar waar Van Merwijk en Dorrestijn de beker van droefenis volledig leeg drinken en dan ook nog eens in wonderschone taal, nipt De Bijl wat te voorzichtig, ze neigt te braaf naar het midden. Vooral in het begin van haar show doen haar teksten flets en gewoontjes aan en levert zo ieder liedje – het zijn pareltjes – een welkome opleving. De Bijl is onaangepast in een milde variant, ze ontspoort te weinig; je zou willen dat ze gekker durft te zijn, absurder. Ze zegt het zelf ook en is meteen het levende bewijs: vrouwen doen er alles aan om aardig gevonden te worden. „Ik voel me altijd licht bezwaard”, zingt ze verontschuldigend. Terwijl ze zelf het beste weet dat ze er toch nooit bij zal horen en dus maar beter all the way kan gaan.