Bij zeven op de acht patiënten is er niks

Diagnosticeren Dokters verwijzen te vaak door naar het ziekenhuis. Dat kost geld. Nu komt de radioloog echo’s maken bij de huisarts.

Radioloog Ad van Gils en huisarts Özlem Demir kijken naar de echo van een patiënt in de Haagse Transvaalbuurt.
Radioloog Ad van Gils en huisarts Özlem Demir kijken naar de echo van een patiënt in de Haagse Transvaalbuurt. Foto David van Dam

„Waar heeft u pijn?”, vraagt radioloog Ad van Gils aan de vrouw die op tafel ligt. „Buik.” Hij doet gel op het echo-apparaat en wrijft over haar buik. Onderwijl kijkt hij naar het scherm waarop haar ingewanden zwart-wit te zien zijn. „Hoe lang heeft u dat al?” Drie weken. Hij kijkt naar de linkerkant, de rechterkant. „Ik zie niks geks. Ik schrijf een briefje aan uw dokter.” De vrouw knikt en staat op. Klaar.

Een hele stoet vrouwen, en een paar mannen, komen vanochtend langs bij de mobiele poli van radioloog Ad van Gils in huisartsenpraktijk D&A. In een kleine kamer in de praktijk maakt hij echo’s. Bijna niemand spreekt Nederlands. Sommigen zo weinig dat de huisarts of haar assistent – allebei met een Turkse achtergrond – geroepen worden om te vertalen. De één heeft pijn in de hals, de ander bij het oog of de hiel. Maar de meesten hebben pijn in de buik. Van Gils ziet zes patiënten per uur. Bij één op de acht patiënten ziet hij iets dat echt vragen oproept. Hij zegt dan: „Ik bericht uw dokter. Zij zal vertellen wat er verder moet gebeuren.”

Dit is de mobiele poli van de twee ziekenhuizen in Den Haag: het Haga en het Haaglanden Medisch Centrum. Om de groeiende vraag naar diagnostiek te dempen, houden medisch specialisten spreekuur bij huisartsen in de stad. 60 procent van de huisartsenpraktijken doet al mee. De radiologen doen het, de kno-artsen en de gynaecologen. Van Gils: „Veruit de meeste mensen die komen, zijn niet ziek. Doordat we ze hier zien, in hun wijk, hoeven ze niet naar het ziekenhuis te gaan. En ze komen dan ook niet in de cascade van ziekenhuisonderzoeken terecht, die veel geld kosten en vaak onnodig zijn.”

Maar ze hebben toch pijn? Van Gils: „Jawel. Maar dat heeft meestal een andere oorzaak. Ik kan het niet bewijzen, maar ik denk aan stress, eenzaamheid, heimwee. En veel gaat voorbij, zonder dat je íéts doet.”

Hup, naar het ziekenhuis

Hier, in de Transvaalbuurt, staan eindeloze rijen sociale huurwoningen; daaronder Turkse bakkers, Turkse theehuizen, Turkse bruidszaken en kappers. Van Gils komt ook in „heel andere” wijken. De Vogelwijk bijvoorbeeld. Van Gils: „Compleet andere vragen van de patiënt. Veelal hoogopgeleide Nederlanders. Ze gaan minder snel naar de dokter dus áls ze gaan is er vaker echt iets aan de hand.”

Maar de vele expats die er wonen, komen weer wél bij de dokter voor kleine dingen. En ook zij willen hup, door naar het ziekenhuis. „We hebben een goed systeem in Nederland, om naar de huisarts te gaan en te accepteren dat hij of zij je geruststelt. Dat is de ‘poortwachtersfunctie’”, zegt Robert Weij. Hij organiseert de specialistenpoli’s in de wijken. „In andere landen is men gewend om meteen naar een specialist te gaan.”

Voor huisarts Özlem Demir zijn de mobiele poliklinieken een uitkomst. Ze werkt sinds zeven jaar in de Transvaalbuurt. „De cultuur is hier anders”, zegt ze. „Patiënten komen vrij snel bij mij en willen meteen een verwijzing naar het ziekenhuis. Ze accepteren vaak geen ‘nee’. Ik vind het ook moeilijk om nee te zeggen. Nu zeg ik: binnenkort komt de echo-poli weer. Dat klinkt indrukwekkend; ze hebben het gevoel dat er echt naar hun klacht gekeken wordt.” En dat is ook zo, zegt Van Gils.

Veel patiënten in deze wijk gaan naar Turkije voor een total body scan. Die kost daar 300 euro; in Duitsland kost dat 1.200 euro, in Nederland mag hij niet worden uitgevoerd. Weij: „Daar komen weer nieuwe vragen uit voort, naar diagnostiek, en die komen bij de huisarts.”

Weij wil met zijn bedrijf Pluhz de groeiende zorgconsumptie afremmen. In 2006 ging 72 procent van de Nederlanders naar de huisarts, tien jaar later al 77 procent. Men gaat ook vaker: in 2006 gemiddeld 3,5 keer per jaar, in 2016 4,6 keer per jaar. Hij heeft inmiddels tien ziekenhuizen overtuigd om hun medisch specialisten bij toerbeurt spreekuur te laten houden in de wijk: van het Amphia in Breda tot het Isala in Zwolle.

Uit een evaluatie van de afgelopen 2,5 jaar blijkt dat de mobiele poli’s effect hebben. De huisartsen die meedoen, verwijzen tot 24 procent minder patiënten naar het ziekenhuis dan ze in 2016 deden. De vergeleken huisartsen die níét meedoen, verwijzen meer patiënten door dan in 2016.

Specialisten verwijzen door

Weij wijst erop dat ruim de helft van de verwijzingen in het ziekenhuis niet van een huisarts komen maar van collega-medisch specialisten. Men stuurt de patiënt te veel door voor nóg een onderzoekje en nóg een. Radioloog Van Gils: „Zwellingen in de schildklier bijvoorbeeld komen vaak voor. Maar val je in de verkeerde handen, dan halen ze een halve schildklier weg of geven ze je onnodig medicijnen.” Van Gils is al 35 jaar radioloog. Bij de meeste klachten, zegt hij, is de patiënt het beste af met niks doen. Maar soms ontdekt hij iets ernstigs op de echo. Een tumor of een aneurysma. Dan verwijst hij de patiënt wel snel naar het ziekenhuis.

Bedoeling van het kabinet is dat zo veel mogelijk zorg uit de ziekenhuizen gaat en naar de woonwijken. Bij de huisarts en de wijkverpleging. Dat is goedkoper, en de zorgkosten stijgen almaar. In de praktijk willen veel ziekenhuizen toch zo veel mogelijk zorg bij zich houden, merkt Weij. „Anders hebben ze opeens een lege afdeling.”

Staan de verzekeraars, die de zorgkosten moeten beteugelen, dan ook niet te juichen bij deze poli’s? Weij: „CZ, Menzis en ONVZ wel. Zij hebben ons veel vertrouwen gegeven. Maar we zien ook soms twijfel, bijvoorbeeld bij VGZ. VGZ heeft meer dan zeventien maanden werk in de regio Den Bosch niet vergoed. Hierdoor wilde het ziekenhuis uiteindelijk niet meedoen. 626 echo’s zijn toen niet vergoed, waardoor radiologen van het Jeroen Bosch Ziekenhuis en de medewerkers van Pluhz hebben gewerkt zonder vergoeding.”