Opinie

Als Kamerleden hun verleden verbergen

Tom-Jan Meeus

Altijd als een politicus wordt betrapt omdat hij een nevenfunctie of gift is ‘vergeten’, heeft dat ook een geruststellend effect. Je blijft achter met het idee dat het een uitzondering was: dat we van de meeste politici een compleet beeld hebben. Openheid als vanzelfsprekendheid.

Het ongemakkelijke is alleen: daar klopt niets van.

Bert van den Braak, als onderzoeker bij het Parlementair Documentatiecentrum (PDC) de wandelende Wikipedia van het Binnenhof, constateerde maandag dat van de Tweede Kamerleden „nagenoeg de helft geen biografische gegevens [...] heeft gepubliceerd” op de website van de Kamer.

Dus wat parlementariërs in een vorig leven deden, blijft in grofweg 50 procent van de gevallen onder de pet. Partijgebonden is het verschijnsel niet. Ik deed een willekeurige steekproef en vond Kamerleden van VVD, PVV, GroenLinks, PvdD en CDA die op de site van de Tweede Kamer bijna niets over hun arbeidsverleden vermelden. Het betekent niet dat deze gegevens geheim zijn: op gespecialiseerde sites, zoals van het PDC, kun je ze tegen betaling krijgen. Wie geld geeft, mag alles van onze politici weten.

De vraag is hoe dit mogelijk is. Van den Braak, die vrijdag zijn oratie uitsprak als hoogleraar parlementaire geschiedenis in Maastricht, denkt dat de assertieve burger leidt „tot grotere terughoudendheid bij politici”. Tegelijk excelleert Den Haag van oudsher in geveinsde openheid. Gretig analyseren ze er de brilloosheid van Rob Jetten of het oranje jack waarmee oud-vicepremier Maxime Verhagen (Bouwend Nederland) een gewone man neerzet. Alles voor het imago. Maar bekijk kabinetsformaties, of zie hoe verzoeken inzake de Wet openbaar bestuur worden afgewimpeld, en je weet: openheid geldt hier primair als bedreiging.

Het heeft ook gevolgen voor de nationale zelfkennis. Politici worden hier eindeloos geïnterviewd over hetzelfde (hoe zat het met dat bonnetje, Opstelten?) maar verder weten we niets van die mensen. Het viel me weer op na de dood van Ella Vogelaar. In necrologieën ging het eindeloos om haar onfortuinlijke ministersjaren (2007/10), toegespitst op een kwajongensstreek van GeenStijl. Maar uitgerekend nu de roep om meer vrouwen op topfuncties in het bedrijfsleven groeit, doorliep zij een voorbeeldcarrière. Na haar vakbondsjaren was ze commissaris bij talrijke grote ondernemingen, waaronder, vanaf 2000, Unilever Nederland – waar ze formeel ook toezicht hield op de toenmalige personeelsmanager van Calvé in Delft, Mark Rutte. Maar niemand wist het blijkbaar nog.

En door wat nu gebeurt – zo veel Kamerleden die hun verleden mogen maskeren – creëren we in feite hetzelfde: een politiek zonder geheugen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.