‘Willen we dat de overheid zo met burgers omgaat?’

Privacywetgeving Dinsdag dient een unieke rechtszaak. Acht partijen dagvaarden de staat inzake SyRI, het opsporingssysteem voor uitkeringsfraude. Ze komen in het geweer tegen „de massale risicoprofilering van onverdachte burgers.”

Illustratie Pepijn Barnard

‘Het is een moloch van een bureaucratisch ding.” Met deze woorden trok de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb in juli de stekker uit het plan om in de wijken Bloemhof en Hillesluis bijstandsfraude op te sporen met het Systeem Risico Indicatie (SyRI). „Ik kan dit niet toestaan.”

Risicoprofileringssysteem SyRI komt uit de koker van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en koppelt databestanden van de overheid. Aboutaleb zei dat het ministerie allerlei data van Rotterdammers, waaronder zorg- en politiegegevens, wilde „stapelen” in SyRI. En dat ging Aboutaleb en Pels Rijcken, huisadvocaat van de gemeente, te ver. „Zo’n werkwijze is niet proportioneel.”

Dinsdag buigt de rechtbank Den Haag zich over de legitimiteit van SyRI, voor het hele land. Een ‘privacycoalitie’ van acht partijen – waaronder het Platform Bescherming Burgerrechten, Privacy First en twee privépersonen: schrijvers Tommy Wieringa en Maxim Februari (beiden columnist bij NRC) – hebben de Staat der Nederlanden gedagvaard. Zij komen in het geweer tegen „de massale risicoprofilering van onverdachte burgers” en vragen om een verbod op het gebruik van „sleepnet” SyRI. De wet achter SyRI is volgens de partijen in strijd met privacygrondrechten. „Er bestaan betere en minder ingrijpende vormen van fraudebestrijding.”

Waterproef

SyRI stamt uit 2013 en is bedoeld om fraude met sociale voorzieningen op te sporen. Dat gebeurt door gegevens van burgers uit allerlei overheidsdatabases te koppelen en daar een algoritme op los te laten. Dat levert risicoprofielen op van personen met een verhoogd risico op fraude. De Sociale Verzekeringsbank (die kindertoeslag en AOW uitbetaalt), Belastingdienst, IND, UWV en de Inspectie SZW zijn alle op SyRI aangesloten. Om SyRI te gebruiken moeten gemeenten een samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangaan.

Ook voor 2013 werd op vergelijkbare manieren naar fraudeurs gezocht. Zo was er het project Waterproef dat het waterverbruik koppelde aan uitkeringsgegevens. Laag waterverbruik zou een indicatie kunnen zijn van samenwonen op een ander adres en dus van uitkeringsfraude. Na het screenen van 63.000 personen in zestig gemeenten zouden met Waterproef 42 fraudegevallen zijn gevonden.

Het toenmalige College Bescherming Persoonsgegevens (Cbp) was bijzonder kritisch op Waterproef en vergelijkbare projecten. In 2011 legde de toezichthouder de Inspectie SZW een last onder dwangsom op omdat zij in strijd met de wet mensen niet informeerde over hoe hun gegevens gebruikt werden en de gegevens te lang bewaard en slecht beveiligd werden.

Volgens de twee advocaten van de privacycoalitie is SyRI hieraan te danken. „Deze handhavingsacties door het Cbp” hebben de staat „kennelijk doen inzien” dat voor het koppelen van bestanden en opstellen van risicoprofielen van burgers een wettelijke basis nodig is. En dus werd de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) uitgebreid en als hamerstuk zonder debat door de Staten-Generaal geloodst, ondanks forse kritiek van de Raad van State.

Die wet rammelt dus, stellen de advocaten van de privacycoalitie. „Het systeem is in strijd met privacybeginselen in onder meer het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en met privacyverordening AVG”, zegt advocaat Anton Ekker. Inbreuk op privacygrondrechten is toegestaan, maar alleen bij een dwingende maatschappelijke noodzaak en als rekening wordt gehouden met de proportionaliteit. Bij SyRI is die noodzaak niet aangetoond en is geen proportionaliteitsafweging gemaakt. Ook is SyRI in strijd met de vereiste dat burgers kunnen voorzien waarvoor hun persoonsgegevens worden gebruikt. Advocaat Douwe Linders: „Dat de staat de proportionaliteit niet afweegt, is met name problematisch omdat het gaat om ongerichte profilering. SyRI wordt toegepast op hele wijken.”

„De overheid brengt gegevens bij elkaar die mensen ooit voor een ander doel hebben afgestaan en zet die vervolgens tegen hen in”, constateert juriste Merel Hendrickx van het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten (NJCM). „Willen we dat overheid zo met burgers omgaat?”

Strategisch procederen

Bij het NJCM ligt de kiem voor de SyRI-rechtszaak tegen de staat. Het Public Interest Litigation Project (PiLP), onderdeel van het NJCM, voert principiële rechtszaken ter bescherming van de mensenrechten in Nederland. Zij besloot de zaak op te pakken nadat het Platform Bescherming Burgerrechten aanklopte. Daarna groeide de coalitie uit tot acht partijen. De coalitie is mediageniek. Ze heeft een website (bijvoorbaatverdacht.nl) met een animatie die helder uitlegt waar de zaak om draait.

Voor NJCM is de rechtszaak een typisch voorbeeld van ‘strategisch procederen’. „Dat zien wij als middel om politieke, juridische en sociale verandering te bewerkstelligen”, zegt Hendrickx. „Het gaat bij strategisch procederen niet per se om het winnen van de zaak, maar om de impact.”

Een Amicus Curiae-brief van VN-rapporteur voor armoede en mensenrechten Philip Alston is toegevoegd aan de processtukken. „De essentie van het recht op privacy staat op het spel”, schrijft hij. In zijn brief hekelt de VN-rapporteur het feit dat SyRi en voorgangers zoals Waterproef exclusief gericht zijn op „de armste en meest kwetsbare individuen in Nederland”.

Volgens de VN is de SyRI-zaak uniek en is het voor het eerst dat, met een beroep op mensenrechten, wordt geprobeerd een halt toe te roepen aan wat zij in meer landen als zorgelijke ontwikkeling ziet: het via grootschalige dataverzameling opsporen van fraude met sociale voorzieningen.

Toekomst big data

Tegen de achtergrond van zo’n brede groep critici is het opvallend dat SyRi tot nog toe een mislukking blijkt. Pas vijf gemeenten stapten naar het ministerie met het verzoek SyRi in te mogen zetten. En in die gemeenten werd er nog geen fraudegeval mee opgespoord, zo meldde de Volkskrant deze zomer. „Het is een principiële rechtszaak. De overheid zou zich ver moeten houden van dit soort ongerichte profilering”, stellen advocaten Ekker en Linders.

„Deze zaak staat voor iets groters”, zegt privacy- en bigdatajurist Bart van der Sloot van Tilburg University. Als de rechter een streep door SyRi zet – en dat acht hij waarschijnlijk – dan trekt de rechter ook de bodem weg onder vergelijkbare ‘overheidsdatakoppeldrang’. Zo ligt momenteel het Wetsvoorstel gegevensverwerking door samenwerkingsverbanden ter advies bij de Raad van State. Dat moet er voor zorgen dat ook data van private partijen zoals banken kunnen worden gebruikt.

Onlangs schreef Van der Sloot op verzoek van het ministerie van Justitie & Veiligheid een advies over hoe het recht moet worden aangepast om klaar te zijn voor de toekomst van big data. „Ik heb geadviseerd om veel meer ruimte te bieden voor dit soort organisaties die opkomen voor algemeen belang. Dat heeft ook een financiële component, want juist bedrijven en overheidsorganisaties die dit soort projecten uitvoeren zijn bemiddeld en kunnen dit soort zaken heel goed uitzitten.”

Het ministerie van Sociale Zaken wil in aanloop naar de rechtszaak geen vragen over SyRI beantwoorden.