Wie betaalt het Brexit-gat in het EU-budget?

EUropese begroting Het steekspel over de EU-bijdrage voor de komende jaren gaat de eindfase in. Het Britse vertrek laat een extra groot gat achter.

Foto Philipp von Ditfurth

Voor Nederland zou de EU-bijdrage straks stijgen met 75 procent, wat neerkomt op jaarlijks 4 miljard euro extra. En voor Duitsland zelfs 100 procent, ofwel 18 miljard meer per jaar.

Dit laatste blijkt uit berekeningen van de Duitse regering die naar de media zijn gelekt. Nu het debat over het nieuwe meerjarenbudget voor de EU in de eindfase komt, vliegen steeds hogere bedragen over tafel.

Dat de Europese Commissie meer geld wil van de lidstaten, is allang bekend. Maar in de aanloop naar een definitief besluit neemt het verzet toe.

Van alle discussies die Europa verdelen, is die over de meerjarenbegroting een van de meest voorspelbare. Elke zeven jaar moeten de EU-lidstaten het eens worden over hoeveel geld er de komende periode in de pot wordt gestort. En steevast zijn er de verwijten over geldverspilling, gebrekkige solidariteit en gaan de hakken in het zand.

Nu de begroting van 2014-2020 eindigt, wordt het debat feller. Het startschot werd vorig jaar gegeven door de Commissie die, gezien de ambitieuze EU-plannen, voorstelde het budget te verhogen van 1 procent van de gezamenlijk Europese economie naar 1,11 procent: circa 300 miljard meer.

Alleen de suggestie van méér EU-afdrachten is voor sommige lidstaten al taboe, maar de Brexit maakt de discussie ditmaal nog heikeler. Door het komende vertrek van de Britten valt straks jaarlijks een gat van circa 12 miljard euro, dat door de andere landen moet worden opgevuld. Door die extra aanslag zijn nettobetalers – landen die meer inleggen dan ze er voor terugzien – deze keer nog minder bereid over uitbreiding van het budget te onderhandelen.

Daarbij komt dat ook de kortingen voor die landen dreigen te verdwijnen. De Brexit is voor de Commissie een mooie aanleiding deze afspraak af te schaffen. Britten weg, kortingen weg, zo stelde de Commissie voor.

Maar daardoor gaan sommige lidstaten fors meer betalen. Maandag lekte via de Financial Times een interne berekening van Duitsland uit, waarin zelfs wordt uitgegaan van een verdubbeling van de huidige bijdrage van 15 miljard naar 33 miljard in 2027. Onacceptabel, vinden de Duitsers, die zich steeds luider tegen het voorstel keren. Voor Nederland, zo mogelijk nóg feller tegen een stijging, is die Duitse onverzettelijkheid prettig. Samen met Denemarken, Oostenrijk en Zweden staan ze in Brussel bekend als ‘The Frugal Five’: de spaarzame vijf.

Dat deze vijf de loopgraven hebben betrokken, werd duidelijk tijdens de recente top in Brussel. Een door huidig EU-voorzitter Finland opgesteld compromis van tussen de 1,03 en 1,08 procent werd afgewezen. De ‘spaarzamen’ houden vast aan 1 procent.

Maar een groep andere lidstaten wil juist niet snoeien in de begroting. „Hoe kan de nieuwe Commissie haar ambities uitvoeren, als we haar niet het budget geven dat ze daarvoor nodig heeft?”, aldus de Franse president Emmanuel Macron tijdens de top.

De discussie gaat ook over waar het EU-geld heen moet. Minder naar traditionele posten als landbouw- en cohesiefondsen, zo staat in de huidige voorstellen, en meer naar klimaat en innovatie. Maar dat stuit in Oost- en Zuid-Europa, waar men profiteert van de EU-gelden, weer op verzet.

Voor Duitsland en Nederland is die modernisering van de begroting, met meer geld voor veiligheid en klimaat, een belangrijke voorwaarde. Bovendien willen zij EU-subsidies afhankelijk maken van de bereidheid van lidstaten om vluchtelingen op te nemen, en het functioneren van de rechtstaat. Komt er straks toch overeenstemming, dan kan die er zo uitzien: alsnog meer geld, maar wel voor doelen die de spaarzamen willen. Maar een compromis wordt niet verwacht voor voorjaar 2020.