Opinie

Reïntegratie IS-strijders na celstraf is niet kansloos

Kalifaat IS-terugkeerders zijn hier een risico, schrijven Maar níét terughalen is dat ook en we krijgen meer ervaring met ‘deprogrammeren’.
Eenheden van de merendeels Koerdische SDF, begin dit jaar, die een groep krijgsgevangenen bewaken afkomstig uit IS-gebied in Oost-Syrië
Eenheden van de merendeels Koerdische SDF, begin dit jaar, die een groep krijgsgevangenen bewaken afkomstig uit IS-gebied in Oost-Syrië Foto Felipe Dana/AP

De regering geeft nog steeds geen krimp: Syriëgangers worden niet teruggehaald. Ook al wil het Openbaar Ministerie dat juist wel. Al hebben advocaten van de tientallen Nederlandse Syriëgangers die vastzitten in Noord-Syrische vluchtelingenkampen een kort geding tegen de Nederlandse staat aangespannen om de moeders en kinderen terug te halen. Al zegt D66 terecht dat het eveneens een veiligheidsrisico is om ze daar te laten. En al hebben talloze experts uitgelegd dat het goed is om – bij gebrekkige rechtspraak en chaos in Syrië en Irak – de IS-strijders hier te berechten om te voorkomen dat ze hun straf ontlopen en de gewapende strijd voortzetten.

Dat de regering, met name de VVD-ministers, dit toch niet doet, heeft te maken met angst. Angst voor het electoraat dat meer ziet in struisvogelpolitiek („laat ze daar maar creperen”). Maar ook angst voor het risico dat IS-strijders bij terugkeer vormen voor de Nederlandse samenleving.

In de discussie wordt die angst ofwel van tafel geveegd („humanitaire overwegingen zijn belangrijker”) of wel volstrekt vanzelfsprekend geacht. Wij willen die angst serieus nemen en verder uitwerken. Wat kunnen we nu al op basis van wetenschappelijk onderzoek zeggen over dat risico? Hoe waarschijnlijk is het dat ze de strijd zullen voortzetten?

Allereerst moeten we erkennen dat er weinig precedent is. In Nederland heeft zich niet eerder een vergelijkbare situatie voorgedaan. Vergelijkingen met Spanjestrijders uit 1936-’39, Zoeaven – de buitenlandse vrijwilligers die de pauselijke staat in de negentiende eeuw verdedigden tegen Italiaanse nationalisten – of Nederlandse SS’ers gaan mank, want die vochten elders en zagen in Nederland geen strijdtoneel, noch waren ze van plan hier aanslagen te plegen. De geschiedenis levert hier dus weinig aanknopingspunten: niet om het risico te bagatelliseren en ook niet om het te benadrukken.

Cognitieve dissonantie

Aan de sociale psychologie hebben we dan wat meer. Op basis van waarnemingen die wij en anderen hebben gedaan, onder meer bij geïnterneerde terrorismeverdachten uit eerdere ‘golven’ (gedetineerden die na 2004 maar voor 2013 zijn veroordeeld), kunnen we concluderen dat gearresteerde terrorismeverdachten vooral last hebben van ‘cognitieve dissonantie’. Dit fenomeen duidt op de stress die mensen ervaren als hun daden niet overeenkomen met hoe zij zichzelf graag willen zien, namelijk als een rechtvaardig persoon die het juiste doet.

Dit zal voor IS-terugkeerders naar verwachting in sterkere mate gelden. Zij hebben vreselijke dingen meegemaakt of er als strijder zelf aan meegedaan. Ze komen uit een chaotisch oorlogsgebied. Ze hebben alleen of met hun kinderen onder vreselijke omstandigheden in een kamp vastgezeten. De kloof met hun oorspronkelijke overtuiging, hun idealisme – hoe onbegrijpelijk en morbide dat voor ons ook is – zal na terugkeer enorm zijn. In zulke gevallen vertonen mensen cognitief vluchtgedrag: ze ontkennen dat ze iets hebben gezien en al helemaal dat ze zelf hebben meegedaan.

Pete Hoekstra: ‘Het ophalen van Syriëgangers is de enige realistische optie’

Gedrag goedpraten

Veel uitreizigers die in een eerder stadium naar het kalifaat zijn gegaan of dat hebben geprobeerd, vertonen dit gedrag. Wat bij IS-terugkeerders valt te verwachten, is dat ze hun gedrag gaan goedpraten – de islam moest immers verdedigd worden, Assad was een despoot die bestreden moest worden, het kalifaat moest zich kunnen verdedigen tegen vijanden et cetera.

Sinds de psycholoog Leon Festinger het verschijnsel van cognitieve dissonantie in 1957 uitwerkte, weten we hoe krachtig dit mechanisme is. Iedereen doet aan zelfrechtvaardiging. En zeker als je iets hebt opgegeven en geïnvesteerd in extreme wereldbeelden (in je sekte, of je radicale vriendengroep) is het extra moeilijk die overtuigingen los te laten. Het komt voor dat mensen er juist nog harder in gaan geloven.

Op grond hiervan moeten we dan ook concluderen dat het zeer waarschijnlijk is dat IS-terugkeerders – als ze niet in een lethargische depressie belanden – hun gedachtengoed nog fanatieker zullen verdedigen en navolgen. Inclusief de strijd met andersdenkenden. In zoverre is het risico op aanslagen reëel, en de angst voor blijvende dreiging van Syrië-gangers na terugkeer terecht.

Het heeft geen zin dat risico te ontkennen. Wel kan en moet er mee gewerkt worden – Nederlandse IS-strijders en hun gezinnen daar laten houdt óók een risico in, omdat een aantal van hen inclusief geradicaliseerde kinderen clandestien in Europa kan terugkeren zonder dat we er grip op hebben.

Het Nederlandse detentiesysteem heeft sinds een aantal jaren ervaring met terrorismegedetineerden. Het gaat ook niet om hordes, maar om enkele tientallen personen. Er zijn bovendien al diverse programma’s gericht op deradicalisering, omgaan met radicale overtuigingen en reïntegreren van radicale ex-gedetineerden in de samenleving.

Commentaar: Nederland kan terugkeer Syriëgangers niet blijven blokkeren

Maatwerk gevraagd

Is er op basis van ervaring en theorie al iets te zeggen over wat kan werken? In elk geval: Het herhaaldelijk aanbieden van informatie die ingaat tegen de culturele wereldbeelden van de extremist door vertrouwenwekkende gesprekspartners. Hem (en haar) de confrontatie met de realiteit aan laten gaan. Ontwijkingsgedrag – argumenten als „Ja, maar zij begonnen” – niet accepteren. Zulke informatie moet op individuele personen worden toegesneden. Kortom: wetenschappelijk onderbouwd maatwerk gevraagd.

Strijders, met hun traumatische frontervaring, zullen anders behandeld moeten worden dan vrouwen die bijvoorbeeld vooral in woord en geschrift het jihadisme hebben verspreid. Kinderen zijn een verhaal apart en vertonen de meeste weerbaarheid en flexibiliteit in het aanpassen van hun overtuigingen aan de realiteit, zij kunnen het beste hun cognitieve dissonantiestress overwinnen en ‘normaliseren’.

Wat wij niet begrijpen is waarom het debat zo is verzand in onvruchtbare, oppervlakkige tegenstellingen, en waarom het ministerie van Justitie en Veiligheid dan wel andere betrokken instanties niet nadrukkelijker naar voren treden en uitleggen wat de mogelijkheden zijn om terugkeerders te ‘deprogrammeren’. Angsten moet je serieus nemen. Mogelijkheden en verantwoordelijkheden ook.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.