Ouders dupe van fiscus én fraude bij kinderopvang

Fraude In Rotterdam zijn tientallen kwetsbare gezinnen de dupe geworden van fraude bij twee kinderopvangorganisaties. Volgens een interne richtlijn mag de fiscus dit niet verhalen op de ouders: toch blijven ze dit doen.

Foto Kees van de Veen

Na Eindhoven eerder dit jaar blijken nu ook in de regio Rotterdam meer dan honderd huishoudens met jonge kinderen in grote financiële problemen te zijn gekomen door het onterecht terugvorderen van kinderopvangtoeslag.

Trouw en RTL Nieuws publiceerden het afgelopen weekend over een interne richtlijn van de Belastingdienst, die ook in handen is van NRC. De richtlijn gaat over de vraag of er sprake is van opzet of schuld van ouders bij het foutief aanvragen van kinderopvangtoeslag, waarbij wordt opgemerkt dat ouders niet verantwoordelijk zijn als er sprake is van een frauderende kinderopvang.

Toch blijkt de Belastingdienst in de praktijk geen rekening met de richtlijn te houden. Nazmiye Karaduman, die twee van haar kinderen onderbracht bij kinderopvang ’t Voortvarend Scheepje in Rotterdam, vindt de houding van de Belastingdienst verwarrend en frustrerend. „Als ik de Belastingdienst vroeg wat het probleem was waren ze in eerste instantie heel vriendelijk,” zegt Karaduman. „Maar zodra ze mijn sofinummer opzoeken in het systeem geven ze geen antwoord meer en kunnen ze ineens niets voor me betekenen.”

Karaduman bouwde bijna 30.000 euro schuld op door subsidiefraude bij de kinderopvang. Tevergeefs tekende ze jarenlang bezwaar aan tegen de terugvorderingen, maar bij de Belastingdienst geldt in het geval van kinderopvangtoeslag in de praktijk altijd dat de ouder betaalt. Ook als ze de dupe zijn van frauderende kinderopvangcentra.

De afgelopen maanden sprak NRC met diverse ouders en medewerkers van twee kinderopvangcentra in de regio Rotterdam. Van de ene opvang – De Parel in Capelle aan de IJssel – werd de directeur veroordeeld voor kinderopvangfraude. Bij de andere opvang – ’t Voortvarend Scheepje in Rotterdam – deed de FIOD een inval vanwege vermeende belastingfraude en deden ook de ouders aangifte tegen de directie wegens toeslagenfraude.

Vertrouwensrelatie

Het verhaal van gedupeerde Nazmiye Karaduman begint in 2008, als ze opvang zoekt voor haar twee kinderen. Ze werkt, net als haar man, en heeft flexibele opvang nodig. Eentje die nog laat open is, zodat overwerken geen probleem is, en waarbij de kinderen onverwachts een dagje extra terecht kunnen als dat nodig is.

Opvang ’t Voortvarend Scheepje biedt dit alles en een bevriende buurtbewoner introduceert Karaduman bij de directeur. Het klikt meteen.

Ruim vijf jaar later noemt Karaduman haar nog altijd een warme vrouw: „Ik vind het nog steeds moeilijk voor te stellen dat ze moedwillig fraude heeft gepleegd.” Karaduman heeft haar altijd vertrouwd: „Ja, ook met mijn DigiD. We kenden haar en ze had beloofd dat ze alles voor ons zou regelen.”

Bij ’t Voortvarend Scheepje ging het dus om flexibele opvang, waarbij de opvang alles voor de ouders regelde. Ouders konden ervoor kiezen hun DigiD af te staan. De ouders die dit niet vertrouwden, mochten zelf inloggen op de computer. Daarbij werd, zo bleek achteraf, gewerkt met een schaduwvenster dat de inloggegevens onthield. De directeur van ’t Voortvarend Scheepje kwam over als de reddende engel waarop ouders blindelings vertrouwden. Ze was op de hoogte van de thuissituaties en persoonlijke problemen, en was er altijd om een helpende hand te bieden.

Lees ook: Somber en blut door fouten met kinderopvangtoeslag

Ook bij kinderopvang de Parel creëerden de eigenaren een sterke vertrouwensband met de ouders. Er was een nauwe samenwerking met basisscholen en de directie van de Parel wist een medewerker van een naburige basisschool te overtuigen om te komen werken op de kinderopvang. „Ik vond het niet erg om als vertrouwd gezicht de opvang een steuntje in de rug te geven bij de oprichting”, zegt Willeke Ravenna, een medewerker bij de Parel die uiteindelijk klokkenluider zou worden in deze zaak. „Wat ik erg vond, was dat later bleek dat ik was ingezet om de fraude van de eigenaren te faciliteren.”

Het ging in Rotterdam vaak om ouders in kwetsbare situaties, zegt Gjalt Jellesma, voorzitter van de belangenvereniging voor ouders Boink. Ouders met lage inkomens die sterk afhankelijk zijn van de toeslagen. Sommige ouders waren de Nederlandse taal niet machtig, of het betrof jonge moeders die fulltime studeren, of alleenstaande ouders die lange dagen werken om rond te komen. Wat de gedupeerde ouders gemeen hebben is dat ze niet goed uit de voeten kunnen met de ingewikkelde systemen van de Belastingdienst. En dat ze sterk afhankelijk zijn van opvang en niet snel het handelen van die betreffende opvang in twijfel trekken.

‘Ze manipuleerde je’

Zo ging het ook bij Karaduman. In eerste instantie bracht ze alleen haar kinderen naar ’t Voortvarend Scheepje, maar toen de directeur vroeg of ze voor haar wilde werken, ging Karaduman in 2009 aan de slag als leidster. Pas toen begonnen haar dingen op te vallen: „Ze manipuleerde ouders. Als ze hun kinderen minder vaak naar de opvang wilden sturen, of ze er zelfs vanaf wilden halen, dan werd ze boos. Ze kwam met een opsomming van alles wat ze ooit voor jou had gedaan en zette je onder druk, net zolang tot je er maar vanaf zag.”

En dus bleven ook de kinderen van Karaduman op ’t Voortvarend Scheepje, totdat ze een brief van de Belastingdienst ontving: of ze over 2011 duizenden euro’s aan onterecht ontvangen toeslagen wilde terugbetalen. Ze was net bevallen van haar jongste zoon en de directeur van de opvang was zelfs op kraambezoek geweest. Maar toen de Belastingdienst aanklopte, werd het duidelijk dat ze niets voor Karaduman kon en wilde betekenen: „Ik moest mezelf maar redden.”

Frauderende Rotterdamse kinderopvang kopieerde inloggegevens DigiD van ouders

„Ik heb een advocaat in de arm genomen die haar best voor me heeft gedaan, maar we konden weinig doen. Vrijwel iedere zaak tegen de Belastingdienst verloren we, omdat ik volgens hen onvoldoende kon bewijzen dat ik slachtoffer was.”

Ouders van ’t Voortvarend scheepje kregen geen kwitanties van de betaalde ouderbijdrage en ontvingen, afgezien van een algemeen jaaroverzicht, geen facturen. Daarnaast werd de eigen bijdrage, op verzoek van de opvang, soms contant betaald. Omdat de toeslagen direct werden uitbetaald op de bankrekening van de opvang, zochten ouders hier niets achter.

Afgelopen woensdag deed de Raad van State een baanbrekende uitspraak in een procedure over het onterecht terugvorderen van kinderopvangtoeslag. De Raad stelde de moeder in het gelijk en oordeelde dat de Belastingdienst onterecht betaalde toeslagen óók kon verhalen op een derde wanneer er sprake was van fraude, bijvoorbeeld op de opvang zelf. De Raad erkende hiermee voor het eerst dat de harde aanpak van de Belastingdienst problematisch is en breekt daarmee met haar eerdere jurisprudentie.

Richtlijn genegeerd

Maar hoe baanbrekend de uitspraak ook mag zijn, deze was – in ieder geval deels – niet nodig geweest als de Belastingdienst zich eerder simpelweg aan zijn interne richtlijn had gehouden, en de toeslagen niet terug had gevorderd bij gedupeerde ouders van frauderende opvangcentra.

„In het verleden zijn er een aantal frauduleuze opvangbureaus geweest waarbij we het niet betalen van de eigen bijdrage niet aan de klant verwijten”, zo is te lezen in een interne richtlijn van de Belastingdienst uit 2015. De richtlijn, een kader over opzet en grove schuld, ziet toe op het terugvorderen van onterecht uitbetaalde toeslagen bij ouders.

Naast de duidelijke regels voor opzet is de richtlijn ook helder over iets anders: in geval van fraude door de opvang mogen ouders niet de dupe worden. En daarnaast, zoals meerdere keren wordt benadrukt, is de richtlijn geen hard beleid: iedere zaak dient los van de ander te worden bekeken en beoordeeld.

Toch kregen de ouders van De Parel het label opzet of grove schuld opgeplakt door de fiscus en ontvangen ze nog steeds terugvorderingen. Twee of drie ouders hebben een betalingsregeling met de Belastingdienst kunnen treffen, de andere ouders werden afgewezen of kregen geen antwoord.

Het aantal ouders dat de schuld heeft afbetaald, is op één hand te tellen. Klokkenluider Willeke Ravenna en Jaap Spigt, oud-advocaat van De Parel, zochten contact met toenmalig directeur-generaal van de Belastingdienst Peter Veld. Maar hoewel het volgens Ravenna en Spigt een constructief gesprek was, leidde dit tot niets en vertrok Veld kort daarna bij de dienst.

Toch gaan de meeste terugvorderingen door, ofschoon de ouders meerdere keren bezwaar hebben aangetekend en aan hebben gegeven dat ze het slachtoffer zijn van fraude. En ondanks een strafrechtelijke veroordeling van de directie van De Parel en een rechterlijke uitspraak die ouders in het vonnis nadrukkelijk als slachtoffers aanmerkt.

Het betalen van een eigen bijdrage is een voorwaarde voor het recht op kinderopvangtoeslag, zo meldt de richtlijn. Geen eigen bijdrage betekent vrijwel altijd opzet of grove schuld, want zo redeneert de dienst: de burger wordt geacht de wet te kennen.

Net als bij ’t Voortvarend Scheepje werd bij de Parel geen – of geen volledige – eigen bijdrage gerekend. Enige voorwaarde? De toeslagen moeten rechtstreeks uitbetaald worden op de rekening van de opvang.

Politieke ophef

Doordat de frauderende opvangcentra over de DigiD’s van ouders beschikten, kon achter de schermen het aantal opvanguren worden gewijzigd. Kinderen werden voor meer uren geregistreerd dan dat ze daadwerkelijk werden opgevangen, of ouders moesten onder het mom van ‘flexibiliteit’ vaste pakketten afnemen met een hoger aantal uren dan dat hun kind daadwerkelijk naar de opvang ging.

En doordat ouders geen eigen bijdrage – een percentage van het totaalbedrag – betaalden, geen facturen ontvingen en het geld rechtstreeks door de Belastingdienst aan de opvang werd uitbetaald, bleef de fraude onopgemerkt.

Het afgelopen jaar is de opstelling van de Belastingdienst in de zogenaamde CAF-procedures – de zaken van het omstreden fraudebestrijdingsteam bij een gastouderbureau in Eindhoven – veelvuldig in het nieuws geweest. Maar de ophef rond CAF is niet de eerste keer dat de problemen bij de Belastingdienst worden aangekaart. De afgelopen jaren is de kwestie herhaaldelijk onder de aandacht gebracht door Kamerleden en de Nationale Ombudsman. Aan de praktijk bij de fiscus veranderde niets; de terugvorderingen gingen door.

Een deel van de ouders kampt met fysieke of mentale klachten door stress. Een vader van De Parel kreeg een hartinfarct. Ouders kwamen voor het dilemma te staan: geen opvang en dus minder mogelijkheden om te werken.

Aan de andere kant: niet werken betekent ook een gebrek aan geld om de terugvorderingen mee te betalen. Families werden bijna uit huis gezet, jonge moeders moesten hun studie stopzetten.

Voor de gedupeerde ouders voelde dit als dubbel verraad, zegt Willeke Ravenna. “Aan de ene kant knok je tegen een oplichter, aan de andere kant tegen een overheidsinstantie die steken laat vallen.”

Met medewerking van Laura Boog.