Bouwplaats in Woerden, waar appartementen zouden moeten komen. Veel bouwprojecten liggen nu stil vanwege regelgeving rond PFAS. Bouwers demonstreren woensdag in Den Haag.

Foto Daniel Niessen

‘Je hóéft niet alles plat te leggen’

Annemarie van Wezel | Hoogleraar environmental ecology Bouwers staan woensdag op het Malieveld omdat synthetische stoffen hun projecten stilleggen. Hoe gevaarlijk zijn die eigenlijk?

Het belangrijkste dat je moet weten over PFAS is dat we maar heel weinig weten. Annemarie van Wezel, hoogleraar Environmental Ecology aan de Universiteit van Amsterdam, weet dat ze voor eigen parochie preekt, maar toch kan ze het niet laten: „We moeten veel meer onderzoek doen. We noemen het een PFAS-discussie, maar eigenlijk gaat het om duizenden stoffen en we weten maar van een heel klein aantal wat voor gevolgen ze hebben.”

PFAS, of perfluorverbindingen zoals Van Wezel ze consequent noemt, zijn zo’n zesduizend synthetische stoffen die nagenoeg onafbreekbaar zijn, veelvuldig gebruikt worden, daarom in het milieu voorkomen, en bovendien mogelijk kankerverwekkend zijn. Dus vormen ze een probleem, oordeelde staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66) in juni.

Sinds 1 oktober moet alle grond gecontroleerd worden op PFAS. Die mag niet meer dan 0,1 microgram PFAS per kilo grond bevatten – in de buurt van industrie- en woongebieden ligt die limiet hoger, op 3 microgram. Komt de gemeten waarde daarboven, dan mag de grond niet worden verplaatst. Zodra metingen de vervuiling per regio in kaart hebben gebracht, mag grond met minder PFAS wel naar grond met meer PFAS verscheept worden. Andersom niet.

Voor de bouw-, infra- en grondverzetsector heeft dit desastreuze gevolgen, zeggen ze. Projecten liggen stil, vrachtwagens staan leeg en mensen zitten werkloos thuis. Het duurt de bouwers allemaal te lang en daarom gaan ze woensdag met hun machines „het Malieveld volzetten” tijdens een grote demonstratie.

De boeren demonstreerden om de PAS, het stikstofbeleid, de bouwers nu ook om PFAS. Zijn de problemen vergelijkbaar?

„Het enige dat vergelijkbaar is, is dat beide sectoren met grote machines naar het Malieveld komen waar iedereen toch een beetje van schrikt. En je zou de beroepsgroepen vergelijkbaar kunnen noemen.

„De stikstofproblematiek is ontstaan omdat er Europese regels zijn voor de bouw rond Natura 2000-gebieden waar Nederland zich aan moet houden en waar we natuurdoelen voor hebben vastgelegd. Het vorige beleid van het kabinet voldeed daar niet aan, heeft de Raad van State dit jaar bepaald. Voor bodembeleid zijn er geen Europese richtlijnen. Dat geeft Nederland de vrijheid zaken zoals grondverzet helemaal op een eigen, nationale manier te regelen.”

„Dat PFAS toxisch zijn en in de grond en in ons grond- en drinkwater zitten, weten we al veel langer. De stoffen zitten in blusschuim, antiaanbakpannen, jassen met waterafstotende en vuilwerende lagen. Van zichzelf komen PFAS niet in de natuur voor, maar sinds de mens deze stoffen op grote schaal maakt en gebruikt wel. Dat komt omdat ze zich snel verspreiden en nauwelijks worden afgebroken. Dat begint zich op te hopen, en op een gegeven moment wordt dat problematisch.”

De vrijheid om eigen bodembeleid te maken heeft de overheid gebruikt om regels op te leggen die volgens de bouwers „onwerkbaar” zijn. Vindt u dat ook?

„Bij het opstellen van beleid is het belangrijk dat voorzorg en proportionaliteit in balans zijn, schrijft het Europese verdrag van Lissabon voor. De vraag is of dat hier afdoende het geval is. Ik heb onvoldoende inzicht of de moord en brand die de bouwsector schreeuwt terecht is, dat laat ik aan de politiek.

Lees ook: Bouwdemonstranten willen ‘honderden wagens en materiaal’ op Malieveld

„Maar het is wel raar dat op het moment dat je grond op je schep hebt liggen, de aanwezigheid van PFAS opeens een probleem is. Terwijl als je de grond laat liggen waar het ligt, we ons er niet druk over maken. Dat is niet logisch, die grond is dan toch ook vervuild?

„Al het geld dat het stopzetten van de bouw kost, zouden we ook kunnen investeren in het aanpakken van de uitstoot van PFAS. De vervuiling is een gegeven, en het is zo wijdverspreid dat daar alleen met heel veel geld iets aan te doen is. Ik denk dat preventie van verdere vervuiling prioriteit verdient. Zorg ervoor dat het niet erger wordt. Dus kijk naar de bronnen: chemische producenten, afvalverwerkingsbedrijven, brandblusoefenterreinen. Laat producenten meer verantwoordelijkheid nemen om de emissie van PFAS te voorkomen. Dan hoef je niet alles plat te leggen.”

Bouwers klagen dat de waarden van PFAS in de natuur en in ons lichaam hoger zijn dan de nu ingestelde norm. Vormen die waarden een gevaar voor de volksgezondheid?

„We weten maar van een aantal PFAS – zoals PFOA, PFOS en GenX – in welke mate ze toxisch kunnen zijn voor de mens. Van heel veel PFAS weten we dus nog veel te weinig. Maar van de aanwezigheid van GenX in het drinkwater weten we bijvoorbeeld dat je je leven lang dagelijks ongeveer tien liter water van de meest vervuilde plekken in Nederland moet drinken om je eigen gezondheid in gevaar te brengen. Dus het is niet zo dat de concentraties die nu voorkomen in drinkwater tot gezondheidsrisico’s leiden.

„We zitten er relatief gezien wel bij in de buurt. Een mens drinkt zo’n twee liter water per dag, dus het wordt een risico als je dat met factor vijf vermenigvuldigt. Voor veel andere stoffen is die veiligheidsfactor veel hoger, bijvoorbeeld een factor honderd of duizend, omdat deze stoffen heel persistent zijn en zich kunnen ophopen in ons lichaam. Op termijn kan de aanwezigheid van PFAS dus wel een risico worden.”

Volgens het RIVM is de ondergrens van het kabinet „niet wetenschappelijk onderbouwd”. Zijn zulke voorzorgsmaatregelen dan proportioneel?

„Dat iets niet wetenschappelijk onderbouwd is en je toch voorzorgsmaatregelen neemt, dat mag, nee, dat moet zelfs vanuit het Europese verdrag van Lissabon. Better safe than sorry, zeggen ze dan. Er zijn heel veel voorbeelden van stoffen waarbij we vooraf geen maatregelen hebben genomen en die later problematisch bleken te zijn. Denk aan de bestrijdingsmiddelen imidacloprid en thiacloprid, waarvan de giftigheid voor het milieu veel hoger bleek dan we in eerste instantie dachten.”

Wat kan het kabinet nog meer doen om te voorkomen dat PFAS een gevaar gaan vormen?

„Op dit moment zijn schadelijke PFAS zoals PFOA en PFOS al verboden, die mogen niet meer geproduceerd of verhandeld worden. Maar de markt vraagt wel om de functionaliteit die deze stoffen hebben. We willen vuur kunnen blussen, dat onze jassen waterafstotend zijn en dat onze pannetjes niet aanbakken. Dus producenten maken zusjes of broertjes van deze stoffen die er veel op lijken. In de praktijk zijn dit vaak regrettable substitutions, vervangingen waar je spijt van krijgt, want ook deze stoffen hebben vaak ook en soms zelfs grotere negatieve gevolgen. Wat je moet doen is beleid maken voor een hele categorie van stoffen, de familiestamboom aanpakken. Want anders blijf je bezig.”