Opinie

Hoe centrale bankiers echte helden werden

Menno Tamminga

Je hebt stervelingen. Je hebt topvoetballers. Filmsterren. Popsterren. En je hebt ‘super’ Mario. Deze week gaat Mario Draghi met pensioen als president van de Europese Centrale Bank. Zijn vertrek houdt media en financiële markten al weken bezig. Waarom eigenlijk? Waarom hebben centralebankpresidenten, de zuinige pseudo-ambtenaren die gesloten technocratische bolwerken leiden, zo’n sterrenstatus gekregen?

Volg het spoor terug en je komt uit bij een radicale beleidswijziging, deze maand precies veertig jaar geleden. Dat was op 6 oktober 1979, een zaterdag. Paul Volcker, de nieuwe voorzitter van het stelsel van Amerikaanse centrale banken (de Fed), kondigde actie aan tegen de onbeheersbare inflatie. Prijzen stegen steeds sneller, dus eisten vakbonden hogere lonen en verhoogden bedrijven nog snel hun prijzen. De verwáchting van hogere inflatie raakte ingebakken in de economie. De Fed was tegen die inflatie, maar ook bang dat stevige renteverhogingen economische krimp zouden opleveren.

Lees ook dit achtergrondverhaal: De vier gezichten van de sluwe redder van de euro

Niet Volcker. Om de tot 10 procent gestegen inflatie te beteugelen, verhoogde de Fed de rente in 1980 naar 20 procent. Dat veroorzaakte inderdaad een economische recessie. Maar de inflatie daalde, de economie herstelde, de beurzen begonnen aan ongekende koersstijgingen.

Volcker had de geloofwaardigheid van inflatiebestrijding tegenover het publiek, de politici en de financiële markten hersteld. Hij was de held. Zijn beleid was de nieuwe norm voor zijn opvolgers in de VS en Europa.

En nu? De inflatie is laag. Er is sprake van negatieve rente. De overeenkomsten met 1979 zijn echter talrijker dan de verschillen. Lage inflatie is en blijft prioriteit 1, 2 en 3. Drieste maatregelen zijn gemeengoed geworden.

De escalatie van de rentepolitiek houdt een legertje economen, analisten en geldbeheerders bezig die moeten voorspellen of de rente verandert. Met hoeveel. En wanneer. Wat de Kremlin-watchers in de Koude Oorlog waren, zijn deze ECB- en Fed-watchers nu. Toen stonden vrede en veiligheid op het spel, nu gaat het om de prijs van woninghypotheken en de waarde van pensioenen. Anders gezegd: om het hebben en houden van de middenklasse.

Om de ECB- en Fed-watchers een handje te helpen en misinterpretaties te voorkomen, doen centrale banken hun best om de financiële markten voor te bereiden op wat komen gaat. Dat moet de geloofwaardigheid dienen van de rentepolitiek. De ECB onderstreept dat met regelmatige persconferenties, die de sterrenstatus bevestigen van de president. Kijk, hier zit de man/vrouw met de vinger aan de knop van de rentestand. Draghi kreeg als een echte ster vorige week een gul applaus na zijn laatste persconferentie.

Volcker werd met zijn rentebeleid een politiek doelwit. In het Congres gingen stemmen op om een afzettingsprocedure (impeachment) in gang te zetten. Autodealers stuurden doodskisten met de sleutels van onverkochte auto’s. Draghi kan erover meepraten. Als ‘Draghila’ afgebeeld in Bild, kop van Jut in Duitsland en Nederland vanwege de ultralage rentepolitiek, die spaarders verarmt en het failliet van het pensioenstelsel inluidt. Draghi’s drieste politiek en de belofte van big bazookas hebben de euro gered, de economie gestimuleerd en miljoenen Europeanen een baan opgeleverd.

De keerzijde: de lage rente heeft beleggingen en huizenprijzen de hemel ingejaagd. De vermogensverschillen binnen en tussen generaties zijn verder vergroot. Dat kan wel eens net zo’n hardnekkige trend zijn als die galopperende inflatie veertig jaar geleden. Ditmaal zijn centrale banken mede de oorzaak, niet de oplossing.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.