Recensie

Recensie Beeldende kunst

Doormidden geknipte tekeningen als frustraties uit het kunstenaarsleven

Een selectie van tekeningen en aquarellen uit de collectie van het Kröller-Müller Museum verbeeldt aspecten van zowel het alledaagse als het ongewone leven tussen 1850 en 1950.

Jan Toorop, Zeegezicht
Jan Toorop, Zeegezicht

„Deugt niet”, staat er met dikke zwarte krijtletters geschreven dwars over een grote, deels doorgekraste tekening van Jan Toorop. De letters zijn er duidelijk niet in een opwelling op geklad, maar vrij zorgvuldig geplaatst en verschillende keren overgetrokken. De kunstenaar was er zeker van: deze tekening voldeed niet aan zijn eisen. Op de achterzijde van het blad plakte hij een andere tekening, met een voorstelling van vissers die op het strand hun netten gereedmaken (1891). Zo toont de ene kant van het blad een scène uit het leven van de zeelui, de andere een episode uit dat van de kunstenaar.

Lees ook: De onontkoombare familiebanden van de Toorop-dynastie

Of de samenstellers van de expositie Het leven getekend in het Kröller-Müller Museum het precies zo hebben bedoeld, laat zich moeilijk vaststellen. De Toorop-tekening illustreert in elk geval wel hoe breed het concept is opgevat. Een keuze van 150 tekeningen en aquarellen uit de eigen collectie, stammend uit het Europa van 1850 tot 1950, geeft een beeld van allerlei aspecten van ‘het leven’: van portretten, het gewone leven van alledag en zijn mondaine variant in de avond, tot zelfs zijn tegendeel aan toe. Levenloos, immers, zijn de flessen en potten in de drie grote stillevens van Juan Gris. En de gedetailleerd weergegeven mol op een kleine tekening van Julie de Graag is dood.

Alledaags

Het thema van de expositie lijkt dan ook vooral te zijn opgevat als een aanleiding om eens flink uit pakken met een greep uit de collectie werken op papier, die wegens hun kwetsbaarheid niet vaak kunnen worden getoond. Zoals het hele bezit van het museum vindt ook deze deelcollectie haar oorsprong in de privéverzameling van Helene Kröller-Müller (1869-1939). Haar voorkeur ging uit naar vooral Nederlandse en Franse kunstenaars van de tweede helft van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste.

De expositie weerspiegelt deze preferentie, ook door speciale aandacht te besteden aan de persoonlijke favorieten Isaac Israëls, Jan Toorop en de minder bekende Julie de Graag. Hoe representatief de keuze verder is, blijft onduidelijk: er is bijvoorbeeld geen werk te zien van Vincent van Gogh, aan wie een belangstelling voor het alledaagse toch niet kan worden ontzegd, en van wiens hand de verzamelaarster een groot aantal tekeningen bezat.

Haar interesse voor de abstractie in de kunst wordt hier slechts zichtbaar in enkele werken, zoals een naakte vrouw van Picasso, en een fascinerend beeld dat de Oekraïense Aleksandr Bogomazov schetste van de drukte in de Chresjtsjatyk, de hoofdstraat van Kiev.

Glimp

Een tekening van een lezende jongen door Bart van der Leck (1906) is een tweede voorbeeld van een werk dat kennelijk door de kunstenaar zelf is afgekeurd. De frontaal uitgebeelde jongeman die achter een tafel zit te lezen, is op borsthoogte in tweeën geknipt, waarna Van der Leck de achterzijden opnieuw heeft betekend. De twee helften hebben een gescheiden bestaan geleid tot ze op verschillende momenten in de collectie het museum terecht kwamen. Net als bij de door Toorop afgekeurde tekening, tonen de nu herenigde bladen een glimp uit het kunstenaarsleven dat we eigenlijk niet hadden mogen zien.