‘Er heerste een sfeer van hard, harder, hardst’

wetswijziging SyRI, nu zeer controversieel, werd zes jaar geleden als hamerstuk aangenomen. „Ik denk dat we de gevolgen toen niet goed zagen.”

Premier Mark Rutte Lodewijk Asscher ( PvdA) in de Tweede Kamer.Foto Jerry Lampen / ANP
Premier Mark Rutte Lodewijk Asscher ( PvdA) in de Tweede Kamer.Foto Jerry Lampen / ANP

Soms vindt de Tweede Kamer een wetswijziging zó vanzelfsprekend dat niemand daar een debat of stemming over aanvraagt. Zonde van de tijd. De wetswijziging die het fraudeopsporingssysteem SyRI mogelijk maakte, was zo’n wet. De Tweede Kamer keurde die zes jaar geleden goed als een zogenoemd ‘hamerstuk’. Op donderdagochtend 12 september 2013 las Kamervoorzitter Anouchka van Miltenburg, in een grotendeels lege Tweede Kamer, de naam van de wetswijziging voor. Ze zei dat de wet „zonder beraadslagen en zonder stemming aangenomen” is. En bekrachtigde dat met een hamerslag.

Nu is er volop discussie over het Systeem Risico Indicatie (SyRI). Daarmee combineren overheidsinstanties allerlei persoonsgegevens van burgers – die (nog) nergens van verdacht worden – met elkaar, om uitkeringsfraude te ontdekken. Een collectief van maatschappelijke organisaties vraagt de rechter dinsdag om een einde te maken aan SyRI. Ook een VN-mensenrechtenrapporteur uitte kritiek.

Waarom was er zes jaar geleden geen politiek debat over SyRI en nu wel?

In maart 2013 stuurde Lodewijk Asscher (PvdA), destijds minister van Sociale Zaken, de wetswijziging naar de Tweede Kamer. Met in een bijlage veel kritiek van kabinetsadviseur Raad van State. Die vond de gegevensverzameling „ruim opgezet”, „gemakkelijk uit te breiden” en miste „het informeren van de burger” van wie de gegevens verzameld worden. Ook het College Bescherming Persoonsgegevens (nu: Autoriteit Persoonsgegevens) had bezwaar.

Asscher paste de wettekst op een aantal punten aan en zei dat hij tegemoet was gekomen aan de kritiek.

‘Fraude hard aanpakken’

De Tweede Kamer was positief over de nieuwe opsporingstechniek. In een ‘schriftelijk verslag’, waarin Kamerleden opmerkingen en vragen konden opschrijven, liet de VVD weten blij te zijn dat de overheid met SyRI „slagvaardiger” kan worden. De SP benadrukte dat fraude „hard moet worden aangepakt”.

Nu is de SP tegen het gebruik van SyRI. Kamerlid Sadeth Karabulut, destijds woordvoerder Sociale Zaken, vindt het achteraf inderdaad „verbazingwekkend dat dit een hamerstuk was”. „Ik ben bij mezelf te rade gegaan hoe dit heeft kunnen gebeuren.” Ze vermoedt dat de Kamer vooral oog had voor fraudebestrijding. „Er heerste een sfeer van ‘hard, harder, hardst’. Dat sloeg misschien door.”

Maar als Karabulut de volledige wetsnaam hoort, bedenkt ze zich opeens dat niet zij, maar haar collega-Kamerlid Paul Ulenbelt deze wet in zijn portefeuille had. Ulenbelt herinnert zich juist dat Karabulut SyRI in haar portefeuille had.

Ook bij de PvdA is onduidelijkheid over wie destijds hierover het woord voerde. Nu is die partij tegen het gebruik van SyRI. Het gebrek aan herinnering is aannemelijk: de wetswijziging was zo onomstreden dat het Kamerleden weinig bezighield.

Tweede Kamerlid Kees Verhoeven (D66), die het belang van privacy vaak benadrukt, wil SyRI ook stopzetten. Maar in 2013 merkte hij de wetswijziging niet op. De reden: hij had Sociale Zaken niet in zijn portefeuille. En wetten die als oncontroversieel worden beoordeeld, worden zelden besproken in de fractie, zegt hij.

Ook de Eerste Kamer accepteerde SyRI als hamerstuk. Saillant detail: voor de SP was senator Tuur Elzinga de woordvoerder Sociale Zaken. Nu is hij vicevoorzitter van vakbond FNV, die de rechtszaak van dinsdag mede heeft aangespannen. Hoe heeft SyRI hem kunnen passeren? „Ik denk dat we de consequenties van het gebruik van big data toen niet zo goed zagen”, zegt Elzinga. „Er was Kamerbreed het gevoel dat deze wet niet heel spannend was.”

Oud-Tweede Kamerlid Astrid Oosenbrug zegt dat privacy wel degelijk een groot thema was in die tijd. Zij voerde in 2013 voor de PvdA het woord over privacy en zag de wetswijziging ook over het hoofd – mede doordat zij niet in de commissie Sociale Zaken zat. „We hadden toen net de berichtgeving over klokkenluider Edward Snowden gehad. Mensen zaten gewoon niet op te letten.”