Een wethouder, een kamper en het vuil

Wie: Sjoerd (41)

Kwestie: klap uitdelen aan wethouder

Waar: politierechter in Assen

De Zitting

Een beer van een vent staat voor de zittingzaal in Assen. Als hij hoort dat de zitting anderhalf uur uitloopt, ploft de reus neer, wijdbeens op twee stoeltjes tegelijk. Zoekend kijkt hij om zich heen. Is de wethouder er al? „Toch jammer dat de bemiddeling niet is gelukt.” Maar dat verbaast zijn gezelschap niet. „Dit is politiek haantjesgedrag. Sjoerd moet hangen aan de hoogste boom.”

De 41-jarige verdachte woont in een woonwagen in het Drentse Steenwijksmoer. Samen met zijn ongeneeslijk zieke vrouw – ze heeft stofwisselingsziekte MLD – en een ambtenaar die het werkloze gezin bijstaat, is hij naar de rechtbank gekomen. Sjoerd zou op zijn standplaats wethouder Jan Zwiers een blauw oog hebben geslagen. De wethouder, voorman van de lokale partij Belangen Buitengebied Coevorden, scheurde zijn broek en zijn bril brak.

Mediation mislukte. De mannen werden het niet eens over de vraag of er geslagen was. De wethouder verklaarde bij de politie van wel. Hij was langsgegaan omdat de buurt had geklaagd over rommel op het erf. Nadat hij zich had voorgesteld als „Jan Zwiers, ik ben de wethouder” en had gewezen op rondslingerend vuil, had de verdachte uitgehaald. Ze waren gevallen en toen de wethouder was opgekrabbeld, kreeg hij „twee vuistslagen in het gezicht en schopte hij me tegen mijn been”.

Dat ontkent Sjoerd, ‘kampburgemeester’ van de vijf wagens. Hij herinnert zich dat „een wildvreemde man op mijn vak stond, hij stelde zich voor als Jan.” De man zette een „grote muil op” en „prikte mij met de vinger in de borst. Toen ik hem van mijn standplaats wilde duwen, struikelden we over een ouwe blokhut en viel hij bovenop mij.” Ze liepen naar de auto en „daar vertelde Jan dat hij wethouder was en dat hij aangifte ging doen”.

Dus jullie zijn alleen maar gevallen, vraagt de politierechter. Het letsel vertelt wat anders. „De bloeduitstorting bij het oog past volgens de forensisch deskundige meer bij mishandeling dan bij een val.” En ook Sjoerds zoon verklaarde dubbelzinnig. Eerst vertelde hij de politie dat er door beide mannen geslagen werd maar toen de agenten doorvroegen had hij net als de buren niks meegekregen.

Sjoerd schudt zijn gegelde kuif: „Ik heb geen geweld gebruikt.”

„U liegt en bespeelt mensen”, briest de officier. Moet hij heus geloven dat niemand van de omstanders iets heeft gezien? De verklaring van de wethouder wordt ondersteund door forensisch onderzoek. Voor mishandeling eist de aanklager 60 uur werkstraf en drie weken voorwaardelijke celstraf, met drie jaar proeftijd. „U hebt een wethouder in functie mishandeld. U maakt het mensen in de publieke sector onmogelijk hun werk te doen.”

Maar zo ziet de advocaat dat niet. Wat bezielde deze wethouder, vraagt hij zich af, om onaangekondigd iets te gaan regelen op het woonwagenkamp? Nota bene zonder ambtenaren te raadplegen die er kind aan huis zijn? Met zijn priemende wijsvinger trad de wethouder „autoritair, intimiderend en verbaal aanmatigend” op.

De raadsman begint over erfvredebreuk en dringt aan op vrijspraak. „Dit heeft niks met democratie te maken.” En het verwijt van leugenachtigheid kan de aanklager niet hardmaken. Zijn cliënt heeft zich drie keer laten verhoren en volledig meegewerkt aan mediation. „En dat is stukgelopen omdat de wethouder in zijn positie een voorbeeld wil stellen.”

Staat de wethouder er zo geharnast in? De rechter kan het hem niet vragen. Het slachtoffer is er niet. Hij laat de juridische krachtmeting met de kampburgemeester aan zich voorbij gaan. „De mishandeling beperkt me in mijn werk als wethouder”, mailde hij de rechtbank.

Hoewel de politierechter „kan meevoelen met de advocaat”, acht ze bewezen dat Sjoerd de wethouder in zijn gezicht heeft geslagen. Hij krijgt de werkstraf die de officier eiste. Een wethouder val je niet aan of die nu wel of niet sociaal onhandig heeft geopereerd, zeker niet als je kampburgemeester bent. Sjoerd en zijn advocaat zijn in hoger beroep gegaan.