De Sovjet-dissident die het misbruik van de Russische psychiatrie onthulde

Vladimir Boekovski (1942-2019) Hij zat twaalf jaar in psychiatrische inrichtingen en werkkampen. Na zijn verbanning in 1976 naar het Westen bleef hij zich uitspreken tegen mensenrechtenschendingen in zijn vaderland.

Vladimir Boekovski in Moskou in 2007, het jaar dat hij werd afgewezen als kandidaat voor de Russische presidentsverkiezingen.
Vladimir Boekovski in Moskou in 2007, het jaar dat hij werd afgewezen als kandidaat voor de Russische presidentsverkiezingen. Foto Ivan Sekretarev/AFP

De bekende Sovjet-dissident Vladimir Boekovski is zondag overleden aan hartfalen in een ziekenhuis in het Engelse Cambridge. De Russische mensenrechtenactivist en publicist werd 76 jaar.

Boekovski speelde een leidende rol in een campagne tegen het misbruik van de psychiatrie door de Sovjetautoriteiten om politieke tegenstanders op te sluiten. Zelf zat hij in totaal twaalf jaar in psychiatrische inrichtingen en werkkampen. Na zijn verbanning in 1976 bleef hij zich als publicist uitspreken tegen mensenrechtenschendingen in de Sovjet-Unie en later Rusland.

Vladimir Boekovski raakte in zijn studententijd in Moskou betrokken bij de dissidentenbeweging. Als 19-jarige biologiestudent schreef hij een kritisch commentaar op de Komsomol, de communistische jeugdbeweging. In 1961 werd hij weggestuurd bij de universiteit en in 1963 werd hij voor het eerst aangehouden. Nadat artsen de diagnose ‘schizofrenie’ hadden gesteld werd hij twee jaar opgesloten in een psychiatrische kliniek in Leningrad (nu Sint-Petersburg).

Opgesloten tussen geesteszieken

De praktijk om dissidenten naar gesloten inrichtingen te sturen voor ‘behandeling’ zou een grote vlucht nemen in de jaren 60 en 70. Dissidenten werden opgesloten tussen gevaarlijke geesteszieken en behandeld met zware medicijnen. In 1971 slaagde Boekovski er in 150 pagina’s documentatie over het misbruik van de psychiatrie het land uit te smokkelen.

De onthullingen leidden tot ophef in het Westen. In Nederland werd de Boekovski-stichting opgericht, die zich inzette voor hulp aan dissidenten. Zelf werd Boekovski in 1972 opnieuw veroordeeld en vastgezet, totdat hij in 1976 werd vrijgelaten en gedeporteerd naar Zwitserland.

De dissident promoveerde in de neurofysiologie aan de universiteit van Cambridge en hield zich bezig met hersenonderzoek. Tegelijkertijd bleef hij een actieve rol spelen in de mensenrechtenbeweging, ook na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991.

In 1992 werd hij door de regering-Jeltsin gevraagd als expert in een zaak die de communisten hadden aangespannen tegen de Russische regering vanwege het verbod op hun partij. Boekovski kreeg toegang tot de archieven van de Communistische Partij en de KGB, waar hij met een kleine scanner honderden geheime documenten wist te kopiëren, die zouden worden gebundeld in het boek.

Geen Neurenberg-proces

Zijn hoop dat de zaak een soort Neurenbergproces tegen de communisten zou worden, werd niet bewaarheid. De communisten bleven, onder een andere naam, een belangrijke factor in de Russische politiek.

In 1991 beschouwde Jeltsins campagnestaf Boekovski als een mogelijke kandidaat voor het vicepresidentsschap en ook in de jaren die volgden werd hij verschillende malen gepolst voor politieke betrekkingen. In 2007 droeg een grote groep intellectuelen hem voor als kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2008. Boekovski stemde in, maar de Centrale Kiescommissie wees zijn kandidatuur af.

In 2015 kondigde de Britse justitie aan dat bij onderzoek ‘verboden beelden’ van kinderen waren aangetroffen op Boekovski’s computer. De dissident liet weten onschuldig te zijn – volgens hem waren de foto’s het werk van hackers van de Russische inlichtingendiensten. Mede vanwege Boekovski’s hartproblemen kwam het niet tot een proces en werd de zaak geseponeerd.