Opinie

De maffia in Amsterdam

Frits Abrahams

Bijna dagelijks wandel ik langs de plek waar vorige week twee mannen werden neergeschoten: de een overleed, de ander werd zwaargewond. Het betreft het Hugo de Grootplein in Amsterdam-West, dicht bij de Jordaan.

Het is een levendige, ogenschijnlijk vredige buurt met veel winkels en verkeer. Het slachtoffer, de 49-jarige Serviër Goran Savic, vader van twee kinderen, was uitbater van de pizzeria La piccola baracca. Woensdagmiddag omstreeks kwart voor vier kwam een huurmoordenaar zijn zaak binnengelopen om Jovan Durovic, een beruchte Servische crimineel, te liquideren. Daarbij werd Savic dodelijk getroffen, hij stierf in aanwezigheid van zijn vrouw voor de deur van zijn zaak. Durovic moest zwaargewond naar een ziekenhuis worden afgevoerd.

Volgens misdaadverslaggever Paul Vugts van Het Parool gaat het om een conflict binnen de Servische georganiseerde misdaad. Jovan Durovic en zijn inmiddels verongelukte broer Luka staan in hun geboorteland bekend als zware criminelen. De aanslag in Amsterdam-West was dan ook groot nieuws in Servië. De broers Durovic hadden ook nauwe contacten met ene Bojovic, die weer een goede bekende is van Willem Holleeder. Jovan Durovic zou verzuimd hebben tien miljoen euro, verdiend bij een drugsdeal, over te dragen aan zijn collega’s.

Er zijn nog veel vragen in deze zaak. Er is een mogelijke dader aangehouden, maar het is nog niet bekend of hij de schutter was. En was Durovic toevallig in die pizzeria of kwam hij er vaker?

Op de stoep voor de pizzeria groeide de afgelopen dagen een berg aan boeketten, waarin een met de hand geschreven, nogal cryptische tekst opviel: „Moge Allah de nabestaande geduld geven. Veel sterkte gewenst.”

Zo’n moordpartij in je eigen omgeving doet iets met je. Naast La piccola baracca is het Turkse restaurant Orontes West gelegen waar ik weleens at, en daarnaast bevinden zich onder meer een bakker en een viszaak waarvan ik vaste klant ben. Al die zaken grenzen aan een razend drukke rotonde. De paniek was er groot toen opeens schoten en het doordringende gegil van een vrouw klonken.

Enkele uren eerder liep ik er nog rond. Je kunt de gedachte niet van je afzetten dat je er zelf had kunnen staan, happend in een broodje kibbeling van die voortreffelijke viszaak. Opeens ben je figurant in The Godfather deel 4, Marlon Brando is allang dood, nu jij nog.

Amsterdam is een onveilige stad, houden vrienden die er niet wonen mij vaak voor. Ik spreek dat altijd tegen. Ik woon al twintig jaar in Amsterdam en ben er nooit bedreigd, beroofd of mishandeld; ik ben ook zelden getuige geweest van zulke daden. Ik voel me soms wel onveilig in het verkeer, maar niet als ik er zomaar wat rondwandel.

Toch ben ik de laatste tijd meer op mijn hoede dan vroeger. Zo’n incident in West is de bevestiging van de berichten over de opmars van de zware criminaliteit in de stad. Ik ging deze zomer met mijn vrouw op een bankje in het centrum zitten. Het was snikheet, er zat al een oudere man in een dik jack, alsof het winter was, zijn gezicht onzichtbaar achter een grote zonnebril en een diepe pet. Hij draaide zich helemaal van ons af en ging op het puntje van de bank met iemand bellen. In het Italiaans. Ik zei tegen mijn vrouw: „Maffia.” Dat zou ik twintig jaar geleden niet gezegd hebben.