Cornald Maas in zijn Amsterdamse woning.

Foto Merlijn Doomernink

Cornald Maas: ‘De kunst overleeft ons allemaal’

Volle Zalen Doe je nog iets naast het Eurovisie Songfestival, werd Cornald Maas (57) laatst gevraagd. Dat stak, want hij werkt het hele jaar door aan cultuurprogramma’s.

Al 27 jaar bewoont journalist, presentator en cultuurprogrammamaker Cornald Maas (57) in zijn eentje een huis in het centrum van Amsterdam. Het oorspronkelijke voorhuis stamt uit 1670. Achterin, veel lager, ligt zijn keuken. Zijn werkstudio is uitgegraven in het souterrain. „Vorig jaar was er een overstroming door een leidingbreuk”, vertelt hij. „Alles moest er uit. Toen heb ik het nog efficiënter verbouwd.”

Maas, geboren en getogen in Bergen op Zoom maar zonder Brabantse tongval, verzamelt herinneringen. Zoals het briefje van zijn jongere zus aan hem, haar studerende broer van toen 18 jaar. „Schrijf je nou eens terug? Babe heeft weer een nieuw lied. En John Lennon is dood.” De vliering puilt uit van dozen met zulke briefjes, zegt hij. Aan de muren veel foto’s. Een jeugdfoto met broer en zus. Een portret van zijn moeder, die toen Cornald 23 was, scheidde van zijn vader om zich te ontplooien. In zijn boek Ach Kind Toch beschrijft hij hoe ze ook haar kinderen een andere, grótere kant probeerde op te sturen. Prominent ook, een foto van zijn pas overleden vader.

Zijn euforie toen Duncan Laurence in mei voor Nederland in Tel Aviv het Eurovisie Songfestival won was groot. Dat botste hard met de schok toen hij een dag later plots zijn, tot dan vitale vader verloor. „Na de winst dronken we na alle plichtplegingen in het ochtendgloren ons eerste biertje”, beschrijft hij. „Voor de vorm was er een uurtje slaap voor we naar het vliegtuig moesten, en bij aankomst gingen we, hup, door naar Pauw. Ik zag er naar uit om bij te slapen. En toen kwam dat ongelofelijke bericht.”

Op de uitvaart in Bergen op Zoom liet hij het winnende liedje ‘Arcade’ horen. Uiteraard, zegt Maas. Zijn vader volgde alles van het festival. „Dagelijks appte hij, hoe hij en zijn vrouw alle vertrouwen in dit mooie lied hadden.”

Don Quichot

Doe je ook nog ander werk dan het Songfestival, werd Maas laatst gevraagd. Zomaar een vraag. Zijn antwoord: je bedoelt de andere vijftig weken van het jaar? Lachen natuurlijk, maar het stak hem licht. Zeker, als een Don Quichot heeft hij altijd voor erkenning van het liedjesfestijn geknokt, ondanks dat het vaak aan dovemans oren gericht was. In de selectiecommissie beslist hij mee over de inzending. En zijn rol als commentator – mild, geïnformeerd, met een scherp randje voor de goed verstaander („Ze is zelf ook blij dat het erop zit”) – neemt hij, altijd, „superserieus”.

Maar de rest van het jaar brengt hij de Nederlandse cultuur in brede zin voor het voetlicht. Hij is een gretige reporter die, al dan niet met zijn vriend, zoveel mogelijk voorstellingen en films af gaat. Of er zelf deel aan heeft als presentator van bijvoorbeeld de Johannes Vermeerprijs of het gala van het Internationaal Theater Amsterdam. Kunst als lofzang op de verbeelding, dat vindt hij mooi. „Je raakt ontroert, je vergezichten worden breder, het is troostrijk en haalt je uit de sleur. Ik heb jarenlang gerecenseerd. Als iets je pakt, dan gaat het in essentie dáár over. Dan zijn er wellicht kanttekeningen, maar die doen er niet zo veel toe.”

Hij gaat verzitten, neemt een slok koffie. „Als het aan mij lag, tonen we straks in onze Songfestival-uitzending niet enkel tulpen, maar ook het Nederlands Danstheater, het Koninklijk Concertgebouw Orkest, design en innovatie.”

Volle Zalen

Dinsdag start bij AvroTros het vierde seizoen van zijn zevendelige portretserie Volle Zalen. Cornald Maas zit dicht op de huid van podiumkunstenaars als Freek de Jonge, Alex Klaasen en actrice Loes Luca. Met Huub van der Lubbe keert hij terug naar zijn ouderlijk huis waar De Dijk-zanger vertelt hoe hij tussen de schuifdeuren voorstellinkjes gaf. Maas zoekt acteur Jack Wouterse op in Spanje, waar hij al schilderend een drank- en drugsverslaving verwerkte. Met regisseur Ivo van Hove gaat hij terug naar het seminarie waar hij zes, zeven bepalende jaren doorbracht. „Bij een wasbak welde bij Ivo de herinnering op aan een epileptische aanval van een vriend. Ivo moest machteloos toekijken, de regie was uit handen. Daar hield hij het idee aan over hoe het gevaar, zomaar, van buitenaf kan komen. En dat zie je terug in zijn werk.”

Volle Zalen toont het „bloed, zweet en de blaren van de kunstenaars”. Maas zoekt naar de diepere laag. „Het is allemaal niet zo vanzelfsprekend”, concludeert hij. „Om ergens te komen moeten velen zich aan hun milieu ontworstelen. Veel carrières kwamen er óndanks de ouders.” In vijf draaidagen vangt hij het leven van een kandidaat. „Zoals een gesprek met Freek de Jonge in de kleedkamer van Carré.”

Een parel was de uitzending met zanger Harrie Jekkers, die een teruggetrokken leven leidt op Ibiza. Het verbindende thema: kunstenaars die nadenken over hoe ze de tweede helft van hun leven gaan vormgeven. „Loes Luca weet, na jaren zorg voor haar dementerende moeder, voor zichzelf te kiezen. Herman Finkers wil niet meer het theater in, Jack Wouterse zoekt rust in Spanje, Huub van der Lubbe berust zich erin dat hij veel minder dingen zeker weet.”

Wordt het zo niet te zwaarmoedig, vroeg zijn eindredacteur vanmorgen nog. Wat Maas betreft niet. Hij ziet schoonheid in thema’s als verlies en vergankelijkheid. „Ik denk vaak: als er nou iets is wat ons allemaal zal overleven, is het kunst. Al is theater bij uitstek een vorm die gemaakt wordt door de magie van de avond.”

Cultuur-tv

In zijn cultuurprogramma’s verbindt Cornald Maas de hoge met de lage kunst. Met Hanneke Groenteman zette hij De Plantage op. Zijn talkshow Opium agendeerde – eerst vanuit DeLaMar, daarna in VondelCS – de podiumkunsten. Lang hing dat aan een zijden draadje. Hij schaafde er veel aan, gooide er rubriekjes uit, gaf meer lucht, verbeterde, tot de lijn in 2015 toch werd doorgeknipt door de NPO. „Ze wilden dat gepraat op tv niet meer. Laat het zíen, was de opvatting.” Hij opperde een vervolg op de zondagmiddagportretten die hij met beste vriend Michiel van Erp in 2007 maakte voor de NPS – met Trijntje Oosterhuis, Maria Goos en Rob de Nijs. Dat idee viel in goede aarde.

Hoe is het om cultuur-tv te maken? „Moeilijk, maar dit wil ik, áltijd”, antwoordt hij direct. „Een podium bieden aan dingen die het leven mooier maken.” En in een klimaat waarin cultuur-tv een sluitpost in de begroting is? „Kunstprogramma’s laten zien wat meesterschap inhoudt, zoals Tijl in het voetspoor van Bach. Wat Volle Zalen betreft: wat ik maak is niet voor een groot publiek. Maar ik heb er ruimhartig over gesproken met netmanager Gijs van Beuzekom. Mijn mooiste, maar by far slechts bekeken uitzending van de vorige reeks was die over de Syrische vluchteling en acteur Majd Mardo. Van Beuzekom zei: ‘toch moet je ook zo’n uitzending maken’.”

Nu heeft Maas ook zenuwen. Zijn komende reeks staat recht tegenover veel voetbal. ,,Dan weet je, we gaan kijkers inleveren. Zetten we de uitzending met Ivo van Hove tegenover het Nederlands elftal? Dat is pas echt counterprogrammeren, zeggen wij dan. Maar voetbalfans houden vaak ook van Huub van der Lubbe, en dan vooral De Dijk. Dat concurreert.”

Selectiecommissie Songfestival

Cornald Maas is nauwgezet tot de laatste komma. Ongeduld is hem niet vreemd. Toch poogt hij zijn werk heel bewust te ervaren. „Anders spoelt het een met het andere weg.” Het is overigens toch weer dat Songfestival dat tot mei zijn agenda domineert. Met de selectiecommissie worden geschikte kandidaten ontmoet. Een zangeres, een dj. Artiestennamen geeft hij niet. ,,Met sommigen loopt het contact al lang.” Dan is het zoeken naar een liedje. ,,Goede artiesten als Waylon en O’g3ne kozen zelf hun liedje. Liedjes waarvan ik wist, dit haalt moeilijk top 5.”

Ondertussen werkt Maas aan een documentaire over het festival. „Over de positie van Nederland en de omslag die we maakten.” In 1974 keek hij voor het eerst. ABBA won, Nederland werd derde.” Nu Rotterdam organiseert – „die stad is voor mij het toonbeeld van de luiken open, diversiteit, de mouwen opstropen” – noteert hij de positieve geluiden met een glimlach. Maar hij maakt zich geen illusies. „Bij winst zullen we op oranje klompen juichen – als organiserend land staan we ook automatisch in de finale – maar als we het jaar erna minder goed scoren, dan zullen er weer stemmen opgaan om niet meer mee te doen. En dat terwijl we sinds 2013 op een jaar na steeds in de finale stonden. Dat deed alleen Zweden beter.”

Dit soort feitjes typeert Maas. Hij heeft ze paraat, haalt zo de geschiedenis terug. „Puur liefde”, denkt hij. „Van apparaten of routes onthoud ik niets. Ik verdwaal regelmatig. Hitlijsten en literatuur daarentegen… Ik houd van rangordes en lijstjes. Orde vind ik interessant. Dat gebruik ik ook in een juryberaad.”

Even denkt hij na. „Eigenlijk doe ik gewoon nog wat ik als zevenjarige al deed. Mijn vader had een transportbedrijf. Op zaterdag tikte ik daar op de typemachine stukjes over liedjes. Ik maakte hitlijstjes, verzon speurtochten en deed verslag van de Sint-Gertrudiskerk in Bergen op Zoom, die voor mijn ogen afbrandde. Er is niet veel veranderd.”

Volle Zalen, 29/10, 20.25 uur NPO2