De eerste vrouwelijke premier van België: Sophie Wilmès

Voormalig minister Voor het eerst heeft België een vrouwelijke premier. Tijdelijk, dat wel. En veel beslissingen zal ze niet kunnen nemen.

Sophie Wilmès nog in haar functie als minister van Begroting en Ambtenarenzaken, vrijdag na de ministerraad in Brussel.
Sophie Wilmès nog in haar functie als minister van Begroting en Ambtenarenzaken, vrijdag na de ministerraad in Brussel. Foto Nicolas Maeterlinck/Belga/AFP

Ze was pas sinds 2015 minister in de Belgische federale regering en toch wordt Sophie Wilmès nu al premier. En de eerste vrouwelijke regeringsleider van België. Tijdelijk, dat wel. Het kernkabinet en de koning keurden haar benoeming dit weekeinde goed. In 2000 betrad Wilmès de politiek als gemeenteraadslid in het Brusselse Ukkel. Daarna ging het snel.

Wilmès heeft een aantal zaken mee: ze spreekt goed Nederlands, is discreet en laat niet over zich lopen, en ze heeft kennis van zaken. Toen ze minister van Begroting en Ambtenarenzaken voor de liberale partij Mouvement Réformateur (MR) werd, was ze nog relatief onbekend. De laatste maanden klom ze op tot de rechterhand van partijgenoot en premier Charles Michel. Haar naam zong al langer rond om hem te op te volgen.

Vrijdag liet Michel weten dat hij uiterlijk begin november wil stoppen als premier, op 1 december wordt hij Europees president, hij werd al enige weken nauwelijks meer gesignaleerd in de Kamer. De beslissing over zijn opvolging kwam sneller dan verwacht. Wilmès meldde zaterdag na de bekendmaking op Twitter: „Ik zal er alles aan doen om de stabiliteit en continuïteit te verzekeren bij het beheer van de lopende zaken.” Veel meer dan dat zal ze de komende tijd ook niet kunnen bewerkstelligen.

De Belgische regering is sinds december vorig jaar, toen de regering viel, demissionair en kan dus alleen dringende en lopende zaken regelen. De regering vertegenwoordigt slechts 38 van de 150 zetels in het parlement. Afgelopen mei werden verkiezingen gehouden, maar een nieuwe regering is nog altijd niet gevormd. De huidige regering mag intussen geen doorslaggevende beslissingen nemen, en ook de begroting ligt al maanden stil.

Wilmès werd in 1975 geboren in het Brusselse Elsene. Ze groeide op in Wallonië, studeerde communicatie en financieel beheer en ging na haar studie aan de slag bij de Europese Commissie als financieel beheerder. Daarna werd ze financieel adviseur bij een advocatenkantoor – totdat ze in 2007 definitief voor de politiek koos: ze werd wethouder van Financiën in Sint-Genesius-Rode, vlakbij Brussel. Niet veel later werd ze voorzitter van de MR. Ze zat nog geen jaar in de Kamer toen ze minister werd. Ze moest Hervé Jamar vervangen, die provinciegouverneur in Luik werd.

Dat ze als voormalig financieel adviseur geschikter voor de rol was dan haar voorganger, is zeker. Die zei ooit tijdens een persconferentie niet alles van de begroting te begrijpen, maar wel bijna alles. Wilmès is wél (en helemaal) bekend met de materie. Toch lukte het ook haar nooit om de belofte van de regering-Michel waar te maken: een begroting in evenwicht.

De Standaard schreef onlangs in zijn rapport over de minister: „Wilmès heeft geen enkele steen verlegd in de regering-Michel. Het echte begrotingswerk vond plaats op het kabinet van de premier. […] Wilmès was de facto niet meer dan de boekhouder van de regering-Michel, een regering die voor 2019 een begrotingsgat nalaat van 8,5 miljard euro.” Dat tekort werpt een schaduw over haar periode als minister, en over haar aanstaande premierschap.