Opinie

Neem de haka in de maling

Wilfried de Jong

Wie zonder een shirt vol bloed, spuug en modder van het veld afkomt, heeft de strijd ontlopen. Op het eerste oog is rugby een harde sport. Vleeskolossen die alleen op twee weegschalen tegelijk gewogen kunnen worden, duwen hun vierkante koppen bruut in de torso’s van hun tegenstander.

Tegelijkertijd is rugby een van de eerlijkste sporten. Vooraf en naderhand zijn de teams poeslief tegen elkaar. Onder de douche delen ze zeep en bier.

Op dit moment is het WK rugby in Japan. De ovale bal is zijn ronde broertje een paar weken de baas; wedstrijden zijn mondiale clashes waar miljoenen toeschouwers hevig naar verlangen.

De rivaliteit is groot, maar sportiviteit gaat boven alles.

In de eerste halve finale trad Engeland aan tegen Nieuw-Zeeland, beter bekend als de All Blacks. De Nieuw-Zeelanders staan bekend om hun haka, een rituele dans die al bijna twee eeuwen oud is.

Vlak voor een wedstrijd gaan ze in een driehoekige formatie staan. Precies tegelijk beginnen ze te schreeuwen en te loeien, zakken door hun knieën, slaan op hun dijen en borst en steken hun lappen van tongen zo ver mogelijk uit.

Het verhaal wil dat ze de goden oproepen en vragen om extra kracht. Voor rugbyfans is de haka een voorlopig hoogtepunt van de wedstrijd. Het is de bedoeling dat de tegenstander in een rij toekijkt en geïmponeerd raakt.

Engeland – als natie toch al een tijdje van slag – had iets anders in het hoofd. De spelers vormden een lange V met elkaar. Van bovenaf leek het een groot net dat zich om de All Blacks wilde sluiten. Tussen de teams in lagen twee cameramannen zodat het publiek in het stadion en thuis op groot scherm kon meegenieten.

„Hoe… aa!”, schreeuwden de All Blacks, met rollende ogen.

Owen Farrell van de Engelsen had lak aan de traditie van de haka. Terwijl de All Blacks furieus dansten, verscheen er een cynische glimlach op zijn gezicht. Die arrogante blik werd door iedereen gezien. Het duurde maar een paar seconden, maar het was een vernedering van de tegenstander.

Eén opgetrokken mondhoek en alle fans van Engeland roken de overwinning, terwijl de wedstrijd nog moest beginnen.

Farrell had even lak aan een lange traditie. Alsof iemand tijdens The Last Post op de Dam zijn motorfiets start. Naderhand zei Farrell dat hij respect had voor de All Blacks maar niet lijdzaam in een rijtje hun haka wilde aanhoren. Engelse ironie maakte van de haka een kinderdansje. Het was bangmakerij met plastic zwaardjes.

Brutaal had Engeland nog voor het begin van de wedstrijd de aanval gekozen. Het kwam niet meer goed voor de All Blacks, het duel werd kansloos met 19-7 verloren. Maar erger nog, hun haka zal nooit meer de imponerende haka van weleer zijn. Het is een aardig dansje voor de grote Nieuw-Zeelanders, maar een rugby-oorlog winnen ze er niet meer mee.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.