‘Kinderen van Nederlandse IS-ouders zijn te helpen’

Onderzoek Kinderen van IS-strijders zijn na terugkeer in Nederland nog „positief te beïnvloeden”, schrijven wetenschappers maandag.

Het kamp Al-Hol in Syrië, waar buitenlandse IS-strijders worden vastgehouden.
Het kamp Al-Hol in Syrië, waar buitenlandse IS-strijders worden vastgehouden. Foto Delil Souleiman/AFP

Het liefst waren ze zelf naar de kampen gereisd, om de situatie van kinderen van Nederlandse IS-strijders in Syrië ter plekke te onderzoeken. Maar dat was logistiek en financieel al niet eenvoudig en gezien de huidige oorlogssituatie nóg moeilijker geworden. Daarom besloten drie wetenschappers op basis van beschikbare studies te kijken wat er bekend is over de toestand van kinderen in een geradicaliseerde omgeving, en of zij bij terugkeer in Nederland goed te behandelen zouden zijn.

Lees ook: VVD blijft streng, óók voor IS-kinderen

Eén van de wetenschappers, hoogleraar klinische neuropsychologie Erik Scherder van de Vrije Universiteit Amsterdam, ergert zich aan de aanname in het publieke debat dat deze kinderen „toch hopeloos zijn en dat we niks meer voor ze kunnen doen”. Binnen het kabinet is er volop discussie of Nederland moet proberen de kinderen op te halen. Oud-minister Jeanine Hennis zei dit weekend in NRC dat Nederland actie moet ondernemen, omdat we anders „perfecte omstandigheden voor een nieuwe generatie terroristen creëren”.

In de nota ‘De noodzaak tot bescherming van Nederlandse kinderen van IS-strijders’, die deze maandag wordt gepubliceerd, is de conclusie dat „er geen enkele aanwijzing is dat de hersenen van (deze) kinderen die uit een geradicaliseerde omgeving komen, niet positief te beïnvloeden zijn”. Scherder schreef het stuk samen met universitair docent orthopedagogiek Elianne Zijlstra en universitair docent kinderen en recht Carla van Os van de Rijksuniversiteit Groningen.

Dat kinderen die in oorlogsgebieden opgroeien trauma’s oplopen is bekend en de risico’s daarvan ook, zegt Scherder. „Deze kinderen hebben vaak weinig empathie, angst en zelfreflectie door wat ze hebben meegemaakt. Daardoor hebben ze een verhoogde kans crimineel gedrag te ontwikkelen. Er zit geen rem op, ze kunnen meedogenloos worden.” Van Os weet van onderzoek naar vluchtelingenkinderen dat zij soms „moeite hebben met het onderscheiden van goed en kwaad, door de oorlogservaringen”. Dat kan ook het geval zijn bij kinderen wier ouders IS-strijders zijn.

Lees ook: Jeugdzorg heeft plan IS-kinderen klaar

Bij kinderen is wat te halen

Toch zijn deze kinderen vaak te helpen, zegt Scherder. Hij wijst op een dit jaar gepubliceerd onderzoek naar jongvolwassen aanhangers van de radicale Pakistaanse beweging Lashkar-et-Taiba in Barcelona. „Door sociale interventies, zoals kritische vragen uit hun omgeving, waren zij minder bereid geweld te gebruiken. Dus er is wat te halen, zeker als je het over kinderen hebt.” Scherder benadrukt dat de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn, zeker die van jonge kinderen. Van Os zegt daarom dat er „geen enkele reden is te denken dat interventies bij kinderen van IS-ouders niet zouden werken”.

Een dilemma, zeggen de wetenschappers, is het scheiden van ouders en kinderen. Het kabinet heeft dit steeds als argument tegen het terughalen van IS-kinderen gebruikt, omdat het in strijd zou zijn met het internationaal recht. Van Os erkent dat dit „ontzettend ingewikkeld” is en er „een hele goede reden moet zijn” om kinderen bij hun ouders weg te halen. „Als ouders zelf bijdragen aan een bedreigende omgeving voor hun kinderen, is scheiding een optie.” In andere gevallen, als ouders voldoende voor hun kinderen kunnen zorgen, „is het in het belang van de kinderen dat hun ouders mee naar Nederland komen”, zegt Van Os. Daar ligt een politiek taboe op, zeker als het om mannelijke IS-strijders gaat. Maar ook vrouwen, die vaak geradicaliseerd zijn, worden als potentieel veiligheidsrisico gezien.

Scherder erkent dat ook het terughalen van alleen de kinderen niet zonder risico is. „We weten niet zeker of de ingeslagen weg omkeerbaar is, maar hun breinen zijn nog beïnvloedbaar. Als je ze daar laat, is kans dat ze verder radicaliseren vele malen groter.”