De angst voor de ander is deze week verdwenen in Libanon

De Libanezen deden iets wat zij zelf altijd voor onmogelijk hielden: over sektarische, sociale en politieke breuklijnen heen zegden ze het corrupte politieke systeem de wacht aan, schrijft

Terwijl ik dit stuk schrijf, valt voortdurend de elektriciteit uit. Dat zou niet mogen: dit huis is verbonden met een buurtgenerator, voor als de staatselektriciteit wegvalt. Normaal gezien bel je dan Tony, de generatorman. Maar die antwoordt niet meer. Dat komt zo: enkele maanden geleden werden er verplichte elektriciteitmeters geïnstalleerd. Toen Tony daarna met de factuur kwam keek hij een beetje schaapachtig – het bedrag was vijfmaal lager dan voorheen.

Nu weten wij dus precies voor hoeveel geld wij al die jaren zijn afgezet. Tony, die nu zo veel minder aan ons verdient, vertikt het nu vaak om de generator aan te zetten. Wij zijn helemaal aan zijn willekeur overgeleverd.

Deze kwestie met elektriciteit is maar een van de vele schandalen die de Libanezen vorige week de straat op hebben gejaagd. Bijna dertig jaar na het einde van de burgeroorlog is Libanon nog altijd niet in staat om volledige stroomvoorziening te garanderen. Libanon importeert op dit moment zelfs stroom uit Syrië.

Dat komt doordat de generatormaffia, die tijdens de burgeroorlog ontstond, sindsdien een machtige lobby is geworden. Er valt meer geld te verdienen aan elektriciteitsgebrek dan aan reguliere stroomvoorziening.

Hetzelfde geldt voor water. Aan het eind van de zomer is het water vaak op. In het hele land komen dan trucks de reservoirs op de daken vullen. Dan denk je: als die dat water niet hadden opgeslagen, dan was het nu toch nog gewoon uit de kraan gekomen? Het spreekt voor zich dat het privéwater veel duurder is dan het gewone water.

Nogal wat Libanezen hebben de voorbije week opgemerkt dat de burgeroorlog eigenlijk nooit is opgehouden. Veel politici zijn voormalige krijgsheren die nu in maatpak in het parlement zetelen, waar zij bijzonder goed voor zichzelf hebben gezorgd.

Niet alleen behoren ze tot de bestbetaalde parlementariërs ter wereld, zij hebben ook hun belangen verankerd. Dat de Libanese kustlijn bijna volledig geprivatiseerd is, komt bijvoorbeeld doordat krijgsheren die tijdens de burgeroorlog illegaal hebben volgebouwd. Eenmaal in het parlement hebben ze alle pogingen om die situatie recht te zetten, geblokkeerd.

De politici moeten het hebben zien aankomen. Het installeren van de elektriciteitsmeters moest wellicht de pijn verzachten van het pakket besparingen die nodig waren om 11 miljard dollar aan internationale leningen binnen te halen. Maar het was too little too late. Uiteindelijk was het de aankondiging van een belasting op WhatsApp-gesprekken die vorige week de emmer deed overlopen.

De Libanezen hebben sindsdien iets gedaan wat zij zelf altijd voor onmogelijk hadden gehouden: zij hebben over de sektarische, sociale en politieke breuklijnen heen het corrupte politieke systeem de wacht aangezegd dat zij decennialang zelf mee in stand hebben gehouden. Want al die corruptie was nooit mogelijk geweest als Libanon niet gevangen zat in het keurslijf van zijn sektarisch bestuurssysteem.

Het is bijzonder moeilijk een systeem te veranderen als de staat grotendeels afwezig is. Het verklaart waarom de burgerbeweging die bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Beiroet succes heeft geboekt, niet is doorgebroken tijdens de laatste parlementsverkiezingen. Als je voor van alles moet gaan bedelen bij de eigen politici, waar kun je dan terecht als je die politici wegstemt?

Over die angst hebben de Libanezen zich de afgelopen week heengezet. Het is moeilijk onder woorden te brengen hoe gigantisch dat is. Dit is een land waar de verschillende religies grotendeels naast elkaar leven. Veel christenen komen nooit in soennitische of sjiitische wijken. Omgekeerd: toen ik in het christelijk dorp waar ik woon stoelen liet leveren uit een sjiitische wijk in Beiroet, hadden de leveranciers vuurwapens bij zich en wisten ze niet hoe snel ze weer weg moesten zijn.

Die angst voor de ander verdween deze week. Op televisie bracht een jonge vrouw in de christelijke bourgeoiswijk Achrafieh hulde aan Tripoli, de conservatieve soennitische stad waar de betogingen mogelijk nog groter zijn dan in Beiroet. Tripoli, zei ze, heeft ons zijn cultuur en raffinement laten zien. Vorige week vonden mensen in Achrafieh nog dat mensen in Tripoli IS of Al- Qaida waren.

Een ander taboe dat is doorbroken, is het beledigen van politici. In Libanon mag je veel zeggen, maar slecht spreken over Nabih Berri, parlementsvoorzitter en leider van de sjiitische Amalpartij – dat mag niet. In het verleden kwamen dan knokploegen op scooters op de betogers af.

Sinds vorige week wordt elke politicus in Libanon non-stop beledigd. Eén politicus echter meer dan anderen: Gibran Bassil, buitenlandminister en schoonzoon van president Michel Aoun. Bassil is een populist die de laatste jaren meesurft op de onvrede over de aanwezigheid van 1,5 miljoen Syrische vluchtelingen in het land. Nu is het meest gehoorde gezang in de betogingen, op de tonen van Ya Mustapha (Cherie je t’aime, cherie je t’adore): Hela, hela, hela, hela, ho, Gibran Bassil, kiss emo. Dat laatste is een verwijzing naar de geslachtsdelen van zijn moeder, een courante belediging hier.

Opmerkelijk zijn ook de vele betogingen van Libanezen in het buitenland, die niet alleen uit solidariteit plaatsvinden. De Libanese diaspora is vele malen groter dan de bevolking van Libanon. Afhankelijk van hoe ver je teruggaat in de geschiedenis, wonen er 8 tot 18 miljoen Libanezen in het buitenland, en een kleine 5 miljoen in Libanon zelf. Vooral jonge mensen zien zich door het gebrek aan kansen in Libanon verplicht om in de Golfstaten of elders te gaan werken.

De afgelopen dagen circuleren op sociale media video’s van enthousiaste Libanezen uit plaatsen als Dubai die mee protesteren. Hun boodschap: jullie (politici) moeten vertrekken, zodat wij kunnen terugkeren.