Jeanine Hennis, hoofd van de VN-missie in Irak, in het vluchtelingenkamp Bardarash in Noord-Irak. Een man laat haar rijst zien waar beestjes in zitten.

Foto Sarmad Al-Safy/UNAMI PIO

‘Dan hoor je huilen en schreeuwen op straat: hij is dood’

Oud-minister Jeanine Hennis VN-chef in Irak Jeanine Hennis hoort vanuit haar kantoor handgranaten ontploffen tussen de demonstranten. „Daar gaan we weer.”

In vluchtelingenkamp Bardarash in Noord-Irak, zo’n 150 kilometer van de grens met Syrië, staat Jeanine Hennis tussen een groepje mannen. Een van hen – baardje, geruite blouse – houdt een pan met rijst bij haar gezicht. Er zitten zwarte beestjes in. Dát is wat ze hier moeten eten, zegt hij. „Alsof wij beesten zijn.” Een andere man roept: „Jullie zijn toch voor mensenrechten? Waarom hebben jullie je troepen dan weggehaald uit Syrië?”

„Je hebt gelijk”, zegt Jeanine Hennis, oud-minister van Defensie (VVD) en sinds eind vorig jaar hoofd van de VN-missie in Irak. „Maar ík ben Amerika niet.” En tegen de man met de rijst: „Dat zou ik ook niet willen eten. Je moet wel bedenken: dit kamp is nog maar net open, iedereen doet zijn best.”

Twee weken geleden was het een kale vlakte. Alleen aan de palen voor elektriciteit was te zien dat het eerder al een kamp was: vooral voor Irakezen die waren gevlucht voor IS. In 2017 was het dichtgegaan. Nu staan er nieuwe UNHCR-tenten, met nieuwe dekens, de elektriciteitsdraden zijn weer opgehangen. Elke dag komen er meer dan duizend Koerden uit Noord-Syrië aan in Bardarash.

Dat er in het kamp problemen zijn met de wc’s en de douches kun je ruiken. Veel vluchtelingen zien er nog wel uit alsof ze zo weer naar hun werk of naar school kunnen gaan. Met keurig geknipt haar, mobiele telefoons. Maar er zijn ook kinderen die op blote voeten in Irak zijn aangekomen. Er is een vrouw die met een baby op schoot zit te huilen. Een jongetje van een jaar of vijf klampt zich aan Hennis vast en wil haar het hele bezoek niet meer loslaten.

Op de woensdag dat Turkije Noordoost-Syrië binnenviel, 9 oktober, kwam er in Irak net een eind aan felle demonstraties. Daar was hard tegen opgetreden. In negen dagen vielen er 157 doden en zo’n 5.500 gewonden, vijf televisiestations werden vernield. In haar werkkamer van de VN in Bagdad, net voor haar bezoek aan de vluchtelingen, zegt Hennis: „Bij die Turkse inval dacht ik: goeiedag zeg, dit kan er ook nog wel even bij.”

Elke dag komen er méér vluchtelingen uit Noord-Syrië het land binnen, kamp Bardarash is bijna vol. Voor Europese landen is het een schrikbeeld dat ‘eigen’ IS-strijders vrijkomen uit de kampen die nu nog worden bewaakt door Syrische Koerden, en dan terugkeren. Voor Irak is het zeker dat ze komen als ze de kans krijgen, de meeste IS’ers zijn Irakees. „Die hebben de weg terug zo gevonden”, zegt Hennis. „IS-leider Al-Baghdadi heeft al gezegd dat zijn mensen zich weer mentaal moeten voorbereiden op de strijd.”

Op straat in Bagdad is de sfeer de hele week gespannen, er komen nieuwe demonstraties aan.

Wat zit er achter die demonstraties?

„Het zijn vooral jongeren, geboren aan het eind van het tijdperk-Saddam Hussein in 2003 of net daarna. Ze verwachtten veel van hun leven, maar tussen oorlog en geweld door zien zij hoe de elite groeit en bloeit. En hoeveel armoede en werkloosheid er is, in een land dat olierijk is en genoeg inkomsten heeft. Ik heb een paar keer met demonstranten gesproken, ze zaten te hoesten aan tafel door het traangas. Ze hebben hun buik vol van alle corruptie. Door internet zijn ze verbonden met de rest van de wereld, ze zien dat het ook anders kan.”

Waarom werd het zo massaal en heftig?

„De afgelopen maanden was al vaker gedemonstreerd tegen de werkloosheid, door onderwijzers, ingenieurs, net afgestudeerden. Ze voelden zich niet gehoord. Er was ook nog de beslissing van de regering om een eind te maken aan illegale woningen en een populaire generaal kreeg een andere functie. Het heeft zich opgestapeld en na een oproep via sociale media zijn ze massaal de straat op gegaan.”

Waar het meteen uit de hand liep?

„Direct op de eerste avond werden waterkanonnen en traangasgranaten van dichtbij op mensen gericht. De veiligheidsdiensten gingen ook al snel met scherp schieten. Het werd steeds maar erger. Het ene na het andere televisiestation werd in de hens gestoken. Er waren intimidaties, bedreigingen. Grove mensenrechtenschendingen. En ik heb meteen aan de regering gevraagd: hoe kan dit? De regering is deze week met een onderzoeksrapport gekomen en je ziet dat ze het niet van tafel vegen maar echt kijken: hoe kan het dat nooit opdracht is gegeven om vuurwapens te gebruiken en er toch mensen zijn doodgegaan door kogels in hun hoofd en borst? In gesprekken met politici hoor ik dat de mentale gesteldheid van de ordetroepen een punt is: tot voor kort vochten ze tegen IS, ze staan nog steeds in de gevechtsstand. In Nederland heeft de politie geleerd om massa’s op een juiste manier in bedwang te houden. Maar praat ik het daarmee goed? Zeker niet, hè.”

De regering van premier Abdul-Mahdi zit er nog. Hoe kan dat?

„In veel Europese landen had een regering dit niet overleefd. Maar je moet Irak niet vergelijken met Nederland of Zwitserland, dit is een ander land, met een jonge democratie met een heftige geschiedenis. Ook daarmee praat ik niks goed. Het aantal doden dat in de demonstraties per dag is gevallen is méér dan op een willekeurige dag toen er nog werd gevochten tegen IS. Het zal Irak voorlopig blijven achtervolgen en het land kan zich niet permitteren nog een keer zo de mist in te gaan. Dat zou de reputatie van de regering ook in het buitenland enorm schaden.”

Facebook, Twitter en WhatsApp worden in Irak al wekenlang geblokkeerd. De regering denkt dat dat helpt?

„Eerst was internet zelfs helemaal weg. Het maakt de boosheid alleen maar groter en dat zeg ik ook in mijn gesprekken met leden van het kabinet. Maar je ziet grote onwennigheid, zoals jaren geleden ook in Nederland: hoe ga je als politie- of veiligheidsdienst om met sociale media? Ik snap wel dat de Iraakse regering bang is voor de woede als de beelden van de demonstraties massaal worden bekeken. Maar het is naïef om te denken dat je dat kunt voorkomen. Ik heb de beelden gezien en ze zijn verschrikkelijk. Ik zie steeds weer voor me hoe een jonge man in zijn nek wordt geschoten, meteen hevig bloedt en valt. Dan hoor je mensen huilen en schreeuwen: ‘Allahu Akbar, hij is dood’.”

Wat kunt u doen als VN-chef?

„Meedenken, politici voorhouden wat de gevolgen kunnen zijn van hun beslissingen, advies geven. Ik zeg al twee weken dat ze de sociale media vrij moeten geven. Wat ik nu hoor is dat ze dat dit weekend gaan doen.”

Er gaan onder politici verhalen rond over buitenlandse bemoeienis: de onrust zou zijn opgestookt?

„Wat er gebeurt in buurlanden als Turkije, Iran of Saoedi-Arabië heeft bijna altijd invloed op Irak. En je hebt de spanningen tussen de VS en Iran. Als ik het netjes formuleer: er wordt hier nogal snel gezegd dat al die landen graag voor zichzelf opkomen op Iraaks grondgebied. Over de demonstraties hoor je dat de VS erachter zitten, of Israël. Of de aanhangers van de Ba’athpartij van Saddam Hussein die nu in het buitenland wonen. Dat baart me zorgen, je lost er je eigen problemen van corruptie en werkloosheid niet mee op.”

Wat zeker uit het buitenland komt: het idee dat Europese IS-strijders niet in hun eigen land maar in Irak berecht zouden moeten worden. Minister van Buitenlandse Zaken Stef Blok (VVD) praatte er eind september over met andere Europese ministers en met hun collega van Buitenlandse Zaken uit Irak, achter gesloten deuren bij de VN in New York. Jeanine Hennis was erbij.

Wat vindt u van dat idee?

„Allemaal prima, maar wat doe je met de vrouwen en kinderen uit de Syrische kampen? Dat vind ik zo raar aan deze discussie, dat vrouwen, kinderen en IS-strijders op één hoop worden gegooid. Die kampen staan op springen en Irak kan het er gewoon niet bij hebben. En stel je voor dat je die berechting wel daar doet, en een Nederlander of Fransman zou levenslang krijgen maar een Irakees wordt voor dezelfde misdaden opgehangen. Dan zal dat in Irak tot rellen leiden en de kans op extremisme vergroten. Dus je moet het Iraakse rechtssysteem accepteren. En waar zet je die mensen vast? Op kosten van wie? Er is ook het idee van een internationaal tribunaal, maar dat willen landen als Rusland en de VS niet. Ik ben er niet tegen, maar ik zie er nog helemaal niets van. Vooralsnog is er alleen verlamming. ”

Terugkeer van IS-strijders en berechting in eigen land, daar is uw eigen VVD tegen.

„Ik snap wel dat het soms moeilijk is om in je eigen land de bewijsvoering rond te krijgen. Maar waarom probeer je daar geen oplossing voor te bedenken? Zijn we alleen maar creatief in het bedenken van manieren om IS-strijders elders te parkeren?”

De VVD wil ook niet dat kinderen van IS-strijders worden teruggehaald. U vindt dat dat wel moet, en u kent de regio. Is er weleens een VVD-Kamerlid dat aan u vraagt: ‘Waarom vind je dat zo’n goed idee?’

„Nee. Ik denk dat ik een duidelijke mening heb. Het is ook niet alleen de VVD die zo denkt. En niet alleen Nederland. Maar die kleine kindjes in de kampen zijn echt niet te vergelijken met mannen van vijfendertig met tig moorden op hun geweten. Deze kinderen hebben niks gedaan, ze hebben er ook niet voor gekozen om in zo’n hel te worden geboren. En ik weet zeker: als we niks doen stappen ze vroeg of laat in de voetsporen van hun ouders. Wij creëren perfecte omstandigheden voor een nieuwe generatie terroristen.”

Wat vindt de VVD van uw mening?

„Daar hebben ze kennis van genomen. Wat ikzelf lastig vind in Nederland, en dat is niet zozeer bij de VVD maar op sociale media: zodra je probeert om hierover een realistisch gesprek te voeren is het alsof je sympathie uitspreekt voor IS. Dat is het laatste wat ik voor die gasten voel. Ik zie hier elke dag wat IS heeft aangericht. Ik zie de pijn, de massagraven, de verwoesting. Ik zeg alleen: als we voor binnenlands gemak blijven zeggen dat het ons probleem niet is, hebben we over een paar jaar een probleem in onze binnensteden. Die worden net zo goed doelwit.”

Op donderdagavond gaat Jeanine Hennis langs bij de Iraakse president Barham Salih, ze praten over de Turkse inval en over de onrust op straat. Die is dan net weer begonnen. Op vrijdag vallen er 21 doden en bijna 1.800 gewonden. Hennis hoort die dag vanuit haar kantoor handgranaten ontploffen tussen de demonstranten. „Het eerste wat ik dacht: daar gaan we weer.”