Zestien keer doodstraf voor moord

Bangladesh Een negentienjarige vrouw weigerde haar aangifte van seksuele intimidatie in te trekken en werd vervolgens in brand gestoken.

Een van de zestien veroordeelden donderdag na het doodvonnis van de rechtbank in Feni.
Een van de zestien veroordeelden donderdag na het doodvonnis van de rechtbank in Feni. Foto Munir Uz Zaman/AFP

Zestien mensen zijn donderdag in Bangladesh ter dood veroordeeld voor de moord op een negentienjarige vrouw. De studente Nusrat Jahan werd in april levend verbrand omdat ze had geweigerd haar aangifte van seksuele intimidatie in te trekken.

Mensenrechtenactivisten in Bangladesh spreken van een cultuur van straffeloosheid als het gaat om zedendelicten. Veel vrouwen doen uit angst of schaamte geen aangifte van verkrachting. Wie dat wel doet, wacht een langdurig proces.

Volgens vrouwenrechtenorganisatie Bangladesh Mahila Parishad leidde sinds 2014 slechts 3 procent van de aangiften tot een veroordeling. „Dit zorgt ervoor dat slachtoffers het opgeven om gerechtigheid te zoeken”, zei mensenrechtenadvocaat Salma Ali eerder dit jaar tegen de BBC. „Criminelen worden niet gestraft en blijven deze misdrijven plegen. Dit schrikt anderen niet af om hetzelfde te doen.”

Opgewacht op het dak

De zaak van Jahan was echter geen gewone. Haar dood leidde dit voorjaar tot grote verontwaardiging en massaprotesten in Bangladesh, haar begrafenis werd bijgewoond door duizenden mensen.

De jonge vrouw deed in maart aangifte tegen het hoofd van haar koranschool, nadat hij haar meermaals had betast in zijn kantoor. Hij werd daarop gearresteerd. Dat leidde tot onbegrip en zelfs protest in Feni, een klein dorp in het zuidoosten van Bangladesh, waarbij Jahan als schuldige werd bestempeld en vrijlating van het schoolhoofd werd geëist.

Pas elf dagen na haar aangifte ging Jahan weer naar school; er waren examens. Uit vrees voor haar veiligheid ging haar broer met haar mee, maar hij mocht niet naar binnen. Een medestudente vroeg Jahan vervolgens naar het dak van de school te komen. Daar werd ze opgewacht door een groepje van vier of vijf mensen, die haar sommeerden de aangifte tegen het schoolhoofd in te trekken. Toen Jahan weigerde, bonden ze haar vast, overgoten ze haar met benzine en staken ze haar in brand.

Volgens de aanklager wilden de daders haar dood op zelfmoord laten lijken. Dat mislukte, omdat de vrouw wist te ontsnappen.

Vijf dagen later overleed Jahan aan haar verwondingen; 80 procent van haar lichaam was verbrand. In de ambulance lukte het haar nog om een verklaring op te nemen op de mobiele telefoon van haar broer.

Het schoolhoofd, dat na Jahans aangifte was aangehouden, gaf volgens de aanklager vanuit de gevangenis opdracht voor de moord.

Vijf van de zestien veroordeelden waren direct betrokken bij haar dood, de andere elf hadden geholpen. Onder de veroordeelden zijn ook drie klasgenoten en een lerares van de vrouw. Alle daders gaan in beroep tegen de uitspraak.

Vrouwen zijn geregeld slachtoffer van seksueel geweld in Bangladesh. Volgens cijfers van Bangladesh Mahila Parishad waren vorig jaar minstens 1.094 vrouwen het slachtoffer van verkrachting, aanranding en stalking. Aangenomen wordt dat het aantal slachtoffers in werkelijkheid vele malen hoger ligt. Veel vrouwen doen geen aangifte van verkrachting of aanranding uit angst voor schaamte in hun familie.

De dood van Jahan lijkt daar – de massaprotesten ten spijt – geen verandering in te hebben gebracht. Volgens de vrouwenrechtenorganisatie, die haar cijfers baseert op lokale media, werden vorige maand zeker 217 vrouwen en kinderen verkracht in Bangladesh, het hoogste maandtotaal in bijna tien jaar.