CO2-afvang werkt, maar is te duur voor de markt

Nieuwe installatie CO2 afvangen uit afvalverbranding en verkopen aan tuinders die het nodig hebben, is beter dan uitstoten. Maar afvalbedrijven vinden het te duur en willen er subsidie voor.

De installatie van afvalbedrijf AVR in Duiven ‘wast’ een deel van de CO2 uit verbrandingsrook. Tuinders in de regio gebruiken dat om hun gewassen te laten groeien.
De installatie van afvalbedrijf AVR in Duiven ‘wast’ een deel van de CO2 uit verbrandingsrook. Tuinders in de regio gebruiken dat om hun gewassen te laten groeien. Foto Bram Petraeus

De eerste Nederlandse fabrieksschoorsteen die niet meer ongebreideld CO2 uitwasemt, staat bij het Gelderse Duiven. Daar opende afvalbedrijf AVR deze maand de eerste grootschalige installatie waar CO2 wordt opgevangen. De installatie is in zijn soort, bij een afvaloven, ook nog eens de grootste in Europa.

De AVI (de gangbare term voor de tongbreker ‘afvalverbrandingsinstallatie’) in Duiven is een van de twaalf verzengende ovens waar in Nederland restafval wordt verbrand en elektriciteit wordt opgewekt.

De installatie bij AVR in Duiven, die bestaat uit drie dertig meter hoge stalen kolommen, ‘wast’ een deel van de CO2 uit de verbrandingsrook. Vervolgens wordt het gas afgekoeld, gezuiverd, afgetapt en verkocht aan tuinders in de regio. Die gebruiken CO2 om hun gewassen, die het gas opnemen, van te laten groeien.

Afvalovens zijn bij uitstek geschikt voor afvang van CO2

De bouw van de CO2-afvang duurde ruim een jaar en kostte 20 miljoen euro. Hij is nog relatief klein; jaarlijks werkt hij 60.000 ton CO2 weg. Dat is 15 procent van de uitstoot van de oven in Duiven en een fractie van de klimaatbelasting van de afvalsector. Flink doorbouwen, zou je zeggen. De CO2-uitstoot van de sector is het afgelopen decennium gegroeid (naar 8 of 9 miljoen ton) dus de AVI’s kunnen CO2-afvang goed gebruiken.

CO2 afvangen uit een AVI en verkopen aan de glastuinbouw werkt, het is beter voor het klimaat dan uitstoten.

Maar het is te duur voor de markt. Michiel Timmerije, hoofd energie van AVR, zou het project graag uitbreiden naar zijn andere, veel grotere AVI in de Rotterdamse haven. Drie andere AVI’s (AEB in Amsterdam, HVC in Alkmaar, Twence in Hengelo) willen ook, ze hebben het afgelopen jaar haalbaarheidsstudies verricht. Maar alle plannen staan in de wacht.

„Zonder financiële stimulans en zonder duidelijk beleid is er geen kans dat dit project doorgaat”, zegt Timmerije over zijn eigen oven in Rozenburg. Daarom moet er subsidie komen, vindt een Kamermeerderheid. Een motie van de coalitiepartijen om er „zo snel mogelijk” klimaatsubsidie voor uit te trekken, kreeg van links tot rechts bijval.

Waarom is overheidssteun nodig?

Lees ook: De tuinder wil duurzamer, maar het gas is te goedkoop

Klimaatwinst is er, maar is onzeker

Afvang van CO2 is belangrijk voor dit kabinet, en in het klimaatakkoord speelt het een grote rol. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving kan in 2030 jaarlijks 7 tot 10 miljoen ton CO2 worden afgevangen. Dat is 15 tot 20 procent van alle klimaatingrepen in het akkoord.

Afvalovens zijn daar, technisch gezien, bij uitstek geschikt voor. CO2-afvang vergt veel hitte, en die hebben verbrandingsovens in overvloed.

Na het afvangen kan de CO2 twee kanten op. Je kunt het ondergronds opslaan, bijvoorbeeld in een leeg gasveld op de Noordzee. Of je kunt het verkopen. Juist de tuinbouwsector, grootverbruiker van CO2, lonkt.

In Duiven had gasbedrijf Air Liquide, dat de pure CO2 van AVR inkoopt, voor de officiële opening van de afvanginstallatie een klassieke Amerikaanse tankwagen laten komen om het vloeibaar gas op te halen. Tijdens het groeiseizoen rijden nu elke dag zo’n vijftien trucks naar tuinbouwgebied Nextgarden tussen Arnhem en Nijmegen. Het is maar een halfuurtje rijden.

Is de route van afvaloven naar tuinder werkelijk goed voor het klimaat? Eenmaal in de kas waait de afgeleverde CO2 grotendeels het raam uit. Toch helpt het, concludeert onderzoeksbureau CE Delft, dat het bedrijfsmodel de afgelopen maanden bestudeerde in opdracht van de sector. Elke ton CO2 die uit een AVI tegen een concurrerende prijs beschikbaar komt, leidt tot 0,3 tot 0,5 ton CO2-besparing, schat het bureau.

Sommige tuinders blijven nu ook in de zomer aardgas stoken, omdat de planten door de CO2-uitstoot van de gasketel beter groeien. Met gesubsidieerde CO2 uit de tankwagen vermijd je dat.

Volgens CE Delft levert goedkope CO2-levering vooral klimaatwinst op omdat het in de toekomst verduurzaming van kassen kan aanjagen. Als de ketel niet meer nodig is voor CO2, is het gemakkelijker om die weg te doen – en bijvoorbeeld over te stappen op aardwarmte.

AVI’s doen niet aan emissiehandel

Het mechanisme bij uitstek om in Europa de CO2-uitstoot van fabrieken omlaag te krijgen, is het emissiehandelssysteem ETS. Papierfabrieken, glasovens, elektriciteitscentrales enzovoort – als het maar groot is en een schoorsteen heeft – moeten CO2-rechten kopen voor hun broeikasuitstoot. Die rechten worden steeds duurder. De ETS-prijs stond deze week op 26 euro per ton.

Maar AVI’s zijn altijd buiten dat systeem gebleven. „Wij hebben een andere rol: we verbranden afval en de vrijgekomen energie wordt nuttig gebruikt”, verklaart strateeg Micha Hes van afvalverweker AEB. „Wij zijn de oplossing van een maatschappelijk probleem.”

Om CO2 concurrerend te leveren aan de tuinbouw, die bovendien volop beschikt over CO2 uit goedkoop aardgas, zou er per ton ruwweg zo’n 30 euro bij moeten, berekende CE Delft (de getallen verschillen sterk per AVI).

De installatie die AVR in Duiven bouwde, rekende nét rond, vooral omdat AVR de primeur had. Voor de bouwkosten van 20 miljoen euro betaalde de Nederlandse staat 4 miljoen uit een eenmalige innovatiesubsidie. Het afvalbedrijf vangt bovendien slechts een klein deel van zijn CO2-uitstoot af, wat bijna allemaal bij tuinders in de regio kan worden afgezet. De transportkosten – minstens tien tankwagens per dag – zijn daardoor laag.

Air Liquide was daarnaast bereid om een hogere prijs te betalen. Gasleveranciers kopen hun pure CO2 traditioneel vooral in bij chemische fabrieken, zoals voor kunstmest, waar pure CO2 een bijproduct is. Maar die draaien in Europa niet altijd florissant. Vorig jaar kampten gasleveranciers al met een CO2-tekort. Alarm bij Britse bierbrouwerijen, die nauwelijks nog aan koolzuur konden komen.

„Deze bron draagt bij aan onze eigen duurzaamheidsdoelen, en geeft leveringszekerheid”, zegt productmanager Ad Wiltenburg van Air Liquide. Daarmee kan het nét uit, zegt Timmerije van AVR. „Maar het is geen vetpot.”

Veel CO2-uitstoot telt niet mee

In juni werd, na zinderende discussies, een CO2-heffing voor de industrie in het klimaatakkoord opgenomen. En die geldt wél voor AVI’s. In Nederland krijgt de CO2-uitstoot van afvalovens nu dus toch een prijs. Zo’n heffing dicht in principe al een deel van het financiële gat dat overbrugd moet worden om CO2 af te vangen.

Alleen: de CO2-uitstoot van de AVI’s bestaat niet. Volgens de branche stoten alle twaalf Nederlandse AVI’s samen 9 miljoen ton CO2 uit, waarvan 8 miljoen ton van verbranding van restafval (de rest komt van bijvoorbeeld speciale verbrandingsovens voor papier of slib). Maar officiéél bedraagt hun uitstoot, die in de Nederlandse klimaatboekhouding is opgenomen, slechts 3 miljoen ton.

Dat houdt verband met de regels van het VN-klimaatcomité IPCC. Daarin heeft CO2 die afkomstig is van planten netto nul impact op het klimaat. In een vuilniszak vind je veel planten. Bananenschillen, theezakjes, spijkerbroeken, het zachte spul in luiers. Van de CO2 uit afval dat in Nederland wordt verbrand is 63 procent aldus ‘biogeen’, berekende Rijkswaterstaat. En daardoor telt het niet mee voor de officiële cijfers. De katoenplant en de bananenboom hebben die CO2 bij het groeien eerst opgenomen, is het idee, en dan maakt de uitstoot op wereldschaal netto niks uit. Door dat principe blijft er van de 8 of 9 miljoen ton nog maar 3 miljoen ton ‘fossiele uitstoot’ over.

Het rekensysteem wordt in heel Europa gehanteerd, maar krijgt ook harde kritiek. Het Britse onderzoeksbureau Eunomia noemde het in een rapport over de afvalsector „zo duidelijk fout dat het echt verrassend is dat dit argument ooit acceptabel geacht werd”. Als je alternatieven overweegt voor afvalverbranding, telt wél alle broeikasuitstoot, betoogden de onderzoekers. Of de CO2 nou uit de vulling van een luier komt of uit de plastic voering.

Economische Zaken en Klimaat gaat bij het klimaatakkoord voor 2030 uit van de 3 miljoen ton ‘fossiele’ uitstoot, bevestigt een woordvoerder van het ministerie tegenover NRC. Alleen voor die 3 miljoen ton moeten AVI’s straks de nieuwe CO2-heffing gaan betalen. De afvalbedrijven passen hun strategie daarop aan. „Onze ambitie is om het niet-biogene deel van onze CO2-uitstoot te gaan afvangen”, meldt een woordvoerder van Twence.

CO2: ondergronds of naar de kassen?

Geen emissiehandel voor AVI’s, beperkte CO2-belasting. Maar wel subsidies. Daarmee moet het financiële gat overbrugd worden om CO2-afvang voor tuinders rendabel te maken, vinden afvalsector, tuinders en Kamer.

De CO2 die AVR in Duiven in een handzame tankwagen pompt, staat nu nog gelijk aan CO2 die als een wolk uit de schoorsteen komt. Wil een afvaloven vanaf volgend jaar in aanmerking komen voor de klimaatsubsidies voor CO2-afvang die het kabinet nu ontwikkelt, dan moet de CO2 onder de grond verdwijnen.

Dat zint noch de afvalsector, noch de tuinbouwers, noch de Kamer. CO2-afvang voor de kassen geeft immers óók klimaatwinst – zij het minder dan ondergrondse CO2-opslag – en het is nuttig voor de economie ook. „We storten afval ook niet meer, waarom storten we dan wel CO2 in de grond?”, vraagt Michiel Timmerije van AVR retorisch. AVI’s brengen hun CO2 liever naar de paprika’s dan naar een leeg gasveld op de Noordzee. „Als je het opslaat, kost het alleen maar geld.”

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat schreef in april echter nog dat het langer wil studeren voor het subsidies toekent. In ambtelijke bewoordingen somde minister Eric Wiebes drie vragen op. Wie moet die subsidie ontvangen? Geldt dit in Brussel niet als ongeoorloofde staatssteun? En wat zijn de effecten eigenlijk? In twee sectoren – afval en glastuinbouw – waar rond duurzaamheid al een struikgewas van heffingen en ontheffingen is gegroeid, zijn dat geen onlogische vragen.

De tuinbouwsector loopt zich desondanks al warm. Glastuinbouw Nederland schat de potentiële extra vraag naar CO2 vanuit de Nederlandse kassen op 2 miljoen ton. Nieuwe infrastructuur hoeft nauwelijks te worden aangelegd. In het Westland voert een leiding – OCAP genaamd – al sinds 2005 CO2 vanuit de chemische industrie naar de tuinbouw. Het is een olieleiding uit de jaren zeventig, die een nieuwe bestemming kreeg. Die leiding, in handen van gasleverancier Linde, heeft nog capaciteit genoeg. De buis hoeft alleen maar een aftakking te krijgen. Elders kan de CO2 per tankwagen naar de kassen gereden worden.

Alleen Ad Wiltenburg van Air Liquide – concurrent van Linde – vraagt zich hardop af: blijft de CO2-markt wel overeind als elke afvaloven pardoes een gesubsidieerde afvanginstallatie bouwt? Wiltenburg: „Aardwarmte en gebruik van restwarmte zijn in de tuinbouw de afgelopen jaren niet zo sterk gegroeid als we hadden verwacht, en de CO2-vraag van tuinders dus ook niet. Iedereen denkt nu CO2 af te gaan vangen en te verkopen, maar die markt moet er wel zijn.”