Opinie

Torenvechters

Christiaan Weijts

Koningin Juliana kijkt uit over de Bijlmer vanaf een balkon. „Je ziet het haar denken: holy shit, wat hebben ze gedaan?” Architect Sjoerd Soeters laat de foto uit 1971 vaker zien. Als schrikbeeld. Tegen de stijgende obsessie met kolossale woontorens. Utrecht, Rotterdam, Eindhoven, Amsterdam, Den Haag: overal zijn ‘verticale steden’ en kosmopolitische skylines de bestuurlijke droom.

En overal zijn er bezorgde burgers die Soeters uitnodigen voor het tegengeluid. Woensdagavond zijn dat de Vrienden van Den Haag, bijeen in een voormalig stoomtramstation. Zo’n typisch Haagse club van nette mensen, veelal gepensioneerde bestuurders, onderwijzers, advocaten.

Vorige week verloren ze een zaak bij de Raad van State, waar ze de protesteerden tegen ‘Adagio’ en ‘Bolero’, woontorens van negentig meter die in het centrum verrijzen naast cultuurcomplex ‘Amare’.

„Je parkeert je auto onder zo’n toren en komt niemand meer tegen.” Moeiteloos somt Soeters de nadelen op, die telkens neerkomen op het belang van de menselijke schaal. Waarom mislukte de Bijlmer en zijn de Parijse banlieues zo onveilig? Omdat er boven drie à vier lagen geen interactie, intimiteit en levendigheid meer mogelijk zijn. Mensen herkennen elkaar op vijftig à twintig meter afstand. „Daar begint de openbare ruimte.”

Vanuit die filosofie ontwierp hij een alternatief plan voor het Zeeburgereiland, dat Amsterdam wil omtoveren in een Vancouvereske torenwijk. Soeters komt met hetzelfde aantal vierkante meters, maar dan in zes- à zevenlaagse woonblokken, met plezierige pleintjes en gekromde grachten met kades in de zon.

Elkaar ontmoeten: in een wereld van kloven en filterbubbels lijkt me dat cruciaal. Maar politici en ontwikkelaars koersen eensgezind naar de verticale segregatie. Luxe penthouses with a view boven het plebs aan de plint. Markante sociale woningbouw moet ervoor plat.

Een Rotterdamse ontwikkelaar verdedigde zich laatst in het AD. Hij wil juist „een toren voor iedereen”, „waar je voor vijf à zes ton gewoon een goed appartement kunt kopen.”

Over kloven gesproken.

Collega-architecten waarschuwen Soeters vaak: „Jouw strijd is heel slecht voor je opdrachtenportefeuille!” Razend maakt hem dat. „Een architect hoeft geen eed af te leggen, maar heeft wel degelijk een verantwoordelijkheid die verwant is aan die van de medici.”

Een man uit het publiek: „Ik ben een groot deel van mijn leven bezig geweest met de inrichting van de openbare ruimte, en ik zag het telkens op dezelfde manier fout gaan. Waarom luistert de politiek niet?”

Soeters: „Omdat de gemeentelijke apparaten vol managers zitten. Plofmanagers. Praten alleen over geld. Hoe oud bent u? Tachtig? Ik ben tweeënzeventig. Deze samenleving heeft kennelijk wat oude mannen nodig, die langere perioden kunnen overzien en weten wat er fout ging.” Hij balt zijn vuisten. „Blijven knokken.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.