Tegen het verstikkende matchpoint moet je niet vechten

Tennis Het tennisseizoen zit er bijna op. Ook dit jaar waren er weer voorbeelden van ‘choking’: topspelers die fouten maken op beslissende momenten. „Als je ertegen gaat vechten, wordt het alleen maar groter.”

De Tsjechische Jana Novotna is ontroostbaar na de Wimbledon-finale van 1993, waarin zij in de beslissende set een grote voorsprong weggaf.
De Tsjechische Jana Novotna is ontroostbaar na de Wimbledon-finale van 1993, waarin zij in de beslissende set een grote voorsprong weggaf. Foto Dave Caulkin/AP

Het is 26 graden. Twee tennisgrootheden staan vier uur en 11 minuten op het Centre Court van Wimbledon, in Londen. Het staat 8-7, 40-15, vijfde set. Roger Federer gooit de bal op die hem over enkele ogenblikken zijn 21ste grandslamtitel kan bezorgen. Hij serveert. Fout. Opnieuw. De tweede service is in, maar de rally eindigt seconden later door een onnodige fout van de Zwitser. Het is de eerste van twee matchpoints die hij verspeelt.

Ruim veertig minuten later wint Novak Djokovic Wimbledon. Terwijl de Serviër de grond kust, zit Federer verslagen langs de baan met zijn hoofd in zijn handen. Telkens op belangrijke momenten schoot hij te kort. Hij kan het niet geloven, vertelt hij de pers even later, dat hij zo’n kans heeft gemist.

Federer is niet de enige die het liet afweten bij beslissende punten het afgelopen seizoen. Serena Williams verloor in januari de kwartfinale van de Australian Open na opvallende missers bij twee van haar vier matchpoints. En Kiki Bertens liep deze zomer na vijf wedstrijdpunten de titel mis bij het grastoernooi van Rosmalen.

Hoewel de spelers het niet snel zullen toegeven, is er volgens experts geen twijfel over mogelijk: dit zijn voorbeelden van ‘choking’.

Choking is een sportpsychologisch verschijnsel waarbij de sporters ondermaats presteren bij punten onder hoge druk. Al decennialang beïnvloedt choking tennisuitslagen tot op het hoogste niveau.

Het bekendste voorbeeld is de Wimbledon-finale van 1993 tussen Jana Novotná en Steffi Graf. De Tsjechische Novotna staat met 4-1 en 40-30 voor in de beslissende set als de druk haar te veel wordt. Plotseling maakt ze de meest onverklaarbare fouten en verliest de wedstrijd.

Wat gebeurt er in het hoofd of in het lichaam van de toptennissers op het beslissende moment? En waarom ontkennen ze vervolgens vaak dat ze aan de druk onderdoor gingen?

Lees ook over het fenomeen de 'yips', een soort choking: Als de simpelste beweging ineens niet meer lukt.

Paniekerig

„Zwetende handen, trillende benen, een zwaar gevoel in de buik.” Zo omschrijft Sidane Pontjodikromo (18) het gevoel dat hem geregeld overvalt bij game-, set- en matchpoints. Pontjodikromo is Nederlands kampioen onder achttien jaar. „Het begint met lichamelijke reacties, maar het gaat pas echt mis als ik daar vervolgens paniekerig op reageer.” Zodra hij concludeert dat hij gestrest is, gaat hij daarover malen en belemmert dat zijn spel.

„Je gooit de bal op, en hij komt niet eens in de buurt van de plek waar je ’m wilt hebben”, omschrijft oud-toptennisser Brenda Schultz-McCarthy het. Ook zij kan meepraten over choking en ook zij zoekt het probleem tussen de oren. „Mijn gedachten zijn op zulke momenten niet bij het tennis maar bijvoorbeeld bij het prijzengeld. Dan denk ik: het is een heel huis waar ik nu voor aan het spelen ben.”

Zodra gedachten naar iets anders gaan dan de taak, verslechtert dat de prestatie, stelt Raôul Oudejans. Hij is hoofddocent sportpsychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en deed onderzoek naar presteren onder druk. Zulke gedachten kunnen gaan van dingen in de directe omgeving (‘mijn sok zit niet goed’) naar de consequenties van een punt (‘als ik dit punt win, win ik de wedstrijd’).

Bij beslissende punten is de winst in zicht en dringen dat soort gedachten zich vanzelf op. Raymond Knaap, coach van Robin Haase, herkent dit gevaar. „Denken aan winnen of verliezen is de grootste afleiding in de sport.”

Mentaal klaarstomen

Spanning tijdens een wedstrijd is onvermijdelijk, stellen tennissers. Waar het op aankomt, is hoe je ermee omgaat. Daar kan een sportpsycholoog bij helpen. Schultz-McCarthy was twintig toen ze voor het eerst bij eentje aanklopte. „Ik vond het tot dan toe onzin. Ik ben toch niet gek?”

Onder lichte druk van haar toenmalige trainer gaf ze het toch een kans en betaalde ze 1.500 dollar per uur voor sessies bij Jim Loehr, een sportpsycholoog die ook de Amerikaanse tennissers Jim Courier en Monica Seles mentaal klaarstoomde. Hij liet haar inzien dat er een hoop meer bij tennis komt kijken dan het spel zelf.

„Ik had bijvoorbeeld een monster van een service, maar deed niets in de aanloop ernaartoe.” Met Loehr bouwde zij allerlei rituelen in. „Hij liet me van tevoren wild heen en weer springen, de bal een aantal keer stuiteren en de tegenstander diep in de ogen kijken. En verdomd: het eerstvolgende toernooi won ik glansrijk.”

Ook Pontjodikromo heeft ontdekt hoe rituelen voor de juiste concentratie kunnen zorgen. „Ik leg mijn handdoek op een bepaalde manier op het bankje voor ik de baan op ren. Bij het serveren stuiter ik de bal in een bepaald ritme. Als de ander serveert, til ik snel even het randje van mijn broekje op.”

Deze rituelen geven Pontjodikromo vertrouwen en houvast op spannende, belangrijke momenten. Hij keek dit af van grote namen. „Djokovic en Nadal hebben ook allerlei rituelen. Federer ook wel, maar hij speelt toch vrijer, spontaner, natuurlijker. Dat is mooi om te zien maar maakt hem tegelijkertijd vatbaar voor choking.”

Naast terugvallen op rituelen, is het accepteren van de opwinding een manier om ermee om te gaan. „Als je ertegen gaat vechten, wordt het alleen maar groter,” zegt Knaap.

Accepteren, maar de spanning ook positief vertalen, vult Pontjodikromo aan. „Het zijn niet die trillende benen die je hinderen, maar het gevoel dat je eraan koppelt.”

In plaats van zijn lichamelijke reacties te interpreteren als stress, probeert hij het als signalen te zien van een lichaam dat op scherp staat. Mooi, denkt hij dan: ‘Ik heb er zin in’.

Een verkeerd racket

Tennissers ontkennen in interviews na wedstrijden vaak dat zij last hadden van choking. Volgens Schultz-McCarthy is dit een strategische keuze. „Tennissers zoeken vaak een externe oorzaak voor hun verlies. Het was bijvoorbeeld nooit Steffi Graf die verloor. Het was altijd een verkoudheid, een verkeerd racket, de buikkramp.”

Dit mechanisme is goed te verklaren, legt hoofddocent Oudejans uit. „Door winst aan jezelf toe te schrijven en verlies aan iets buiten je om, groeit het zelfvertrouwen.” Bovendien, stelt hij, wil je niet bekend staan als een zenuwpees. Dan gaan tegenstanders in toekomstige wedstrijden je ook zo zien.

Maar soms is het inderdaad twijfelachtig of er wel sprake was van choking. Schultz-McCarthy herinnert zich een wedstrijd waarin zij, met de winst in zicht, ineens punt na punt verloor. Te zenuwachtig, concludeerde ze zelf.

Maar toen zij de wedstrijd later terugkeek, zag ze iets anders. Haar tegenstander was verder naar achter gaan staan, waardoor ze diepe ballen ineens wel terug kon slaan. „Het lag dus helemaal niet aan mij.”

Een verstandige tennisser traint meer dan zijn techniek, vindt Knaap. „Ik coach geen tennisser, maar een mens. Want hoe iemand buiten de baan is, bepaalt hoe iemand op de baan is. Als Haase in het dagelijks leven bijvoorbeeld perfectionistisch is, zal hij ook zo tennissen.”

Schultz-McCarthy beaamt dit. „Tennissers staan drie uur per dag in de hitte op de baan om hun forehand, backhand en conditie te perfectioneren. Dan moeten ze niet verwachten dat hun mentale staat zomaar op hetzelfde niveau zit.”

Correctie 28 oktober 2019: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Raoul Oudejans hoogleraar sportpsychologie is. Dat is onjuist; hij is hoofddocent. Dat is hierboven aangepast.