Syrische strijder aangehouden in asielzoekerscentrum

De politie heeft een Syrische asielzoeker aangehouden in Ter Apel die zou hebben meegevochten met een salafistische groep in Syrië.

Asielzoekers moeten zich eerst melden in Ter Apel, voordat hun procedure kan beginnen.
Asielzoekers moeten zich eerst melden in Ter Apel, voordat hun procedure kan beginnen. Foto Vincent Jannink/ANP

Een 29-jarige Syriër die mee zou hebben gevochten met een salafistische groepering in zijn thuisland is dinsdag aangehouden in het asielzoekerscentrum in Ter Apel. Hij wordt verdacht van „ernstige vernedering van gesneuvelde strijders in Syrië”, een oorlogsmisdrijf. Dat meldt het Openbaar Ministerie vrijdag.

De man meldde zich begin oktober in Ter Apel. Eerder was hij al door Duitsland op de internationale opsporingslijst gezet, waar hij in 2015 korte tijd als asielzoeker gezeten zou hebben. Daarna zou hij voor familieomstandigheden zijn teruggekeerd naar Syrië. Het OM zegt niet hoe hij vervolgens in Nederland terecht is gekomen.

De verdachte zou commandant zijn geweest binnen Ahrar Al Sham, een salafistische coalitie die de wapens heeft opgenomen tegen het regeringsleger. In 2015 zou hij mee hebben gedaan aan de strijd rond de stad Hama. Op een video op YouTube zou te zien zijn dat hij zijn voet plaatst op het stoffelijk overschot van iemand, en schopt naar een ander lichaam.

Geneefse Conventies

De man heeft daarom mogelijk „de persoonlijke waardigheid van gedode personen hebben aangerand”. Ook zou op de beelden te zien zijn hoe hij zingend de dood van de gesneuvelde strijders viert.

Dat is in strijd met de Geneefse Conventies, waarin het internationaal oorlogsrecht is vastgelegd. Daarop staat maximaal een levenslange gevangenisstraf. De verdachte blijft in ieder geval twee weken voorlopig vastzitten.

In juli werd voor het eerst een Nederlandse Syriëganger veroordeeld voor het plegen van een oorlogsmisdrijf. De jihadist plaatste een foto op Facebook van zichzelf bij een gedode, gekruisigde man in Syrië. Daarmee randde hij de persoonlijke waardigheid van de overleden persoon aan, aldus de rechter.