Recensie

Recensie

Van de Oranjes tot JFK: was deze Duitser de invloedrijkste man van Nederland?

Alfred Mozer Voor Hitler vluchtte hij naar Nederland, waar hij na de oorlog achter de schermen een grote rol in de politiek speelde.

Bestaan er nog mensen als Alfred Mozer? Hij was Duitser van geboorte, eind jaren dertig statenloos en na de oorlog een Nederlander die op de bres stond voor Europese eenwording. Hij was thuis in de politiek en had een netwerk om u tegen te zeggen. Mozer (1905-1979) moet wel een van de belangrijkste onbekende aanjagers zijn geweest van de huidige Europese Unie. Het is terecht dat biograaf Paul Weller hem in een zeer leesbare biografie uit de vergetelheid haalt.

Wie herinnert zich het ‘Congres van Europa’ in Den Haag in 1948 nog? Een grote naoorlogse conferentie met onder anderen Winston Churchill en Konrad Adenauer waar een van de kiemen werd gelegd voor de huidige EU. Mozer leek iedereen te kennen en bemoeide zich ook toen al met alles, vooral als man achter de schermen. Een gelegenheidsuitgave bij zijn pensionering in 1970 bevat bijdragen van onder anderen Willy Brandt, Willem Drees, Bruno Kreisky, Max van der Stoel en Harold Wilson.

Alfred Mozer werd in 1905 geboren in München uit Hongaarse ouders. Hij groeide op tijdens de Eerste Wereldoorlog en werd volwassen in een politiek onrustig Duitsland. Mozer heeft wel beweerd in 1923 aanwezig te zijn geweest bij de Bürgerbräukeller in München waar Hitler zijn ‘Putsch’ begon, maar zijn biograaf plaatst daar vraagtekens bij.

Vluchten voor Hitler

In het voetspoor van zijn vader werd Mozer lid van de SPD en via die partij belandde hij in Noord-Duitsland waar hij werkte bij de Volksbote. De ‘rode familie’ had overal eigen huisorganen en Mozer leerde de kneepjes van het journalistieke vak.

Hitlers aanhangers, de leden van de NSDAP, hadden het bij hem zwaar te verduren. In zijn artikelen, maar ook als hij sprak, gaf hij de nazi’s en hun leider er flink van langs.

Toen Hitler in het kader van de verkiezingen van eind 1932 naar Ost-Friesland zou komen, schreef Mozer een open brief op de voorpagina van de Volksbote onder de kop: ‘Herhören, Hitler!’ (Luister eens even, Hitler!). Hij daagde de partijleider daarin uit tot een discussie van een uur.

Mozer zou zich omringen door blonde Friezen, schreef hij: ‘blonder dan u, Herr Hitler. […] Zij hebben geen Charlie Chaplin-snorretje nodig en ook geen spuuglok om aan een pafferig en uitdrukkingsloos gezicht de illusie van een persoonlijkheid te geven.’ Het was onder meer dit artikel dat Mozer dwong in mei 1933 naar Nederland te vluchten, waar hij al contacten had met de SDAP, de voorloper van de PvdA.

Mozer dacht net als veel anderen dat Hitler het niet lang zou redden en zat zijn tijd uit. Het liep anders: op 14 mei 1940 deed Mozer een zelfmoordpoging, net als veel van zijn vrienden en partijgenoten die in Amsterdam verbleven, onder wie Hermann Tempel, Franz Vogt en Toni Reissner. Mozer overleefde en dook onder in Poortugaal bij Rotterdam, waar hij ‘undercover’ in een inrichting verbleef.

Mozer, die al tijdens de bezettingsjaren nadacht over een toekomstig Europa, zag zichzelf niet meer aarden in Duitsland en koos voor Nederland. Ook een ‘goede’ Duitser bleef een Duitser en dat lag hier gevoelig. Als buitenland-secretaris van de PvdA werd hij nooit toegelaten tot het partijbestuur en kans op een politieke zetel had hij evenmin. Mozer legde zich neer bij de rol van aanjager en regelneef. Hij schreef artikelen voor het PvdA-blad, bracht ideeën naar voren en legde contacten. Daar was hij goed in en hij had er de persoonlijkheid voor. Hij was energiek en had veel ervaring: in elke situatie had hij een bon mot klaar of een anekdote paraat. Zijn netwerk was ongeëvenaard.

Niet voor niets vroeg partijgenoot Sicco Mansholt aan Mozer om zijn secretaris te worden toen Mansholt de eerste eurocommissaris voor landbouw in Brussel werd. In die functie regelde hij bijvoorbeeld een ontmoeting met de paus, want, zo schrijft Weller: ‘Mozer wist de weg in het Vaticaan’. In de biografie zien we foto’s van Mozer met de paus en verder met John F. Kennedy, prins Bernhard en koning Boudewijn. Hij kwam over de vloer bij Adenauer, Brandt en Helmut Schmidt. Bij koninklijke staatsbezoeken aan Duitsland regelde Mozer buiten alle protocollen om dat Beatrix en Claus ook altijd tijd kregen met de zittende kanselier.

Paleis Soestdijk

Mozer kwam al op paleis Soestdijk in de jaren vijftig bij prins Bernhard en koningin Juliana en was hun gast in de wintersportplaats Lech. Toen Nederland kennismaakte met Claus von Amsberg waren er veel opgetrokken wenkbrauwen. Na een onderzoek door dr. L. de Jong bleek er niets op Claus aan te merken, maar de kritiek verstomde niet. De storm ging pas liggen toen Mozer via-via adhesiebetuigingen van Duits-Joodse zijde kon overleggen.

Beatrix zei later: ‘Zonder de heer Mozer waren Claus en ik nooit getrouwd.’ Als ‘beloning’ was het Beatrix die na Mozers dood een buste van hem beeldhouwde die bij wijze van eerbetoon tot op heden in de Duitse grensplaats Gronau te bewonderen is.