‘Je kunt niets faken in een comedyclub’

COMEDY Rotterdam heeft een vast podium voor comedy, Club Haug. „Het is niet zo dat je even stoelen en tafels neerzet en daarmee een fijne sfeer creëert.”

Comedian Tim Hartog in Club Haug in Rotterdam.
Comedian Tim Hartog in Club Haug in Rotterdam. Foto Debbie van Polanen

Comedian Tim Hartog merkt aan het begin van de avond op dat de eerste rij bijna leeg is. „Ik ga niet verder voordat hier wat publiek komt zitten”, zegt hij quasi streng. Hij telt de stoelen. „Zeven. Vrijwilligers?” Een stelletje staat op. Hartog kijkt naar de man: „Zo jij bent breed, jij telt voor drie. Nog vier mensen dus maar.” De zaal lacht.

Hartog is de Master of Ceremonies van de avond in Club Haug in Rotterdam. Het is zijn taak om het publiek op te warmen voordat de geboekte comedians komen optreden. Hij stond in 2015 in de finale van het Leids Cabaret Festival en verdient zijn geld met comedy. Hartog dolt met de zaal, vertelt over zijn achtergrond in Rotterdam-Zuid en over zijn ex die vreemdging met een duikinstructeur in Maleisië. „Dan heb je de gorilla op apenrots geneukt hoor. Hij is natuurlijk sowieso toffer. Hier heb je het met mij over IKEA en schoonfamilie, hij heeft een harpoen op zijn rug en communiceert met dolfijnen.”

De grapdichtheid bij Hartog is hoog. Dat is ook belangrijk in een comedyclub, volgens eigenaar Marcel Haug. „Bij cabaret maak je een vrolijk programma waarin bijna altijd een serieuze noot zit. En vaak heeft een voorstelling ook liedjes en een rode draad. Comedy is voornamelijk grappen maken waarbij een serieuze noot of boodschap meer verborgen zit.”

Terwijl Hartog de eerste artiest aankondigt, lopen de obers rond met drankjes en chipsbussen. Stil is het nooit in het publiek. Mensen praten met elkaar, gaan naar het toilet of pakken hun mobiel om via een QR-code drankjes te bestellen.

Durven lachen

Hartog loopt het podium af. Maakt hij ander materiaal voor het theater dan voor comedyclubs? „De kern blijft hetzelfde. Ik sta binnenkort in het theater met mijn eigen show Schadevrije jaren en wat ik daar doe, lijkt op wat ik hier doe. Het verschil is alleen dat je in het theater illusies kunt opwekken. Er is decor, je hebt soms een kostuum aan en de afstand tot het publiek is groter. Je kan daarom doen alsof. Je zegt daar: ‘Ik zit in de bus’, en dan doe je alsof je in de bus zit. Comedy is meer in het hier en nu. Een podium in een comedyclub is zo kaal, het publiek zit zo dichtbij: je kunt niets faken. Dan is het gek om te zeggen: ‘ik zit in een bus’. Dan denken mensen: je bent toch gewoon hier?”

Club Haug werd in maart al geopend, maar zat in een anti-kraakpand bij het station. Begin oktober verhuisde de club naar de Boompjeskade aan de Nieuwe Maas. De afgelopen weken hebben Haug en zijn levenspartner Debbie van Polanen het pand van grauwe en grijze ondergrondse kamer getransformeerd tot een rauw gezellig hol, waar de lach door het lage platfond lekker blijft hangen. De wanden zijn zwart, voor het podium van twee bij twee meter hangen alleen een paar spotjes, het licht in de rest van de club is gedimd. Dikke gordijnen aan muren isoleren het geluid van de lach. De eerste rij zit rond het kleine podium.

Haug organiseerde de afgelopen jaren overal in Nederland comedyavonden. „In Rotterdam op wel 25 locaties. Maar het is niet zo dat je even stoelen en tafels neerzet en daarmee een fijne sfeer creëert. De akoestiek moet goed zijn, het publiek moet dicht op elkaar zitten zodat mensen durven te lachen.”

Hartog komt uit eigen stal. Club Haug heeft nog tien andere comedians die vaak mogen spelen en via de club begeleiding en coaching krijgen. Sommigen wonnen al grote festivals, anderen zijn pas net bezig en hebben vooral veel speelminuten nodig om zich te ontwikkelen. In Haug traden de afgelopen maanden ook bekende artiesten als Theo Maassen, Patrick Laureij en Najib Amhali op.

De comedians Frank Brasser en Mark Waumans
Foto’s Debbie van Polanen

Na de pauze kondigt Hartog Daan van der Hoeven aan. De 31-jarige is een talent. Hij won in 2017 het Groninger Studenten Cabaret Festival en blijkt vooral vlijmscherp in zijn interactie met het publiek. „Hoe was jullie vakantie?” Een aantal mensen op de eerste rij murmelt wat terug. „Ik heb ook een leuke zomer gehad. Ik ben deze zomer duikinstructeur geweest in Maleisië. Makkelijk wijven scoren daar joh.”

Snel wisselen van materiaal

Dat is ook comedy: de reactie van het publiek en het materiaal van de andere artiesten gebruiken voor je eigen optreden, vertelt Haug. „Comedians wisselen in een club snel van materiaal, ook vooral als grappen niet werken. Het publiek is heel eerlijk.” ‘Doodgaan’ is een begrip in comedyland. „Iemand zien worstelen op het podium als iets niet lukt, vind ik prachtig. Dat gebeurt hier natuurlijk ook. Je ziet zo’n artiest dan schakelen: hoe krijgen we dit op de rails?”

Van der Hoeven improviseert bijna zijn hele optreden. Hij praat tegen dezelfde man op de eerste rij tegen wie Hartog veel sprak. „Wat doe je voor werk?” De man antwoordt: „Ik ben psycholoog.” Van der Hoeven: „Da’s toevallig, ik ben depressief.”

Teun van der Elzen op podium. Foto Debbie van Polanen

Zijn improvisaties zijn uit nood geboren, legt hij uit. „Ik ben echt depressief. Nieuw materiaal schrijven lukt niet echt.” Op zijn hand staan kleine zwarte woorden, neergepend net voor de show. „Ik heb wel bedacht waar ik het over ga hebben, maar ik kijk vooral wat mensen antwoorden op mijn vragen en probeer daar op in te haken.”

Na het optreden van Van der Hoeven is de avond klaar. De man op de eerste rij, Marien Lievaart, heeft de grappen overleefd en lacht nog. „Ik was nog nooit in een comedyclub geweest maar ik vond het heel tof. Blijkbaar is er bij comedy, anders dan bij cabaret in het theater, veel meer interactie met het publiek.” Dat heeft hij geweten, toen hij op de eerste rij ging zitten. „Je wordt toch een beetje voor lul gezet in zo’n gesprek, maar niet te erg. Het zijn grapjes natuurlijk. De volgende keer ga ik er gewoon weer zitten.”