Foto Ali Hashisho

‘Protesten komen altijd in golven’

Jacquelien van Stekelenburg Overal ter wereld gaan mensen massaal de straat op. Hebben al die protesten met elkaar te maken? „Juist als het beter gaat, wordt er meer gedemonstreerd.”

Er gebeurt eigenlijk overal wel wat, zegt Jacquelien van Stekelenburg, hoogleraar sociale verandering en conflict aan de Vrije Universiteit Amsterdam. In Irak, Hongkong, Libanon, Spanje, Chili, Haïti, Argentinië, Bolivia – wereldwijd krijgen protestbewegingen honderden tot honderdduizenden mensen op de been. Vorige week reden Nederlandse boeren in hun tractoren naar Den Haag, dinsdag deden Duitse boeren hetzelfde in Bonn. De Catalanen in Spanje hebben, geïnspireerd op de protesten in Hongkong, het vliegveld van Barcelona bezet. Ook in Soedan, Algerije, Rusland en het Verenigd Koninkrijk gingen mensen deze maand de straat op. En eind vorige maand kwamen zes à zeven miljoen mensen af op de wereldwijde klimaatmarsen.

„Protesten komen altijd in golven”, zegt Van Stekelenburg. „We hebben nu te maken met een springvloed.” Internationale data, bijgehouden tot 2012, laten zien dat er sinds 2009 een duidelijke stijging is van het aantal protesten wereldwijd, zegt Van Stekelenburg. Of dat nog steeds zo is weten we niet. „In Nederland weten we wel dat het daarna nog verder is toegenomen.” Neem Amsterdam, zegt ze. In 2014 werden daar ruim tweehonderd aanvragen ingediend voor demonstraties, in 2018 waren het er meer dan duizend.

Zijn er verbanden tussen alle demonstraties wereldwijd?

Van Stekelenburg ziet drie klassieke thema’s in de protesten: weerstand tegen corruptie, de wens om meer autonomie en onvrede over groeiende ongelijkheid. Vaak gaat het om conflicten die al langere tijd spelen, zegt ze. In Hongkong pleiten ze voor autonomie, net als de Catalanen. „Identiteitsvorming is hierbij belangrijk. Dat conflict tussen de Catalanen en Spaanse overheid speelt al heel lang. Gaandeweg gaan steeds meer Catalanen zich identificeren als Catalaan. Er zijn organisaties gevormd rondom het conflict, ze behartigen de belangen van Catalanen. Als er dan iets saillants gebeurt zoals vorige week, toen de celstraffen van negen Catalaanse separatisten bekend werden, is de groep makkelijk te activeren en te mobiliseren.”

Wat opvalt aan de protesten is dat ze vooral in democratische landen plaatsvinden. Libanon en Chili zijn binnen hun regio relatief rijk en democratisch.

„Het is niet zo dat het meest wordt gedemonstreerd in landen waarin het heel slecht gaat. Uit onderzoek blijkt dat ontevredenheid niet de beste voorspeller is van protest. Mensen moeten lid zijn van een organisatie, ze moeten de middelen hebben om een demonstratie te kunnen organiseren en bij te wonen, ze moeten op de hoogte zijn van hun rechten. Juist als het beter gaat, wordt er meer gedemonstreerd. Maar dat is niet uitsluitend zo; neem de Arabische Lente, die vond plaats in autocratische landen, die protesten draaiden juist om democratisering.”

Welke rol spelen sociale media hierin?

„Door sociale media kunnen mensen sneller ergens boos over worden, ze kunnen hun boodschap gemakkelijk delen met een grote groep mensen, het is goedkoop. Een belangrijke disclaimer: in de roaring sixties is er ook veel geprotesteerd, toen was er nog geen Twitter. Sociale media spelen een belangrijke rol, maar geen cruciale.”

Wordt er meer geprotesteerd in landen met een jonge bevolking?

„Dat werd tijdens de Arabische Lente gezegd. Maar die opleving van protesten had niet alleen met leeftijd te maken. Deze jongeren waren hoogopgeleid, hadden bepaalde verwachtingen over hun toekomst, maar zaten werkloos thuis. In veel landen was dat overigens al lange tijd zo. Er moet een vonk zijn die overslaat, en er moeten mensen zijn die de protesten gaan organiseren. Dan pas kan het uitgroeien tot een massaprotest.

„Die vonk is in deze huidige opleving nog moeilijk aan te wijzen. Tijdens de vorige grote protestgolf, die zo rond 2009 en 2010 begon, toen je over de hele wereld Occupy-bewegingen zag opkomen, was die heel duidelijk. We zaten middenin een financiële crisis, er werden bezuinigingen aangekondigd, mensen kwamen in verzet.”

Soms lijkt die vonk iets relatief kleins te zijn: in Chili ging het om duurdere metrokaartjes, in Libanon om een belasting op WhatsApp.

„Vaak is het een opeenstapeling van frustraties rondom dezelfde actor, in Chili en Libanon was dat de overheid. Ineens gebeurt er iets waardoor de maat vol is. In Chili maken mensen zich zorgen over de groeiende ongelijkheid, in Libanon over corruptie. De bron van deze ogenschijnlijk kleine frustraties is een langdurig conflict. Daarom blijven ze daar ook doorgaan met demonstreren, zelfs nu hun regeringen hebben gezegd dat ze de plannen zullen intrekken.”

In Hongkong en Barcelona zijn vliegvelden bezet, in Chili en Ecuador zijn wegen afgesloten. Ook de boeren zetten in op het verstoren van de openbare orde. Worden protestgroepen steeds doelgerichter?

„De kern van een demonstratie is het bezetten van de publieke ruimte om de openbare orde te verstoren. Dit is niets nieuws. We zien juist dat veel protestgroepen teruggrijpen op bijvoorbeeld Mahatma Gandhi en Martin Luther King, en hun ideeën over geweldloosheid als strategie toepassen. Ze roepen op tot vreedzame protesten. In Nederland zijn de internationale klimaatactiegroep Extinction Rebellion en Kick Out Zwarte Piet hier voorbeelden van. In Hongkong en Catalonië loopt het later in de avond vaak uit de hand. Die bewegingen hebben een radicale kern. Bij de gele hesjes in Frankrijk liep het ook meerdere malen uit de hand.” 

Denken protestbewegingen dat ze hun zin kunnen krijgen als ze langer doorgaan?

„Voor de organisatoren is er altijd een spanningsveld: aan de ene kant hoop je dat je door lang door te gaan meer druk uitoefent op politici. Maar hoe langer je de openbare orde verstoort, hoe groter de kans dat je de sympathie van burgers verliest. De vraag is dus steeds: hoelang kunnen organiserende protestgroepen burgers wéér naar het Malieveld, wéér naar Plaça de Catalunya laten komen, zónder hun steun te verliezen?”