Perk van de Reguliersgracht

Halte Poëzie Guus Luijters schrijft wekelijks over de poëzie in de stad.

In een bak voor een theosofische speelgoedwinkel in de Ruysdaelstraat vond ik een puntgaaf exemplaar van Gedichten van Jacques Perk, in de twaalfde geheel volledige uitgave, bezorgd door Willem Kloos, met boekversieringen van J.B. Heukelom, in 1914 uitgegeven door S.L. van Looy te Amsterdam. Zo mooi! Net als het nog altijd beroemde gedicht waarmee de bundel opent: ‘Klinkt helder op, gebeeldhouwde sonnetten,/ Gij, kindren van de rustige gedachte!’

Zoals veel boeken op leeftijd had Gedichten een extraatje in huis. Deze keer begon het met een op het schutblad geplakte sticker van ‘H. Gregorius Jr./ telefoon 5923/ Algem. Boekhandel/ Leesbibliotheek/ Advertentiebureau/ 2e Van Zwindenstr.7/ Amsterdam’, zie de foto op de Beeldbank Stadsarchief Amsterdam. De naam van de gelukkige eigenaar van Gedichten staat ook op het schutblad, Margo C. M. Smid./ 24/7/’15.’ Tussen de schutbladen zat een kleine enveloppe geadresseerd aan ‘Mej. M. Smid,/ 2e Oosterparkstr. 217’. De tekst op het kaartje in de enveloppe luidt: ‘Adam 24.7.”15/ Beste Jo!/ Ter herinnering aan ’t gelukkig eind van je studie aan de H.B.S./ Je toegenegen/ F. Zoethout-Canne/ W. Zoethout.’ En dan is er nog het op een bruin stukje karton geplakte fotootje van een meisje op een schoolbank. Trijntje Zoethout-Canne (1876-1964) was de buurvrouw van Jo (1898-1986). Jo werd kinderarts en werkte in West.

Het is zo bijzonder allemaal, dat je Perk bijna zou vergeten. Jacques Perk was 13 toen hij van Dordrecht naar Amsterdam verhuisde. Hij woonde Reguliersgracht 53 en ging naar de H.B.S. op de Keizersgracht. Toen ik dat instituut bezocht, hing zijn portret nog op de gang, naast dat van Willem Kloos en de kamer van de directeur. Als je daar moest verschijnen, zwaaide er wat.

In zijn ‘Voorrede’ bij Gedichten citeert C. Vosmaer uit ‘Het Zeeburgermeir’, een vroeg ‘Heiniaantje’ dat hij wel aardig vond. Ik ook: ‘Op d’Amstel daar hobbeld’ een schuitjen,/ Een bootjen zoo rank en zo teêr;/ Daar voer er een met zijn bruidjen,/ Met zijn bruidjen al henen en weër.’ Willem Kloos, die Perk tot de voorloper van Tachtig maakte, noemt het een ‘Gasélen’ en vond het niks.

Perk stierf in 1881, 22 jaar oud. Hij werd begraven op de Oosterbegraafplaats. In februari 1900 vond op de Nieuwe Oosterbegraafplaats zijn herbegrafenis plaats. P. Ritter jr., bekend van zijn praatjes voor de AVRO-radio, was erbij. Dertig jaar later bracht hij verslag uit: ‘De dodenschrijn gaf zijn geheimenis prijs. Een ijl geraamte, in povere weefsels gewonden, tot strengen van verkleurde draden vergaan, lag weerloos onder de open hemel. Alleen de blonde baard was vol en uitgegroeid en golfde nog onbesmet over het tenger skelet.’

Guus Luijters schrijft wekelijks over de poëzie in de stad.