Opinie

Nederland moet investeren om sterke positie te behouden

Economie Nederland is de vierde concurrerende economie van de wereld, maar moet juist nu investeren in een structureel groeifonds voor innovatie, onderwijs en de energietransitie, schrijft .
De Hakken en Pakken Run op de Zuidas in Amsterdam, mei 2011
De Hakken en Pakken Run op de Zuidas in Amsterdam, mei 2011 Foto Ade Johnson

Nederland is gestegen naar de vierde positie op de Global Competitiveness Index van het World Economic Forum (WEF), de jaarlijkse graadmeter van internationaal concurrentievermogen uitgevoerd onder 141 landen. Nederland geeft in de ranking van 2019 zelfs Zwitserland en Duitsland het nakijken. Hierdoor is ons land in Europa nu de meest concurrerende economie. Wereldwijd zijn alleen Singapore, de VS, en Hongkong concurrerender.

Ons land dankt die historische toppositie aan een zeer hoogwaardige fysieke en digitale infrastructuur, een stabiel macro-economisch beleid, een efficiënte overheid met goed functionerende instituties, en een zeer goed opgeleide beroepsbevolking. Maar de Nederlandse economie is bovenal dynamisch. Na de VS heeft Nederland de meest dynamische economie, een economie die zich kenmerkt door ruimte voor ondernemerschap. Het is in dit land relatief eenvoudig nieuwe bedrijven op te zetten. Er zijn steeds meer innovatieve bedrijven die groei realiseren en die disruptieve technologieën en nieuwe businessmodellen omarmen. De Nederlandse bedrijven zijn ook minder hiërarchisch geworden en kunnen zich gemakkelijker aanpassen aan de economische dynamiek.

Ik zou zeggen: count your blessings en een pluim voor het gevoerde kabinetsbeleid. Toch zie ik ook een drietal pijnpunten die volop aandacht vragen voor de resterende regeringstermijn van dit kabinet. Ondanks de uitstekende voedingsbodem en de toegenomen wendbaarheid van de Nederlandse economie, blijft het langetermijninnovatievermogen van Nederland kwetsbaar. Nederland is op dit vlak verder gedaald en laat een steeds groter gat vallen met innovatie-koplopers als Duitsland, de VS en Zwitserland op het gebied van investeringen in research and development (R&D) en ICT.

Lees ook: Nederland investeert miljarden in kunstmatige intelligentie: waarom?

De langetermijninvesteringen bij R&D zijn noodzakelijk voor toekomstige groei in Nederland, maar blijven structureel achter. Ook laat Nederland steken vallen op het gebied van toepassingen van ICT. Een wendbare economie is goed voor de economische groei op de korte termijn, maar onvoldoende voor groei op de lange termijn. Het is juist nu het moment om te investeren in het toekomstige verdienvermogen van de Nederlands economie. Het Nederlandse topsectorenbeleid moet daarom grondig worden opgefrist. De nieuwe technologische uitdagingen van de vierde industriële revolutie (kunstmatige intelligentie, big data, robotisering, block chain, 3D-printers) vereisen een beter nationaal innovatiebeleid om proactief de noodzakelijke publieke en private investeringen in deze sleuteltechnologieën mogelijk te maken.

Dit kabinet moet daarom werk maken van de plannen voor een structureel groeifonds voor innovatie. Het Strategisch Actieplan voor Artificiële Intelligentie is een goed initiatief, maar het is veel te laat opgestart ven staat in geen verhouding tot de miljardeninvesteringen van onze oosterburen.

Lees ook: Afzien van economische groei, kunnen we dat wel?

Bovendien komen Nederlandse bedrijven steeds moeilijker aan goed opgeleid personeel. Het bestaande personeel is vaak onvoldoende bijgeschoold of herschoold. In 2022 verwacht het WEF dat de helft van de beroepsbevolking fundamenteel nieuwe vaardigheden en kennis nodig heeft. Bovendien is het aantal jaren scholing dat een gemiddelde medewerker in Nederland heeft gehad, te laag. Om toekomstige groei te bestendigen, zou er meer moeten worden geïnvesteerd in opleiding en levenslang leren. Nederland zou hier een voorbeeld kunnen nemen aan Finland en Zwitserland en investeringen in aanvullende opleiding fiscaal kunnen stimuleren. Het WEF waarschuwt hierbij dat de voordelen van investeringen in sleuteltechnologieën alleen maar zullen renderen als overheden tegelijkertijd ook investeren in de ontwikkeling van talenten en in een goed functionerende arbeidsmarkt.

Nederland bungelt onderaan

Tenslotte kan een vraagteken geplaatst worden bij de duurzaamheid van het Nederlandse concurrentievermogen. Landen met een gelijk concurrentievermogen kunnen volgens het WEF kiezen voor een groot aandeel (Denemarken) of juist een zeer laag aandeel in hernieuwbare energie (VS en Japan). Nederland bungelt in dit duurzaamheidlijstje onderaan en zou een voorbeeld kunnen nemen aan de Scandinavische landen. Een moeilijke keuze, maar dit kabinet zou juist nu een keuze moeten maken voor een stringent milieubeleid (versneld invoeren van een CO2-taks) en een volledige energietransitie.

Natuurlijk zijn daar hoge maatschappelijke kosten aan verbonden, maar het zou ons concurrentievermogen op lange termijn kunnen versterken. Kortom, dit kabinet zou nu moeten inzetten op een structureel groeifonds gericht op investeringen in sleuteltechnologieën, levenslang leren en energietransitie. Het ruimhartige monetair beleid van de ECB is een extra reden om deze noodzakelijke publiek investeringen juist nu te doen. Maakt dit kabinet geen keuze, dan zou ons toekomstige concurrentievermogen – door de stikstoflimiet, afnemende biodiversiteit, boeren demonstraties, uitgestelde bouwprojecten, achterblijvende innovaties in de industrie, fricties op de arbeidsmarkt, braindrain van kenniswerkers – weleens hard tot stilstand kunnen komen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.