Opinie

Libanon heeft geschreeuwd: stop de corruptie

Demonstraties Libanezen vluchtten vaak in escapisme, maar nu hebben ze genoeg van de allesverslindende corruptie. De overheid luistert, maar het is de vraag of de geest nog terug kan in de fles, schrijft .

Op de eerste dag van de massale protesten in Libanon werden ze omschreven als de WhatsApp-revolutie, gevoed door nieuwe belastingen op bellen via die app. Op de tweede dag werden ze de revolutie van de ‘schoppende koningin’, toen een foto viraal ging van een vrouw die een politieagent in zijn kruis trapte. Op de vierde dag werden ze de ‘dj-revolutie’, omdat meer dan een kwart van de vier miljoen Libanezen door de straten trok, meedeinend op de schallende muziek van vrijwillige dj’s.

In deze uitbarsting van al langer sluimerende woede kon je de collectieve schreeuw horen van een samenleving die vaak in escapisme vlucht om de burgeroorlog van de jaren zeventig en tachtig te vergeten, maar die nu genoeg had van de corrupte en onbekwame politieke klasse die sindsdien aan de macht is. Het enige dat mij verbaast, is dat het zo lang heeft geduurd totdat die woede op straat tot uiting kwam.

Er hebben zich behoorlijk wat rellen, plunderingen en wegblokkades voorgedaan en daardoor is het land tot stilstand gekomen. Maar ook in de moeilijkste tijden houden de Libanezen van een feestje en dus zijn ze de afgelopen week in een feestelijke sfeer tekeergegaan tegen corruptie en nepotisme.

Sektarisch tintje

Mensen van alle leeftijden hebben een leuze geleend van de Arabische opstanden van 2011 – „het volk wil het bewind omverwerpen”. De protesten waren spontaan, werden door niemand geleid of georganiseerd en hadden geen sektarisch tintje, iets wat opmerkelijk is voor een samenleving die langs sektarische lijnen verdeeld is. Soennieten en sjiieten, christenen en druzen hebben zich verenigd in hun verzet tegen tientallen jaren van wanbestuur.

Wás er nu maar een bewind dat omvergeworpen kon worden. Maar Libanon is geen typisch Arabisch land. Het heeft een hoge mate van democratie, maar de christelijke en islamitische sekten zitten in een ongemakkelijke machtsdeling. Als het bewind omver wordt geworpen, wordt een hele politieke klasse ten val gebracht. Het zou de ontmanteling van het sektarische systeem en de inrichting van een nationale seculiere staat betekenen. Dat is een eerbiedwaardige droom, maar vermoedelijk geen droom die binnenkort zal worden verwezenlijkt.

Lees ook: Een waslijn vol grieven in Libanon

Mini-dictators

Ik zie Libanon, mijn vaderland, als een land dat wordt geregeerd door een groepje mini-dictators, die met behulp van vriendjespolitiek de sektarische loyaliteit van hun achterban verwerven. Bovendien hebben degenen die lijken te regeren niet per se de macht. Ook al is premier Saad Hariri een leider uit de soennitische moslimgemeenschap en staat president Michel Aoun aan het hoofd van een maronitisch-christelijke partij, verreweg de machtigste groepering die aan de regering deelneemt is de sjiitische partij, de door Iran gesteunde Hezbollah.

Deze mini-dictators leggen niet zozeer hun wil op, maar gaan wel voorbij aan de zorgen van het brede publiek. De economie staat op instorten, met een staatsschuld van 150 procent van het bruto binnenlands product en grote aflossingen in het verschiet. Maar de hang naar corruptie blijft allesverslindend.

Daarom bestaat in Libanon ook tientallen jaren na het einde van de burgeroorlog nog altijd het gevoel dat het net uit een conflict tevoorschijn komt, met een gehavende economie en verwaarloosde en niet werkende publieke diensten.

Ook al heeft de heftigheid van de protesten de politieke klasse verrast, geen enkele leider leek geschrokken. De partijleiders die zich de afgelopen week hebben uitgesproken, onderschreven de grieven en zeiden tegen de mensen op straat dat ze terecht boos waren.

Lees ook: ‘Het leger moet alle politici zonder uitzondering opsluiten’

Onveranderde status quo

Toch zijn de politici ook bang, en ook dat is terecht. Geen enkele opstand van deze omvang in het Midden-Oosten is geëindigd in een onveranderde status quo. De Arabische Lente heeft met een enkele uitzondering tot burgeroorlog geleid; de recentere opstanden in Algerije en Soedan bieden hoop op verandering.

De laatste keer dat de Libanezen zich ook zo massaal roerden, in 2005, waren hun protesten gericht tegen Syrië, dat werd beschuldigd van de moord op de geliefde leider Rafiq Hariri, vader van de huidige premier. Met die protesten werd toen de terugtrekking van de Syrische troepen afgedwongen.

Na een week hebben de huidige massabetogingen in Libanon het denken richting gegeven. Maandag heeft het kabinet razendsnel een reeks hervormingen ondertekend. Er worden geen nieuwe belastingen ingevoerd, het salaris van de voormalige en huidige ministers en parlementsleden wordt gehalveerd, banken staan nieuwe heffingen te wachten, verspilling en corruptie worden beteugeld. Dit zijn de juiste stappen. Maar misschien komen ze te laat. Als volksopstanden eenmaal zijn ontketend, laten ze zich meestal niet meer temmen door beterschap te beloven.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.