Recensie

Recensie Boeken

Le Carré fileert de Brexit met vileine humor

De Engelse taal is op zich al een code voor insiders bedoeld om buitenstaanders op afstand te houden. Laat staan de geheimtaal die Britse spionnen spreken. Die communicatie, waarbij altijd rekening wordt gehouden met luistervinken van concurrerende geheime diensten, is code in het kwadraat, het surrealisme vaak ver voorbij. Lees Spion buiten dienst, de vijfentwintigste thriller van John le Carré, de 88-jarige grootmeester van het spionagegenre.

Zijn in de actualiteit gedrenkte nieuwe roman, waarvan de vertaling tegelijk met het origineel is verschenen, staat vol hilarische dialogen tussen medewerkers van het Bureau, de bijnaam van de Britse Geheime Dienst. Wat lijkt op social talk is voor de betrokkenen een manier om vertrouwelijke boodschappen door te geven. Het talent van Le Carré en de sterke vertaling van Rob van Moppes zorgen ervoor dat de lezer die gelaagde conversatie verstaat.

Het schrijfplezier spat af van Spion buiten dienst. Tegelijkertijd is het een met woede gelardeerd verhaal waarin Le Carré lucht geeft aan zijn zorgen over het lot van Europa. Het politieke vandalisme van de Brexiteers en Donald Trump ondermijnt de Europese eenheid, heeft Le Carré ook in vraaggesprekken over zijn nieuwe boek gezegd.

Hoofdpersoon en verteller in Spion buiten dienst is Nat, een late veertiger in de nadagen van zijn loopbaan bij het Bureau. Na een verblijf in diverse buitenlanden, waar hij spionnen rekruteerde en begeleidde, is Nat in Londen benoemd tot hoofd van een onbeduidende onderafdeling van de inlichtingendienst.

Op zijn badmintonclub duikt op een dag de jonge Indiase advocaat Ed op. Die daagt hem uit voor een partijtje. Na afloop, bij het biertje in het clubhuis, ontpopt Ed zich als een scherp commentator van de politieke actualiteit. Hij trekt zich niks aan van het ‘Niet hardop praten over het Brexit’- bordje boven de bar. Ook vraagt hij hoe hij aankijkt tegen de Amerikaanse president: ‘Beschouw je Trump wél, zoals ik doe, of níet als een bedreiging en een uitdaging voor de gehele beschaafde wereld, waarbij hij ook nog eens presideert over de systematische ongebreidelde nazificatie van de Verenigde Staten?’

De veteraan-spion reageert op vaderlijke wijze op de opdringerige politieke analyses van zijn jonge tegenstander, met wie hij wekelijks partijtjes gaat spelen. Maar als Nat lucht krijgt van een geheim, een anti-Europees Brits complot van zijn bazen bij het Bureau, bedoeld om bij de regering Trump in het gevlei te komen, krijgt hij ook iets militants over zich. Door de ‘clusterfuck’ die Brexit heet ligt Groot-Brittannië in Nats ogen aan scherven op de grond.

Spion buiten dienst is een vitale, intelligente en urgente roman. Met scherpe commentaren op de Russische oligarchen die Londen opkopen en de dubieuze band tussen Poetin en Trump. Ook trakteert Le Carré de lezer op een aantal verrukkelijke bijfiguren, zoals Nats idealistische echtgenote Prue. Hoe de Brexit ook mag aflopen, hopelijk vindt Le Carré inspiratie voor een vervolg en is hem tijd gegund zijn 26ste roman te schrijven.