Recensie

Recensie Boeken

Een boekje dat je vooral leest om de gortdroge humor en anekdotes van Jelle Brandt Corstius

Rusland Jelle Brandt Corstius reisde langs de BAM, een spoorlijn door Oost-Rusland die in de jaren zeventig als prestigeproject werd aangelegd. Het leverde een vermakelijk reisverslag op.

Passagiers van de BAM in het Verre Oosten van Rusland
Passagiers van de BAM in het Verre Oosten van Rusland Foto Oleg Klimov/LIBERTY.SU

Op de eerste pagina van BAM staat Jelle Brandt Corstius op een foto met twee reisgenoten in het Oost-Siberische stadje Tynda. Alle drie hebben ze een bontmuts op, op de achtergrond prijkt een wandtapijt met een afbeelding van president Vladimir Poetin. De mannen kijken wat timide, wat duidelijk het gevolg is van een vierde aanwezige: de lokale slager Talman. Lachend steekt hij net iets te joviaal een gigantisch vleesmes omhoog, dat de foto domineert. Het lijkt alsof hij wil gaan toeslaan, met het reisgezelschap als slachtoffer.

Het is een goed gekozen foto. Als beeld van de Russische reis van Brandt Corstius (1978) langs de afgelegen spoorlijn Bajkal Amoer Magistral (BAM) samenvat, dan is het wel dit: overgeleverd aan de grillen van anderen, vol vreemde situaties – en een enkele keer wat bedreigend.

Al sinds hij op 8-jarige leeftijd op zaterdagochtenden boven de atlas hing, zo schrijft de televisiemaker en voormalig Ruslandcorrespondent van Trouw in het eerste hoofdstuk, droomt hij van een trip over de 4000 kilometer lange BAM: het minder bekende (maar pittoreskere) broertje van de Transsiberische spoorlijn, 700 kilometer verder naar het noorden gelegen. Een vrijwel nutteloos prestigeproject van Brezjnev, dwars door nauwelijks bewoonde gebieden vol bergen en taiga. Hoe zou het daar zijn, denkt de kleine Jelle. Wat dóén die mensen daar de hele dag?

Dronken voeren

Decennia later gaat Brandt Corstius eindelijk op stap, in een soort Russische versie van zijn vorige reisboek, As in Tas. De Middellandse Zee is als bestemming vervangen door de Tatarensont, de fiets als vervoermiddel door de trein (hoewel dat in dit geval niet per se tot een hogere snelheid leidt). In grijze dorpen en stadjes die veel verder van Moskou liggen dan Amsterdam komt Brandt Corstius talloze ‘Talmans’ tegen: de eigenaardige, typisch Russische figuren die het reisgezelschap onderweg dronken voeren (en een enkele keer verwonden), roekeloos over hobbelwegen naar sauna’s rijden en kachels aanmaken met de verzamelde werken van Lenin. Of, zoals in het geval van immigrant uit de Kaukasus Talman zelf, zó dankbaar zijn in Rusland te mogen werken dat de liefde voor de president groter is dan die van de gemiddelde Rus.

Het levert een lichtvoetig verslag op dat fijn weg leest, maar als geheel nogal oppervlakkig blijft. Brandt Corstius kiest duidelijk voor de breedte. In hoog tempo loopt hij – enigszins voorspelbare – thema’s langs als de stugheid van Russen, wodkatoasts en de snijdende kou. Echt vernieuwend of verdiepend, zoals de reisseries die Brandt Corstius voor de VPRO maakte, is het boek daardoor maar zelden. De gesprekken met lokale inwoners houden meestal na twee alinea’s weer op, en voelen hier en daar aan als een manier om zoveel mogelijk aspecten van de Russische maatschappij even aan te stippen.

McDonalds in Japan

Wat dan overblijft is een boekje dat je vooral leest om de gortdroge humor en de anekdotes van Brandt Corstius, die soms nog uit zijn correspondententijd stammen. Uiteindelijk is het moeilijk om niet te genieten van Russen die op perronloze stations in een bos uitstappen met gigantische OLED-tv’s, of het moment dat het reisgezelschap zich zo afgelegen bevindt dat de dichtstbijzijnde McDonalds in Japan blijkt te liggen. De avontuurlijke lezer zal dan maar moeilijk kunnen voorkomen dat zijn of haar gedachten afdwalen: wat zou zo’n ticket voor de BAM eigenlijk kosten?