‘Ik heb me nooit meer vermaakt dan nu’

Spitsuur Jan Haasbroek (75) en Patricia van Mierlo (65) kennen elkaar uit het café, daar ontmoetten ze elkaar op Nieuwjaarsdag, 1996. „Een van de eerste dingen die ik haar vroeg was of ze nog een kind wilde. Dat wilde ze niet, ook vanwege het milieu.”

Jan: „Anna Nooshin, daar heb ik me vandaag in verdiept. Diep in mijn hart vind ik het totale nonsens, maar dat mag niet. Ik moet niet de oude man gaan uithangen, dacht ik.” Patricia: „Ik zit hier solitair te spelen, kijk series of doe onderzoek voor mijn scenario’s.” Foto David Galjaard
Jan: „Anna Nooshin, daar heb ik me vandaag in verdiept. Diep in mijn hart vind ik het totale nonsens, maar dat mag niet. Ik moet niet de oude man gaan uithangen, dacht ik.” Patricia: „Ik zit hier solitair te spelen, kijk series of doe onderzoek voor mijn scenario’s.”

Foto David Galjaard

Jan: „Ons spitsuur is om vier uur in de nacht, dan sta ik op en gaat zij naar bed. Dan drinken we samen een kopje thee en daarna ga ik studeren. Ja, vroeg wakker, dat hoor je toch wel vaker van oude mensen? Om zes uur lees ik de krant en om zeven uur kijk ik het journaal. En dan ga ik nog twee uur slapen.”

Patricia: „En tussen een en twee ’s middags, hè?”

Jan: „Tenzij het niet kan, in verband met colleges.”

Patricia: „Ik schrijf het liefst ’s nachts omdat ik dan niet gestoord word. Het is rustig. Er is geen telefoon, geen mail die ertoe doet. Het is een soort isolement waardoor je niet uit je ritme of denken wordt gehaald. Het idee van alleen op de wereld. Als hij naar bed gaat, rond twaalf uur, begin ik. Ik ga om vier uur, vijf uur slapen tot tien uur, dat vind ik wel genoeg. Daarna begin ik een normale dag.”

Jan: „Ik heb maar acht uur college per week. Ik heb ook geen last van stress. Ik doe het omdat ik het leuk vind. Overdag zit ik lekker te tikken, te lezen of kijk ik televisie, lees kranten of doe de boodschappen.”

Patricia: „Het eerste dat ik om tien uur doe is een kwartiertje Nederland in beweging, met de televisie op de achtergrond. Daarna nog even rekken en strekken. Dan maak ik een ontbijtje, als ik niet een vastendag heb. Dat doe ik twee keer per week om niet heel erg aan te komen en om gezond te blijven. Ik eet dan maar vijfhonderd kilocalorieën per dag.”

Jan: „Baaldagen, zo noemt ze die. Ook zonder drinken toch?”

Patricia: „Nou geen alcohol, ik drink verder heel veel.”

Mantelzorgen

Jan: „We zijn in 2011 getrouwd. Ik heb lang moeten vechten om haar over de streep te trekken.”

Patricia: „We kennen elkaar uit Café Welling, daar hebben we elkaar op 1 januari 1996 ontmoet.”

Jan: „Een van de eerste dingen die ik haar vroeg was of ze nog een kind wilde. Maar dat wilde ze niet, ook vanwege het milieu.”

Patricia: „Uiteindelijk heb ik hem in een vlaag van verstandsverbijstering ten huwelijk gevraagd.”

Jan: „Zij zei: het huwelijk is een gevangenis. Ik zei: het huwelijk is een duiventil, waar je uit fladdert en weer in terugkomt. Je moeder was toen nog goed, die heeft nog een gedicht voorgedragen.”

Patricia: „Ze is 89 geworden. Vorige week was de begrafenis. Ik ben drie jaar mantelzorger voor haar geweest en nu ben ik dat voor mijn vader. Mijn vader is 92 en kan niet meer alleen zijn. Hij woont in een heel groot huis in Beek en Donk, met een oude hond. Mijn zusje woont daar in huis en was degene die oorspronkelijk het grootste deel van de mantelzorg op haar zou nemen, maar dat werd haar te veel. Ik ben dat in de weekenden gaan doen.”

Jan: „De laatste twee jaar was dat zo.”

Patricia: „Mijn moeder had vocht achter haar longen en een zwak hart. Ze ging steeds meer slapen en wilde steeds minder. ’s Nachts werd ik om de twee uur wakker omdat ze zo kreunde. Ze gilde ook heel erg hard, omdat ze doof was. Een keer viel ze zo hard, dat ik de plof beneden hoorde. Dijbeen verbrijzeld.”

Jan: „Daar kwam nog dementie bij. Maar je moest ook eten koken en de hond uitlaten en de ramen lappen en de planten water geven.”

Patricia: „En mijn vader gerust stellen, pilletjes geven. Ja, het is intensief. Mijn zus wilde het zo veel mogelijk onder ons houden. Alle verzorgingshuizen zitten vol, maar ik wil het mijn vader ook niet aandoen. Hij heeft het huis nog zelf gebouwd.”

Jan: „Ik zit alleen hier, maar dat kan ik goed hoor.”

Patricia: „Ik ga op vrijdagavond naar mijn vader toe en dan ben ik maandag laat rond vijf, zes uur ’s avonds thuis. Dinsdag slaap ik bij. De rest van de tijd schrijf ik, nu werk ik aan een roman.”

Naar de kroeg

Jan: „Voor mijn pensioen heb ik een soort yin-yangmodel bedacht. Ik probeer consumerend en producerend te zijn: lezer en schrijver, docent en student. Het kost me geen enkele moeite om zo actief te zijn. Ik heb ook een fietsclub voor postmenopauzale vrouwen: Meewind. Ik fiets voorop.”

Patricia: „Ik fiets ook wel eens mee.”

Jan: „We stappen ergens uit de trein, dan heb ik al een route bedacht. Al snel komt dan de eerste koffie met appeltaart in zicht. Voor vijven moeten we weer terug zijn in Café Welling. Alles begint en eindigt in Café Welling. We hebben ook een wandelclub met Welling: Zonder Uitvallers Terug (ZUT).”

Patricia: „Ik kook meestal doordeweeks. Als ik hier ben, eten we bijna altijd samen.”

Jan: „Zij is een vleesverlater, dus ik inmiddels ook. Vlees smaakt toch nergens meer naar sinds de bio-industrie.”

Patricia: „Als Jan in de stad is, vraagt hij bijna altijd: ‘kom je ook?’”

Jan: „We gaan samen naar de kroeg, maar we komen niet per se samen thuis. Als ik zit te zuipen en zij vindt het genoeg, dan gaat ze gewoon. En omgekeerd.”

Patricia: „Wij zijn niet van het ritme.”

Jan: „Bij ons is het een rommeltje.”

Patricia: „Meestal kijken we na het eten nog een programmaatje. Daarna gaat Jan weer studeren, die man is zo gedisciplineerd.”

Jan: „Alleen omdat ik het echt leuk vind. Ik doe nu een cursus over celebrities. Anna Nooshin, daar heb ik me vandaag in verdiept. Diep in mijn hart vind ik het totale nonsens, maar dat mag niet. Ze is een goede ondernemer, cum laude geslaagd. Ik moet niet de oude man gaan uithangen, dacht ik. Ik heb haar gekoppeld aan Brechts radiotheorie over communicatie.”

Patricia: „Ik zit hier solitair te spelen, kijk series of doe onderzoek voor mijn scenario’s.”

Jan: „Ik heb me nooit meer vermaakt dan nu, want dat hele werkzame leven is toch in de file staan, vergaderen. Nu lees ik honderd boeken per jaar, zing ik in koren, schrijf ik boeken. Ik ben echt dolgelukkig.”